Een keer heel boos

De eekhoorn sliep al toen er op zijn deur werd geklopt.

“Eekhoorn!”

“Ja”, zei de eekhoorn, terwijl hij wakker schrok.

“Ik ben het, de olifant”, zei de olifant.

“Ik slaap al”, zei de eekhoorn.

“Dat geeft niet”, zei de olifant. “Doe eens open.”

De eekhoorn stapte uit zijn bed, gaapte en deed zijn deur open.

De olifant stapte naar binnen.

“Hallo, eekhoorn”, zei hij. “Ik wou zo graag even aan je lamp slingeren... Is dat goed? Heel even maar.” Hij stapte op de tafel.

De eekhoorn zei niets en ging op de rand van zijn bed zitten.

De olifant greep de lamp en begon heen en weer te slingeren.

“Ha!” riep hij. Dát wilde ik, eekhoorn. Als je eens wist hoe graag ik dat wilde...”

De eekhoorn kreeg koude voeten en stapte weer in bed.

“Het gaat geweldig!” riep de olifant. Nog één keer heen en terug, dan is het wel genoeg.”

Toen brak de lamp en viel de olifant op zijn rug op de tafel. De tafel brak en de olifant viel op de vloer tussen de resten van de tafel en de lamp.

“De pijn valt mee, eekhoorn”, kreunde hij. “Maak je daar maar niet bezorgd over.”“Nee”, zei de eekhoorn. Hij keek naar zijn tenen die aan de andere kant van zijn bed onder zijn deken uitstaken en dacht: zal ik boos worden, zal ik eens één keer heel boos worden, zal ik opstaan en mijn ogen laten fonkelen en de olifant bij zijn slurf pakken en hem mijn deur uit slingeren en zeggen: 'Weg! Weg met jou!', zal ik dat nu doen?

De olifant stond op, voelde aan zijn hoofd en zei: “Ik heb heerlijk geslingerd, eekhoorn. Dat is het voornaamste.”

En zal ik dan roepen, als hij ergens ver weg aan de andere kant van het bos jammerend neerstort: 'Ik wil je nooit meer zien!'?, dacht de eekhoorn.

“Nou, dan ga ik maar weer”, zei de olifant.

“Ja”, zei de eekhoorn.

“Dag eekhoorn.”

“Dag olifant.”

De olifant stapte naar buiten.

De eekhoorn schoot zijn bed uit, vloog naar de deur en riep: “Kijk uit!”

Maar de olifant viel al en kwam met een zware dreun op de grond terecht.

“Heb je je bezeerd?” riep de eekhoorn.

Even was het stil. Toen mompelde de olifant: “Nauwelijks.”

“Je slurf ook niet, of je oren?” vroeg de eekhoorn.

Weer was het even stil. “Tot nu toe niet”, kreunde de olifant.

Ze groetten elkaar opnieuw en even later stapte de eekhoorn weer in zijn bed. Gelukkig, dacht hij, hij heeft zich nauwelijks bezeerd. Hij draaide zich op zijn zij en sliep in.