Dansersstudio

De huidige situatie in de Nederlandse moderne dans baart menigeen zorgen, vooral nu er binnenkort weer subsidie te verdelen is. Pieter Kottman bijt in het CS van 15 maart) in de publieke discussie de spits af met een aanval op de Dansersstudio, het initiatief van Beppie Blankert.

Er zijn in Nederland vijf academies die studenten opleiden voor een carrière in de moderne dans (naast de vele klassieke ballet-opleidingen). Daaraan studeren jaarlijks gemiddeld 25 dansers af. Tel daarbij de constante instroom van buitenlandse dansers die in ons gunstige dansklimaat komen werken. Daartegenover staan zo'n 25 à 30 min of meer structurele moderne dansgroepen,die gemiddeld aan vijf dansers, meestal op part-time basis werk bieden. Conclusie is dus dat er nogal wat werkloze moderne dansers zijn. Die willen allemaal hun vak uitoefenen, en hebben daar veel voor over. Zo is er de afgelopen jaren een stroom van niet of nauwelijks gesubsidieerde, soms min, soms meer talentvolle produkties ontstaan.De grens tussen het uitvoerend en het scheppend kunstenaarsschap vervaagde noodgedwongen; dansers maken hun eigen voorstellingen, en na een bescheiden succesje noem je je dan natuurlijk choreograaf. De parallel met de jazz en geïmproviseerde muziek dringt zich op.

Wat Blankert betreft: begin jaren negentig was er een groot gebrek aan studioruimte voor de moderne dans. Blankert liet er een bouwen. Vervolgens diende zij een plan in om een beperkte groep getalenteerde dansers in die studio's d.m.v. dagelijkse trainingen en begeleiding verder te bekwamen: niet de grootste gemene deler, maar geselecteerd op artistieke kwaliteit. Die dansers kwamen terecht in een groot aantal al dan niet door de Dansersstudio ge(co)produceerde voorstellingen in binnen- en buitenland. Nu zijn ook de choreografen aan de beurt: de artistieke staf wordt uitgebreid met vier choreografen, zoals Kottman het persbericht citeert. Mij komt het dan voor dat de artistiek ondernemer Blankert stap voor stap werkt aan een op artistieke kwaliteit gestoelde structurering van het dansveld.