Ford-verdelers

Delicaat en moeilijk te benoemen is het herkennen bij anderen van domheden waar je zelf aan ontstegen bent. Superioriteitsgevoel, zou je kunnen zeggen, maar dat is te simpel. Het is iets dat niet alleen afkeer en medelijden maar ook schaamte oproept.

Voorbeelden genoeg, en toch is het lastig uit te leggen; neem het woord 'verdeler', dat in België gangbaar is als vertaling van 'dealer' (een 'Ford-verdeler'). Dat is belachelijk, maar het is ook beschamend. Het is alsof je denkt: ja, heel vroeger dacht ik dat ook, dat 'dealer' 'verdeler' betekent, maar nu allang niet meer, nu ben ik geëvolueerd, mij zul je op zoiets primitiefs niet meer betrappen. Maar die gedachte zelf is ook weer primitief en bovendien hovaardig; en dat is wat het beschamend maakt.

En toch is het gevoel van superioriteit niet misplaatst. Een ander voorbeeld: het feit dat de term 'the administration' in veel gevallen niet 'de administratie' betekent, maar met 'de regering' vertaald moet worden. Je mag aannemen dat iedereen die er wel eens over nagedacht heeft dat inziet. Wat ik nu bedoel is het gevoel dat over je komt wanneer je een vooraanstaand personage - een minister, de hoofdredacteur van een krant - van 'de Amerikaanse administratie' hoort spreken. Je ontkomt dan niet aan de gedachte: als zo'n man het verschil niet aanvoelt, als hij de verkeerde klank ervan niet hoort, dan moeten ook allerlei andere essenties aan hem voorbijgaan; en daaruit volgt weer dat hij een onbenul is.

Het gaat hier niet om kennis van vreemde talen, niet om de vraag of iemand Engels of Frans kent, maar om de primitieve voorstelling van de wereld die uit zoiets spreekt. En de reden dat die constatering schaamte oproept is dat je die voorstelling zelf ook gehad moet hebben om het niet als een toevallige onjuistheid, maar als onderdeel van een primitieve visie te herkennen.

Nog een voorbeeld: mensen kindertaal zien gebruiken die dat niet kunnnen, zoals in sommige kinderboeken (en besprekingen van kinderboeken); ook dat is een kwestie van gehoor, het criterium is dat het vals klinkt maar het is of degene die het doet daar doof voor is. Die doofheid is meestal gemakkelijk te herleiden tot projectie: vertedering over zichzelf in kindergedaante, plus morele en pedagogische indoctrinatie.

Hier komen we nog een ander ingrediënt tegen dat bij dit soort kwesties hoort: vijandigheid. In een geval als dit haat jegens de 'onbegrijpende volwassenen'. In veel andere gevallen is het ressentiment tegen alles wat gezien wordt als 'elitair'.

Het is of je dat kunt horen, of het verankerd is in het taalgevoel, en het heeft bijna altijd de vorm van inzicht in de primitieve denkwijze van een ander. Je hoort hem/haar iets zeggen en je herkent het infantiele, het zelfgenoegzame, het bewaarschoolachtige, het intolerante: het is invoelbaar en op grond van die invoelbaarheid verwerpelijk.

Een van de opmerkelijkste manifestaties van dat ressentiment is het belachelijk maken van beschaafd Nederlands in de reclamespots op radiostations die klassieke muziek uitzenden. Het is werkelijk iets heel zonderlings: het is of de sprekers zich gedwongen voelen speciale moppige stemmen op te zetten, gemaakt-chic zoals vroeger in ouderwetse populaire toneelstukken waarin de hogere standen belachelijk werden gemaakt. Vooral op de Concertzender is het zo hinderlijk dat ik het luisteren naar dat station vrijwel gestaakt heb (het heeft ook iets met de geluiddsterkte te maken: ze geven die reclameboodschappen daar op het maximumvolume, in de muziek overeenkomend met fortissimo-passages, zodat dan opeens dat mallotige accent met een stentorstem door het huis davert).

Maar ook op Radio 4 weten ze er weg mee; het is nu twintig jaar geleden dat zich een ontwikkeling voordeed waarin ik zelf nog een zekere partij heb meegeblazen, namelijk de oprichting van de voorvader van dit station, Nederland-Muziek, en in de herdenkingsuitzendingen daaraan gewijd viel me op hoe er ook in die tijd over klassieke muziek gesproken werd als iets verwerpelijks; er werd serieus gediscussieerd over de vraag of dat eigenlijk wel door de beugel kon, een uitsluitend aan deze elitaire muziek gewijde zender, of dat niet een provocatie was van het gezonde Volksempfinden - en waarachtig, ook toen al waren er komische nummers waarin Eef Brouwers datzelfde komische accent gebruikt. De achtergrond is ook hier een naïef wereldbeeld, iets met 'hoge heren' en een infantiele voorstelling van hoe het toegaat in 'hoge kringen', onmiskenbaar gevoed uit een grote vijandigheid.

Ik heb het wel eens meer geschreven: West-Europa zucht onder een destructief schuldgevoel over de elitaire bronnen van onze kunst en cultuur; de neiging het kind met het badwater weg te gooien zorgt nog steeds voor een absurde tirannie; nog altijd is de gedachte gangbaar dat het achterstellen, tegenwerken of belachelijk maken van klassieke kunst een soort verzetsdaad is, iets kranigs, een bewijs van progressiviteit. Zo invoelbaar is die manier van denken dat alle programma's waarin aandacht wordt besteed aan klassieke kunst - muziek, architectuur, literatuur... de zichzelf wegwerpende, krampachtige vorm hebben van een apologie.

Paus Johannes Paulus heeft op de laatste dag van zijn vierdaagse bezoek aan Portugal Maria van Fatima bedankt voor de val van het Marxisme en tegelijkertijd gewaarschuwd dat het atheïsme nog steeds het Christendom bedreigt. Ook dankte de paus Maria voor de bescherming van zijn leven. Het was gisteren tien jaar geleden dat op het Sint Pietersplein een aanslag op hem werd gepleegd.

De paus greep de feestelijke dankdienst aan het einde van zijn vijftigste buitenlandse reis opnieuw aan om te waarschuwen tegen geboortenbeperking en abortus. Direct na zijn aankomst in Fatima, zondagavond, bad de paus tien minuten voor het Mariabeeld waarin de kogels zijn aangebracht die Ali Agça tien jaar geleden op hem afvuurde. De paus is ervan overtuigd dat Maria ervoor gezorgd heeft dat hij in leven bleef. De aanslag werd gepleegd op de dag waarop Maria 74 jaar geleden aan drie herderskinderen zou zijn verschenen.