Een vriend om voor te sterven

'Reünie' van Fred Uhlman is een subtiele novelle over vriendschap en verraad. “Ik lees het nu voor de derde keer en nog steeds lopen de rillingen me over de rug wanneer ik de laatste regels lees. Het is bewezen: dit is een meesterwerkje.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Fred Uhlman: Reünie. Vert. Robert Warmenhoven. Uitg. Meulenhoff, 92 blz. Verkrijgbaar bij De Slegte voor ƒ 5,95.

'Hij verscheen in mijn leven in februari 1932 en is er nooit meer uit verdwenen. Meer dan een kwart eeuw is er sindsdien verstreken, meer dan negenduizend dagen, vluchtig en saai, doelloos door het besef dat prestaties of werk geen uitkomst bieden - dagen en jaren, vele zo dood als droge bladeren aan een dode boom.

Ik herinner me de dag en het uur dat ik voor het eerst deze jongen zag, die de bron van mijn opperste geluk en van mijn diepste wanhoop zou worden.'

Dit zijn de openingsregels van Fred Uhlmans Reünie. Zelf lees ik meestal alleen de eerste en de laatste regels van recensies. In het ideale geval zou een recensent als een usher moeten zijn, de dame of meneer die je in de donkere bioscoop met een zaklantaarn naar je stoel brengt. Sommige recensenten hebben een grotere ambitie en proberen recensies te schrijven die het boek overbodig maken. Het spaart de lezer tijd.

Om dat tegen te gaan schuift het merendeel van de Nederlandse uitgevers als bladwijzer in de boeken die zij naar de critici sturen een geeltje of een snip. De reactie van de usher die geen fooi krijgt is bekend; hij buigt zich naar u over en sist in uw oor dat de butler het gedaan heeft. De pointe verraden: dat is wat ik zo meteen doe met de novelle Reünie - misschien is verraad wel de ultieme test voor een boek. Goede boeken laten zich niet verraden. Sterker nog: ze worden met iedere lezing beter.

Met een stapeltje boeken - waarvan ik er twee al twee keer gelezen had - onder mijn arm verliet ik De Slegte: Kleine Hongaarse Pornografie van Péter Esterházy, Kopie van een nachtmerrie van Ana Blandiana, Reünie van Fred Uhlman, März, de carrière van een schizofrene dichter van Heinar Kipphardt en Gesprekken met professor Y van Louis-Ferdinand Céline (de mensen kopen een caravan maar ze lenen een boek).

Ik noem de boeken niet alleen om te laten zien hoe verdomd ontwikkeld ik ben, maar ook om iets over mijzelf mee te delen. Elk oordeel over een boek is persoonlijk, hoeveel geleerde woorden de bespreker er ook bijsleept. De stem van de schrijver bevalt je of bevalt je niet. Daarom zouden kranten bij recensies een foto, een cv en een persoonlijke boekentoptien van de recensent moeten plaatsen, zodat je weet met wie je te maken hebt.

Hoeveel wijzer word je van een blik in iemands boekenkast? Ik loop altijd onmiddellijk naar andermans boekenplanken, niet om te ratsen, - ik zweer het met mijn hand op mijn hart - maar om te zien of je liefdes deelt. Mijn persoonlijke twaalf meest geliefde en invloedrijke titels: Haat is een deugd, Gustave Flaubert; De rode ruiterij, Isaak Babel; Mijn laatste snik, Luis Buñuel; Reünie, Fred Uhlman; The Catcher in the Rye, J.D. Salinger; A perfect day for bananafish, J.D. Salinger; Dreams from Bunkerhill, John Fante; Reis naar het einde van de nacht, Louis Ferdinand Céline; Hadzji Moerat, Lev Tolstoj; Pipi Langkous in Taka-Tuka-land, Astrid Lindgren; Kazan de wolfshond, James Oliver Curwood en De uitvreter, Nescio.

Honderden lijvige boekwerken zijn er geschreven over de tijd dat lichamen werden omgesmolten tot zeep om het Herrenvolk schoon te houden, maar Reünie vormt met zijn subtiliteit en tegenstrijdigheid van gevoelens een klein, nooit te overtreffen meesterwerk.

Reünie is een boek over vriendschap en verraad. De vriendschap in de jaren dertig op een Stuttgarts gymnasium tussen een joodse jongen uit de intellectuele middenklasse en een telg uit het geslacht Hohenfels. Vanaf het moment dat Hans Schwarz de aristocratische Konradin von Hohenfels ziet, wil hij dat die bijzondere jongen, die van een andere planeet lijkt te komen, zijn vriend wordt.

'Ik heb geaarzeld voordat ik schreef 'een vriend voor wie ik bereid geweest zou zijn te sterven'. Doch zelfs na dertig jaar geloof ik dat dit geen overdrijving was en dat ik bereid geweest zou zijn te sterven voor een vriend - bijna graag zelfs. Net als ik vanzelfsprekend aannam dat het dulce et decorum pro Germania mania mori was, zo zou ik gevonden hebben dat het pro amico ook dulce et decorum was. In de leeftijd tussen zestien en achttien combineren jongens soms een naïeve onschuld, een stralende zuiverheid van lichaam en geest met een vurige drang naar absolute en onbaatzuchtige toewijding. Dat stadium duurt gewoonlijk slechts kort, maar vanwege de intensiteit en het unieke ervan blijft het een van 's levens kostbaarste ervaringen.'

De vriendschap tussen de jongens is intens - ze dwalen door de straten en praten en leggen hun hart voor elkaar bloot als jong geliefden - en van korte duur. Na twee jaar bloedt de vriendschap dood doordat vader en moeder Hohenfels overtuigde nazi's blijken te zijn en Konradin schoorvoetend de kant van zijn ouders kiest. Hans wordt door zijn vader naar een oom in Amerika gestuurd omdat het Duitse antisemitisme te agressief wordt. Hij studeert daar, zijn ouders plegen zelfmoord en hij gaat nooit meer terug naar het Zwabenland.

Vele jaren later krijgt hij in Amerika, waar hij inmiddels een bestaan als advocaat heeft opgebouwd, een brief van zijn oude gymnasium in Stuttgart. Het is een inzameling voor een gedenkteken voor de oudleerlingen die in de Tweede Wereldoorlog gesneuveld zijn. Hans wil niets te maken hebben met zijn oude school. Toch kan hij niet voorkomen dat hij het boekje met de lijst van gesneuvelden bekijkt, waarbij hij de letter H angstvallig mijdt. Vierhonderd jongens waren omgekomen. Net zoveel als in werkelijkheid op het gymnasium in Stuttgart dat Fred Uhlman tegelijk met de gebroeders Schenck von Stauffenberg bezocht. Het was Claus von Stauffenberg die op 20 juli 1944 in het hoofdkwartier in Rastenburg een tas met een bom onder Hitlers stoel plaatste. Ik weet niet of Fred Uhlman bevriend was met Claus von Stauffenberg, maar hij heeft hem zeker gekend.

Ik lees Reünie voor de derde keer (in de goede vertaling van Robert van Warmenhoven, alleen had de Nederlandse titel misschien Hereniging moeten luiden) en nog steeds lopen de rillingen me over de rug wanneer ik de laatste regels lees. Het is bewezen: dit is een meesterwerkje.

'Wat maakte het voor verschil of hij dood of levend was als ik hem, dood of levend, toch nooit meer zou zien?

Maar was ik daar wel zo zeker van? Was het werkelijk absoluut onmogelijk dat de deur openging en hij naar binnen wandelde? En zat ik zelfs nu, op dit moment, niet te wachten tot ik zijn voetstappen hoorde?

Ik nam het boekje op en stond op het punt het te verscheuren, doch op het laatste ogenblik hield ik me in. Mezelf vermannend, bevend, deed ik het open bij de letter 'H' en las:

'VON HOHENFELS, Konradin, betrokken bij de samenzwering om Hitler te vermoorden. Geëxecuteerd.' '