Economische macht basis politiek; Europa wil scherper profiel naar buiten

TURIJN, 29 MAART. “Het politieke gewicht van de Europese Unie (EU) moet meer in overeenstemming worden gebracht met haar economische sterkte.” Dat staat in de verklaring die de staats- en regeringsleiders van de vijftien EU-lidstaten vanmiddag op hun bijzondere top in Turijn hebben aangenomen.

Om een krachtiger buitenlands beleid te kunnen voeren moet de besluitvorming in de Europese Unie “efficiënter en sneller” worden, aldus de verklaring. De leiders van de vijftien EU-landen willen hiermee een signaal geven dat de EU zich meer moet profileren op internationaal politiek gebied. De leiders willen overwegen “een specifieke nieuwe functie” in het leven te roepen die de Unie internationaal een meer herkenbaar gezicht geeft. Eerder al stelden Frankrijk en Duitsland voor een zogeheten Mr. Europe aan te stellen voor de buitenlandse politiek.

Op de bijeenkomst is het officiële startschot gegeven voor de zogeheten intergouvernementele conferentie (IGC), de herziening van het Verdrag van Maastricht.

De verklaring, waarin de hoofdlijnen voor de IGC staan vervat, is in algemene bewoordingen gesteld. De onderhandelingen over de concrete invulling ervan zal het komende jaar plaatshebben. Volgens de Europese regeringsleiders moet de IGC “in ongeveer een jaar” worden afgerond. Dat betekent dat de cruciale, laatste fase van de onderhandelingen waarschijnlijk plaatshebben onder Nederlands voorzitterschap.

De top in Turijn wordt deels overschaduwd door de 'gekke-koeienziekte' (BSE), die eerder deze week heeft geleid tot een wereldwijd verbod van Britse runderen en rundvlees. De Britse premier Major is woedend over het in Brussel genomen besluit. Hij zal de regeringsleiders van de andere EU-lidstaten op het hart drukken dat het probleem van de 'gekke-koeienziekte' niet louter mag worden benaderd als een Brits probleem maar dat het een crisis is die heel Europa treft.

Major, die gisteravond laat al in Turijn arriveerde en die vanochtend een persoonlijk onderhoud zou hebben met de Italiaanse premier Lamberto Dini, gastheer van de conferentie, verlangt daarom solidariteit van zijn Europese partners. Tegelijkertijd hebben Britse regeringsfunctionarissen onderstreept dat Londen de BSE-affaire los wil zien van de eigenlijke inzet van de conferentie in Turijn: aanpassing van het Verdrag van Maastricht.

Volgens de Europese regeringsleiders is de strijd tegen de werkloosheid een “prioritaire taak” van de Europese Unie en haar lidstaten.

Pag.4: Compromis over rol van parlement EU

In Turijn is afgesproken de inhoudelijke discussie over dit onderwerp door te schuiven naar de komende Europese top in juni in Florence.

In de verklaring van Turijn staat voorts dat betere middelen gevonden worden om de burger te beschermen tegen internationale criminaliteit, “met name terrorisme en drugshandel”. Daarbij moeten “uiteenlopende visies over juridische en parlementaire controle” worden opgelost. Een conflict over de rol van het Europese Hof van Justitie bij de politiedienst Europol heeft het afgelopen jaar geleid tot een hooglopend conflict tussen Groot-Brittannië en de overige veertien lidstaten.

Opzet van de IGC is de Unie dichter bij de burger te brengen. In dat kader past het voorstel dat “overwogen” moet worden het Europees Parlement meer wetgevende bevoegdheid te geven. Die bepaling is opmerkelijk, omdat Groot-Brittannië en Frankrijk tegenstander zijn van uitbreiding van de macht van het parlement. In de aanloop naar de top van Turijn verzetten deze twee landen zich tegen aanwezigheid van Europarlementariers bij de IGC. In een aparte bepaling, gevoegd bij de voorlopige conclusies, staat dat het parlement op de hoogte wordt gehouden van het verloop van de IGC, maar niet mag aanschuiven bij de eigenlijke onderhandelingen. Voorzitter Hänsch van het Europees parlement is daarover teleurgesteld, maar hij zei vanochtend toch “tevreden” te zijn over het compromis.

Behalve de rol van het Europees Parlement, aldus de regeringsleiders, moet ook worden bezien hoe de nationale parlementen nauwer bij de besluitvoring kunnen worden betrokken. Met name Frankrijk is voorstander van een grotere rol van de nationale parlementen.

Aan de vooravond van de bijeenkomst in Turijn hebben Frankrijk en Duitsland opnieuw gezegd dat zij versterking van het buitenlands beleid van de Europese Unie en van een gemeenschappelijke Europese defensie voorstaan. In een gezamenlijk artikel vanochtend in het Franse dagblad Le Figaro stellen de Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, en zijn Franse ambtgenoot, Hervé de Charette, dat hervorming van het Verdrag van Maastricht moet leiden tot een sterke Europese defensiecapaciteit, die nauw is gelieerd aan de NAVO. “Europa zal niet bestaan als het niet weet hoe het zijn defensie en veiligheid moet waarborgen”, aldus de ministers. Volgens hen is de opdracht voor de komende tijd “een echte Europese identiteit te definiëren binnen het raamwerk van het Transatlantische bondgenootschap”.