'De vuurvliegjes hierbinnen, die blijven me ophitsen'

Een aardrijkskundeleraar in Amersfoort; een wiskundeleraar in Oldenzaal. Er gaat geen dag voorbij of er wordt uit de school geklapt over seksueel misbruik door leraren. Reacties op scholen en ervaringen van daders en ook slachtoffers. “Op mijn tiende ben ik eigenlijk gestorven.”

Het gebeurde een week voor de zomervakantie, bijna drie jaar geleden. Schooldecaan J. Bekker had net zijn eten op toen de telefoon ging. Aan de lijn hing de waarnemend conrector van zijn school, het Thomas a Kempis College in Zwolle. Ze was in paniek. Ouders hadden haar verteld dat een docent Nederlands hun 14-jarige dochter uit drie Havo had gedwongen tot seks. Negen maanden lang, op school en bij de 50-jarige man thuis. Na een onschuldig avondje oppassen.

De volgende dag deed het meisje aangifte, mede op aandringen van de school. Het bestuur schorste de docent voor de duur van het politie-onderzoek, de school en alle ouders werden ingelicht. Niemand kon het geloven. Een verkrachter, deze zorgzame vader van drie kinderen? Een verkrachter, deze leraar bevlogen zoals Theo Thijssen?

“De hele klas liep jankend de school uit”, herinnert Ingrid Gortworst (16) zich. Ze zat in de brugklas, had Nederlands en handvaardigheid van de man. “Hij was zo aardig en lief. Hij was mijn mentor niet eens, maar ging toch naar mijn oude school om over me te informeren.” En ook het docentencorps reageerde ongelovig. Rancune van een verliefde puber, klonk het in de leraarskamer. En of de school wel door had dat de collega voor zijn leven lang te schande was gemaakt. De woede kwam pas toen de Zwolse rechtbank de man veroordeelde tot anderhalf jaar gevangenisstraf en hem zijn lesbevoegdheid ontnam, wegens seksueel misbruik van een leerling.

Seksuele intimiteiten door leraren zijn het gesprek van de dag op middelbare scholen, nu bijna elke dag een nieuwe zaak in de media opduikt. In de lerarenkamer, op het schoolplein, in de klas, overal klinkt afschuw en afkeuring. Een leraar die een leerling tegen zijn of haar zin aanraakt, misbruikt niet alleen zijn macht, ook het gezag en vertrouwen dat hij als leraar geniet.

Die veroordeling is gemakkelijk gemaakt, vindt schooldecaan Bekker. De praktijk bleek vooral verwarrend. Leerlingen sympathiseerden met het slachtoffer dat met de aangifte haar nek had uitgestoken. Bij docenten streden solidariteit met het slachtoffer en loyaliteit met de dader om de voorrang. De school werd zich bovendien pijnlijk bewust van de heersende norm dat het ongebruikelijk is collega's te bekritiseren. Bekker: “Er was een taboe geraakt. De hele schoolcultuur stond op zijn kop. Maar nooit heb ik spijt gehad dat we het zo open en clean hebben gespeeld.”

De vraag rees hoe de Zwolse school het seksueel misbruik had kunnen voorkomen. Moet leraren verboden worden leerlingen thuis uit te nodigen? Wat mag een leerkracht wel, wat niet? Moet je in navolging van Amerikaanse scholen 'Teach but don't Touch' preken met het risico dat de sfeer kil wordt? En bepaalt niet de tijdgeest de grens tussen wat wel en niet geoorloofd is binnen de schoolmuren? Vijftien jaar geleden leerden nascholers leraren nog 'erotiek te gebruiken als positieve spanningsbron op school'. Maar anno 1996 wekt de term 'pedagogisch eros' bovenal bevreemding.

Door alle krantenberichten over ontucht werd erop gerekend dat de Onderwijsinpectie een stroom meldingen van seksueel misbruik op school zou registreren. Maar daarvan is nog niets gebleken. De inspectie noteerde dit kalenderjaar in het voortgezet onderwijs 25 klachten over seksuele intimiteiten door personeel. Net zoveel als vorig jaar in maart, weet vertrouwensinspecteur H. Onnekink. Het gaat om 'ongewenst (verbaal) gedrag' ('wat heb je een lekker kontje'), een leraar die over wc-deuren heenkijkt of niet ingrijpt als leerlingen phallussymbolen op het bord tekenen. Maar soms ook strekt de intimidatie zich uit tot aanranding en verkrachting. Wat Onnekink opvalt is dat de meldingen vaker dan vroeger op jongens betrekking hebben. Dat lijkt er vooral op te wijzen dat de slachtofferrol voor jongens steeds meer bespreekbaar wordt.

Ook op scholen zelf loopt het niet storm met leerlingen die klagen over ontuchtige leraren. Bij vertrouwensdocent B. Ordelman van het Baudartius College in Zutphen kwam slechts één leerling langs die vond dat een leraar stonk. En er was een collega die zich belegerd voelde door twee meisjes. “Je hebt wel eens iemand die wraak wil nemen op een leraar na een slecht cijfer”, herinnert ze zich. “Maar door die sensatiezoekerij prik je heen. En ik denk dan altijd aan de uitspraak van staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs: op 99,9 procent van de scholen is niets aan de hand.”

Die uitspraak mag geruststellend klinken, cijfers ontbreken. Hoe vaak leraren zich schuldig maken aan seksuele intimiteiten weet niemand. Alleen openbare scholen zijn verplicht seksueel misbruik bij de politie te melden. En onderzoek is er in Nederland nooit gedaan. Op basis van de 56 klachten die de inspectie vorig jaar registreerde, was op vijf procent van de middelbare scholen sprake van ongewenste intimiteiten. Daarvan waren 52 gericht tegen een mannelijke docent, schoolleider of conciërge en vier tegen een medeleerling. In veertien gevallen was sprake van seksueel misbruik. Vijf keer leidde de klacht tot strafrechtelijke vervolging. Soms ook kreeg de betrokken leraar ontslag. Onnekink: “Veel klachten zijn verjaard, zodat je geen juridische maatregelen kunt nemen. Wat je ook vaak ziet is dat scholen intern een oplossing zoeken. Ze zetten een leraar met pedofiele neigingen in de bovenbouw.”

Evenmin bestaat er een uitgekristalliseerd beeld van de ontuchtige leraar. Feit is dat het proces begint met kronkels in het hoofd van de betrokkene zelf, weet de Leidse psychotherapeut R. Bullens: fantasieën over seks met kinderen. Bullens behandelt elk jaar tientallen slachtoffers en daders van seksueel misbruik, soms ook begaan of ondergaan op school. Feit is eveneens dat de daders de seks stap voor stap voorbereiden - 'grooming' noemt Bullens dat. Eerst winnen ze vertrouwen door een oogappel een bijzondere taak in de klas te geven. Daarna isoleren ze de leerling. En tenslotte wordt hij of zij sluipend in een geseksualiseerde situatie gemanoevreerd. Meermalen. Soms met de dreiging zelfmoord te plegen als een ander erachter zou komen.

Een muziekleraar vertelde de psychotherapeut dat hij een eenzaam jongetje thuis had leren drummen en de jongen de seks daarna “heus niet erg vond. Hij lachte toch altijd?” Een wiskundeleraar vertelde Bullens dat hij dertig jongens had misbruikt door ze vanaf hun twaalfde jaar bij hem thuis bijles te geven. Aan de ouders verhaalde de man dat hun zoon zo slim was, dat vooral individuele lessen zouden baten. De eerste keren stoeide hij met zijn pupillen maar gaandeweg werden de aanrakingen ook seksueel van aard. Bullens: “Heel berekenend. De leraar trok de jongen af en vroeg of hij hem mocht penetreren als zijn slachtoffer op het punt stond klaar te komen. Het jongetje was op dat moment op zijn allerzwakst. De man kreeg zo altijd zijn zin.”

Cruciaal is, zegt de psychotherapeut, dat daders voorbij gaan aan de afhankelijkheidsrelatie die ze met leerlingen hebben. Kinderen kunnen zich niet verweren tegen hun overmacht. Bovendien ontnemen ze de slachtoffers het recht de eigen seksualiteit in eigen tempo te ontdekken. Veel jongens plakken zichzelf na het misbruik het etiket homoseksueel op, juist doordat ze in de identiteitzwakke fase van de puberteit door toedoen van een man klaarkomen. Andere slachtoffers slaan naar de andere kant door. De psychotherapeut heeft een jongen behandeld die vertelde dat hij 'tegen de klippen op meisjes neukte' om homoseksualiteit af te zweren. “Hun slipjes hing hij als trofee aan de muur van zijn slaapkamer.” Een andere jongen, misbruikt vanaf zijn tiende jaar, deed op zijn zestiende een serieuze zelfmoordpoging. “Ik ben op mijn tiende toch al gestorven”, bekende hij Bullens later.

Zover is Tjitske (29) niet gegaan. Ze is vanaf haar veertiende jaar vijf jaar lang door een docent geschiedenis op een Mavo misbruikt. Er was geen ontkomen aan want de man kerkte in dezelfde kerk en kwam bij haar ouders over de vloer. Aanvankelijk liet hij in de klas zijn benen onder tafel spelen met de hare. Hij verkoos haar om op zijn kinderen te passen en vroeg haar zijn lessen maatschappijleer voor te bereiden. Na school liet hij in de klas zijn broek zakken en vroeg haar hem te betasten. Uit vrees voor haar cijfers, haar ouders, haar vrienden (“je wordt het gespogen spek”) gaf Tjitske zich over. Ook toen hij vier tot vijf keer in de week gedwongen seks met haar had.

Tjitske: “Ik bleef de vrolijke Frans spelen zodat niemand in mijn buurt kwam. Maar op straat keek ik expres niet uit. Ik leefde in een leugen, alleen mijn hoofd was van mij. Pas toen ik de streek verliet, ontdekte ik door een opmerking van een vriendin dat ik jaren misbruikt was. Achteraf realiseer ik me dat ik signalen afgaf. Ik had gemillimeterd haar, douchte vier keer per dag en droeg altijd dezelfde wijde kleren in de hoop te camoufleren dat ik een meisje was. Maar het werd allemaal geweten aan de puberteit.”

Het gebrek aan betrouwbare cijfers neemt niet weg dat staatssecretaris Netelenbos beleid heeft aangekondigd tegen seksueel misbruik op school. De Arbowet schrijft scholen voor maatregelen te treffen die seksuele intimidatie moeten voorkomen en bestrijden. Hoe scholen dat doen, mogen ze zelf weten. Netelenbos bereidt echter een wet voor waarin ze een vertrouwenspersoon binnen de school en een externe klachtencommissie verplicht stelt.

Of zulke regels helpen wordt betwijfeld. Psycholoog en seksuoloog N. Bezemer wiens Rotterdamse bureau zo'n twee keer per jaar voor waarheidsvinding van seksueel misbruik door middelbare scholen wordt ingeschakeld: “Ik houd mijn hart vast. Structuur alleen helpt scholen niet er openhartig mee om te gaan. Nu stoppen scholen seksueel misbruik in de doofpot, of ze stormen als een olifant door de porseleinkast. Een vertrouwenspersoon doet daar maar weinig aan af. Die is ook maar leraar, collega van de dader. Die is geen superantenne, gespecialiseerd in seksueel misbruik.”

Sommige scholen zijn zich daarvan terdege bewust. Het Thomas a Kempis College heeft een vertrouwensgroep die desgewenst het RIAGG inschakelt voor een second opinion. En op het Isendoorn College in Warnsveld zien de beide vertrouwensdocenten het vooral als hun taak leerlingen, docenten en schoolleiding te praten over wat wel kan en wat niet mag. “Een stukje bewustwording noem ik het”, zegt vertrouwensdocent A. van Gessel.

Zijn eerste stelling: leerlingen raak je in beginsel niet aan. Tenzij je zeker weet dat een scholier dat goed opvat. Bijvoorbeeld bij brugklassers die op hun verjaardag roepen om een zoen van de leraar, of bij een onzekere leerling die “groeit door een bemoedigend schouderklopje”. Stelling twee: leerlingen komen niet bij leraren thuis. Stelling drie: op school zelf vermijdt een leraar dat hij met een leerling alleen tussen blinde muren zit. Van Gessel: “Kies dan een lokaal met een raampje. Dat is voor beide partijen een check om alleen te doen wat anderen mogen zien. Denken dat je seksueel misbruik op school kunt voorkomen, is een illusie. Maar als de sfeer open en goed is, is de kans groter dat het snel bovendrijft.”

In de studeerkamer van de Drentse belastingambtenaar Leo verraadt alleen de klassefoto aan de muur zijn verleden. Blozende meisjes en schutterige jongens van een jaar of dertien kijken bewonderend naar een veertiger met een basketbal onder zijn arm.

Vijftien jaar lang was Leo gymleraar maar het laatste jaar “spookte het” in zijn hoofd. Zijn denken werd getiranniseerd door seks met leerlingen, jongens vooral. Het werd een obsessie. Met partijtjes basketbal na schooltijd probeerde hij drie verlegen jongens meer zelfvertrouwen bij te brengen. In de dribbel streek hij af en toe langs hun kruis. De jongens lachten erom. Ze bleven komen. Totdat een collega hem met drie jongens onder de douche betrapte, allemaal met een erectie.

Leo: “Diezelfde avond kwam de rector praten met mij en mijn vrouw. Ik ben in therapie gegaan. Ik heb alle betrokken ouders een excuusbrief geschreven en ik besloot een nieuwe baan te zoeken. Zonder pubers om me heen.” Dan: “Tart nooit het lot. Het draadje is te dun. De vuurvliegjes hierbinnen, die blijven me ophitsen.'