Cubaans regime sluit politieke versoepelingen uit

HAVANA, 29 MAART. Het Cubaanse regime heeft zich deze week fel uitgelaten over de dissidenten in het land en een geleidelijke opening van het communistische staatsbestel uitgesloten.

De verklaring van het Cubaanse politburo werd voorgelezen door Raúl Castro, de jongere broer van president Fidel Castro die minister van Defensie is en tweede man in de Cubaanse hiërarchie, op een bijeenkomst van het Centraal Comité van de Cubaanse communistische partij en is deze week gepubliceerd in de partijkrant Granma. De verklaring is alom uitgelegd als boodschap dat Cuba niet wenst toe te geven aan buitenlandse druk om te komen tot hervormingen.

In zijn toespraak, die door televisie werd uitgezonden, haalde Raúl Castro ook uit naar buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigingen en sommige aan de communistische partij verbonden instellingen. In dissidente kringen wordt een nieuwe arrestatiegolf gevreesd.

Castro waarschuwt onder meer dat “de revolutionaire waakzaamheid nooit zal worden veronachtzaamd”, en dat “de geschiedenis heeft geleerd dat zij die dit principe vergeten deze fout niet zullen overleven”. De media verdienen een strenge controle, aldus Fidels broer. Door “de zogeheten glasnost [transparantie] die de Sovjet-Unie en andere socialistische landen ondermijnde werden de massamedia een voor een overhandigd aan de vijanden van het socialisme”.

Waarnemers van de Cubaanse politiek zien in deze en andere uitspraken een “terugkeer naar de tijden van het stalinisme” en een ondubbelzinnige oorlogsverklaring aan het adres van al degenen die zich niet conformeren aan de partijlijn.

Castro hield zijn rede tijdens het vijfde plenum van het Centraal Comité, het hoogste orgaan in de communistische partij, dat jarenlang niet bijeen is geweest. Een dag voor de publikatie van de verklaring publiceerde Granma een toespraak van Carlos Lage, de architect van het Cubaanse economische beleid.

Opvallend is dat de woorden van Fidel Castro, die de slotrede van het plenum hield, slechts geparafraseerd in Granma zijn afgedrukt. De Cubaanse televisie liet tijdens Raúls rede wel beelden zien van Fidel Castro, die kennelijk de tekst meelas en herhaaldelijk instemmend knikte.

Het politburo beschuldigt bij monde van Raúl Castro sommige partijleden ervan zich bezig te houden met ideeën die wezensvreemd zijn aan de Cubaanse revolutie. “Tegen hen moeten we consequent optreden”, zei Raúl Castro. Vooral een aantal aan de partij gelieerde denktanks, zoals het Centrum voor Amerikaanse Studies en dat voor Europese Studies, moest het in de verklaring ontgelden. De directie van het Centrum voor Amerikaanse Studies was gisteren “wegens ziekte” niet bereikbaar.

Ook de diplomatieke vertegenwoordigingen in Cuba, met name de afdeling Amerikaanse belangen van de Zwitserse ambassade in Havana - in feite de Amerikaanse ambassade - kregen via de verklaring van het politburo een waarschuwing. Raúl Castro sprak van “een diplomatenwereld die weinig diplomatiek is” en verweet buitenlandse diplomaten dat zij op eigen houtje inlichtingen inwinnen in de provincies en verschillende lagen van de Cubaanse samenleving trachten te “penetreren”.

In kringen van de illegale Cubaanse oppositie is geschokt gereageerd op deze verharding van het standpunt van het regime. Raúl Rivero, hoofdredacteur van het dissidente 'persbureau' Cubapress, sprak gisteren somber over “het naderende einde” van een soepelere opstelling van de regering ten opzichte van de oppositie. Sinds medio februari is een groot aantal dissidenten door de staatsveiligheidsdienst opgepakt en korte tijd vastgehouden voor verhoor.

De hoofdredacteur van een ander dissident persbureau, Rafael Solano, verblijft sinds ruim een maand in detentie in Villa Marista, het hoofdkwartier van de geheime dienst. Een derde dissidente journalist, Yndamiro Restano, is in het buitenland en mag niet terugkeren naar Cuba.

De verharding in de opstelling van het Cubaanse regime volgt op het incident vorige maand waarbij twee vliegtuigjes van de Cubaanse ballingenorganisatie Hermanos al Rescate (Reddende Broeders), een groep vrijwillige piloten uit Miami, werden neergeschoten door MiG's van de Cubaanse luchtmacht. In een reactie daarop nam de Amerikaanse regering nieuwe maatregelen tegen het Cubaanse regime. Een daarvan was de ondertekening door president Clinton van een Republikeins wetsvoorstel dat het andere landen moeilijker maakt om handel met Cuba te drijven. De Verenigde Staten hanteren al dertig jaar een handelsembargo tegen het eiland.

In zijn toespraak voor het Centraal Comité, afgelopen zaterdag, erkende Carlos Lage dat deze zogeheten Helms-Burton-wet negatieve gevolgen zal hebben voor de Cubaanse economie. Volgens de wet kunnen zakenlieden uit derde landen in de VS worden aangeklaagd als zij “handelen” met door de Cubaanse revolutie genationaliseerde goederen van (Cubaans-)Amerikaanse burgers en moet hun de toegang tot de VS worden geweigerd. Vrijwel alle landen, inclusief de Europese Unie, verwerpen deze Amerikaanse wet wegens de extraterritoriale werking ervan. Onder buitenlandse zakenlieden in Havana bestaat grote ongerustheid over de mogelijke gevolgen van de Helms-Burton-wet', die op 1 augustus in werking treedt.

In een recent gesprek met NRC Handelsblad toonde Elizardo Sánchez, voorzitter van het Comité voor Mensenrechten en een van de meest gerespecteerde en gematigde dissidenten, zich somber over de directe toekomst van de dissidenten en de Amerikaans-Cubaanse betrekkingen. “De politieke krachten in Miami en Washington werken naar een geweldssituatie toe”, aldus Sánchez. Ten aanzien van de verharding door het Cubaanse regime sprak hij over “de grootste golf van repressie in dertig jaar tijd”, waarbij meer dan tweehonderd dissidenten in het hele land zijn aangehouden. De traditioneel sterk verdeelde Cubaanse oppositie heeft eind vorig jaar getracht de krachten te bundelen in een semi-parlement dat Concilio Cubano (Cubaanse Raad) wordt genoemd. De eerste bijeenkomst van de raad op 24 februari werd echter door het regime verboden.