Dromend van liftboys en tennistrainers; Biografie legt verzwegen homoseksualiteit Thomas Mann bloot

Thomas Mann ervoer waarschijnlijk nooit de fysieke vervulling van zijn homoseksuele verlangens. Volgens zijn biograaf heeft hij daardoor de levenslustige vitale grootheid van Goethe niet kunnen evenaren. 'Alleen de eerste jaren van het huwelijk sliep hij met zijn vrouw. Verder masturbeerde hij, fantaserend over kelners, liftboys en tennistrainers.'

Klaus Harpprecht: Thomas Mann, eine Biografie. Uitg. Rowohlt Verlag, 2253 blz. Prijs ƒ 124,45 Thomas Mann: Tagebücher 1953-1955. Herausgegeben von Inge Jens. Uitg. S. Fischer Verlag. 977 blz. Prijs ƒ 162,55.

Een erkenning vooraf. Ik heb Thomas Mann bewonderd vanaf het eerste boek dat ik van hem las. Dat waren zijn gebundelde korte verhalen en het was in 1952. Daarna las ik het meeste van wat hijzelf geschreven had en over hem gepubliceerd werd. Ik ging in 1955 naar de Remonstrantse kerk in de Laan in Den Haag, waar Thomas Mann de laatste lezing van zijn leven hield: Versuch über Schiller. Ik bezocht een aantal malen zijn zoon Golo, de beroemde historicus, in het huis in Kilchberg aan de Zürcher See waar Thomas Mann het laatste jaar van zijn leven woonde, en keek elke keer met ontroering naar het kleine koperen plaatje dat decennia na zijn dood nog steeds naast de voordeur bevestigd was: 'Thomas Mann' stond er op, in kleine lettertjes.

Wachtend op Golo, die juist geïnterviewd werd door een Duitse televisieploeg, bracht ik eens een half uur door in zijn voormalige werkkamer. Oog in oog met de boekenkasten die nog uit het 'Buddenbrookhuis' in de Mengstrasse in Lübeck stamden. In Pacific Palisades, een deel van Los Angeles waar de familie Mann in ballingschap meer dan tien jaar woonde, stapte ik rond in de omgeving waar Thomas Mann jarenlang zijn dagelijkse wandeling maakte. Kortom, ik hoor tot de groep fanatieke bewonderaars die zich voor elk detail van het leven van de Grossschriftsteller (zoals Robert Musil hem hatelijk noemde) interesseert.

Dit kwam niet alleen door literaire bewondering voor de Buddenbrooks, Tonio Kröger, Der Tod in Venedig, Der Zauberberg, de Joseph-cyclus, Doktor Faustus, de essays, de brieven enz. of door persoonlijke affiniteit met het spanningsveld kunstenaar-burger, dat zo centraal stond in Manns oeuvre. Het kwam al helemaal niet door het Schopenhauer-pessimisme of de door mij in het geheel niet na te voelen Wagner-verering, waaraan Thomas Mann zijn leven lang heeft vastgehouden. Maar wel doordat hij na zijn bijna chauvinistisch strijden vóór de Duitse protestantse ziel met haar melancholieke muzikale romantische cultuur en tégen de retorische democratie van de rationele 'Zivilisation' van het westen zichzelf overwon, de Weimarrepubliek omhelsde en al in 1930 het nationaal-socialisme een 'Riesenwelle excentrischer Barbarei' noemde.

Weinig ontroert mij zozeer als zelfoverwinning. Ondanks zijn twijfels aan de massademocratie zag de humanist Mann scherper dan veel van zijn uit het conservatieve kamp komende tijdgenoten dat Hitler en zijn makkers de Duitse traditie monsterlijk vervalsten en dat de waardigheid en de rechten van de mens door een democratisch bestel werden gegarandeerd.

Men kan hier en daar lezen dat bewonderaars van Thomas Mann het sinds 1979 moeilijk hebben, omdat vanaf dat jaar de 'ontluisterende' dagboeken van de schrijver worden gepubliceerd. Bovendien heeft een aantal biografen (zoals Marianne Krüll met haar Im Netz der Zauberer) de afgelopen jaren bijgedragen aan debunking van de misschien wel meest geëerde, met de meeste onderscheidingen en eredoctoraten overladen auteur van onze eeuw. Zo schreef bijvoorbeeld ook Alfred Kossmann, die zichzelf overigens een fanatieke liefhebber van Manns oeuvre noemt, vorig jaar zomer in deze krant dat uit de dagboeken blijkt dat Thomas Mann 'een snel geïrriteerde, onaangename, kleinzerige, egocentrische man, een ijdeltuit, een snob' was.

Dagboeken

Klaus Harpprecht, een prominente Duitse journalist, oud-directeur van het S. Fischer Verlag en ex-speechschrijver van bondskanselier Willy Brandt, heeft nu geprobeerd dit proces van debunking af te ronden en een min of meer definitief kritisch beeld van Mann te schetsen met een ruim 2200 bladzijden dikke biografie, waarin alle dagboeken en al het Mann-materiaal zijn verwerkt.

Ruim 2200 bladzijden, waarvan 2073 tekst, maken van een boek een pil die maar weinig lezers zonder moeizaam slikken naar binnen zullen werken. Maar daar staat tegenover dat de pil verguld is. Harpprecht heeft een meeslepend, uitstekend geschreven boek tot stand gebracht, waarin Thomas Manns leven, ingebed als het was in de dramatische politieke ontwikkelingen van zijn tijd en verstrengeld met de verbazingwekkende familie om hem heen: zijn vrouw Katia, de zes kinderen, zijn broer Heinrich, met grote kundigheid en verve wordt geschilderd. Het boek is geen 'werkbiografie'. Manns literaire oeuvre wordt behandeld zonder de pretentie literair-historische of kritische vergezichten te openen. Thomas Mann als literaire, culturele, politieke persoonlijkheid is Harpprechts thema en hij behandelt dit virtuoos.

Zijn boek bevat verder interessante portretten van Katia, de oudste dochter Erika, de tragische oudste zoon Klaus, van Golo en broer Heinrich. Maar wat de biografie werkelijk uniek maakt is de soevereine kennis van de Duitse geschiedenis en de Amerikaanse samenleving die bijna op elke bladzijde naar voren komt. Harpprecht was van 1962 tot 1966 chef-correspondent van het ZDF in Washington en woonde in het midden van de jaren zeventig opnieuw jarenlang in de Verenigde Staten. In bijdragen aan Duitse weekbladen en tijdschriften hield hij zich verder diepgaand bezig met de recente Duitse geschiedenis. Ook met de iets verder terugliggende, zoals in Die Lust der Freiheit, (zijn favoriete boek) waarin hij de Franse revolutie vanuit Duits perspectief beschreef.

Deze brede intellectuele achtergrond houdt paradoxaal genoeg ook een beperking in. Harpprecht, in 1927 in Stuttgart geboren, is een Atlanticus, een kind en aanhanger van de Verlichting, een bewonderaar van de Amerikaanse democratie met haar ingebouwde zekeringen en stabilisatoren. Zijn affiniteit met en begrip voor Thomas Manns uit een Wilhelminische jeugd stammende denkwereld is hierdoor gering. Over Manns onbegrip tijdens en na de Tweede Wereldoorlog voor het Amerika om hem heen schrijft Harpprecht overtuigende bladzijden, maar dat Mann vreesde dat het McCarthyisme de Amerikaanse rechtsstaat zou kunnen ondermijnen en een fascistoïde ontwikkeling tot gevolg zou kunnen hebben, doet hij met de wijsheid van 1995 veel te gemakkelijk af als uitingen van een fundamenteel niet-begrijpen van het Amerikaanse bestel. Ook Manns antipathie tegen een aantal aspecten van de massademocratie, die de onderstroom is in zijn Betrachtungen eines Unpolitischen en die verwant is aan de democratie-kritiek van Tocqueville, stuit bij Harpprecht niet op enige respons.

Stalinisme

Uitputtend en in veel opzichten voortreffelijk beschrijft Harpprecht Thomas Manns gebalanceer op het scherp van de snede na 1945, toen hij een keuze tussen Bondsrepubliek en DDR vermeed en probeerde de Duitse culturele eenheid in zijn persoon voort te laten bestaan. Mann ging daarin ver. Tè ver. Hij liet zich in de DDR fêteren, sprak zich in het openbaar nooit uit over de gruwelen van het stalinisme en zweeg in Weimar over het feit dat een eindje verderop het nazi-concentratiekamp Buchenwald weer volop in bedrijf was, nu grotendeels gevuld met tegenstanders van het communistische regime in Oost-Berlijn. Harpprechts kritiek op dit gedrag dat grensde aan fellow-traveling is meer dan gerechtvaardigd.

Maar hiernaast vertoont hij een totaal gebrek aan begrip voor Manns afkeer van de Adenauer-republiek. Omdat Adenauer West-Duitsland vast verankerde in het democratische westen is hij Harpprechts held (ook van Golo Mann overigens) en vindt hij de visie van Thomas en Erika Mann dat Adenauer een republiek met sterk autoritaire trekken leidde, waarin met het naziverleden niet was afgerekend, verwerpelijk en dom. Maar wie zich herinnert hoe Adenauer zijn staatssecretaris Globke, degene die de Neurenbergse nazi-rassenwetten formuleerde, de hand boven het hoofd hield en hoezeer oud-nazi's in de jaren vijftig en in een deel van de jaren zestig prominente rollen in de Bondsrepubliek speelden, kan de opinies van vader en dochter in die jaren goed navoelen.

Ten slotte: als een roze draad loopt door het boek Thomas Manns levenslang naar buiten toe verzwegen homoseksualiteit. Hieraan schrijft Harpprecht Manns formele optreden, nimmer ontspannen gedrag, zelfs wat hij noemt zijn 'liefdeloosheid' toe. Als verlichte eind-twintigste-eeuwer lijkt hij hierin zelfs de centrale weeffout in Manns persoonlijkheid te zien. Mann ervoer naar alle waarschijnlijkheid nooit de fysieke vervulling van zijn liefdesverlangen, zegt hij en dat is de kern van diens falen de levenslustige vitale grootheid van Goethe te evenaren.

Hier draaft Harpprecht door. Mann was toch zeker biseksueel en de suggestie dat hij alleen in de allereerste jaren van het huwelijk met zijn vrouw Katia sliep en verder masturbeerde, fantaserend over kelners, liftboys en tennistrainers, wordt al weersproken door de zes kinderen die over een periode van vijftien jaar werden geboren. Manns Noordduitse patricische herkomst en zijn opvatting dat kunst met haar opruiende wezen schuil moest gaan achter een burgerlijke façade had in mijn ogen meer met zijn formele zelfpresentatie te maken dan met het onderdrukken van zijn homoseksuele verlangens.

Uit zijn brieven, vooral aan de kinderen maar ook aan enkele vrienden, en uit meer dan één roman of novelle blijkt verder van de kille liefdeloosheid die volgens Harpprecht Manns leven en werk doordrong weinig. Eerder uit de dagboeken, waarvan het tiende en laatste deel (net als de vorige vier 'over-geannoteerd' door Inge Jens) eind vorig jaar is verschenen. Maar de dagboeken geven vooral met een verbluffende oprechtheid weer wat Thomas Mann deed en vond. Irritaties kregen er een grotere plaats in dan betuigingen van warme sympathie. Hypochondrie, kritiek op zijn medemens werd breder uitgemeten dan vertrouwen in de toekomst en bewondering. Zij bevatten dan ook net zo min 'de totale Thomas Mann' als de romans, de essays, de radiospeeches tegen Hitler, de brieven, de redevoeringen van de representant der Duitse cultuur met doctorhoed of de komediant met de vele zelfstileringen. De debunkers halen er te veel uit. Klaus Harpprecht hier en daar ook, al blijft zijn boek de volledigste, leesbaarste, de meest in brede historische context geplaatste biografie van Thomas Mann op de plank.

Het tiende deel van de dagboeken is overigens onthutsende lectuur. Hier is een oude man aan het woord, die met niets ontziende scherpte het wegzinken van de eigen creativiteit boekstaaft. Niet van de wijs gebracht door een incidentele erectie weet hij dat zijn artistieke en intellectuele potentie afloopt. Een groot werk zit er niet meer in. Felix Krull schrijft hij af, beseffend dat dit geen magnum opus is waarmee zijn verbluffende oeuvre waardig wordt afgesloten. Hij heeft heimwee naar Californië en naar zijn mooie huis in Pacific Palisades en haat het huurhuis in Erlenbach bij Zürich, waar hij woont tot na veel gezoek het huis in Kilchberg wordt gevonden. Erika is een probleem, zij is verslaafd aan drugs en slaat geregeld door. Alleen Katia blijft het centrale houvast, waaraan hij zich zijn hele (innerlijk wankele) leven heeft vastgeklampt. Voor de Thomas Mann aficionado, die ik ondanks alle debunking ben gebleven, zijn het 359 ontroerende pagina's van de meest fascinerende 'deftige oude ijdeltuit' van onze eeuw.