Bosnische moslim bekent moorden

SARAJEVO, 29 MAART. Een Bosnische moslim, die een week geleden door de Bosnische Serviërs werd betrapt bij het leggen van mijnen, heeft gisteren bekend eigenhandig tweehonderd ongewapende Serviërs te hebben vermoord.

Jasmin Sljivo, die gisteren op de berg Trebevic bij Sarajevo door de Bosnische Serviërs aan journalisten en officieren van de internationale vredesmacht IFOR en de VN-politiemacht werd getoond, zei dat hij deel heeft uitgemaakt van een eenheid onder leiding van Musen Topalovic, beter bekend als Caco, die aanvankelijk in het leger van de Bosnische regering diende, maar zich later daarvan losmaakte en als gangster naam maakte. Topalovic werd in 1993 door de Bosnische politie gearresteerd en later doodgeschoten, volgens de officiële lezing bij een poging te ontsnappen. Sljivo, die een uiterst nerveuze en labiele indruk maakte, zei - in aanwezigheid van een buitenlands camerateam - tegen een Servische ondervrager dat de eenheid van Topalovic meer dan zevenduizend Bosnische Serviërs heeft vermoord en dat hij er zelf tweehonderd had doodgeschoten in de door Topalovic beheerste regio bij Sarajevo. De slachtoffers waren doorgaans Servische automobilisten die vanuit hinderlagen werden doodgeschoten. Hij zou ook veertig Servische vrouwen hebben verkracht, van wie er vijftien werden gedood. Er doken gisteren echter direct twijfels op over het waarheidsgehalte van Sljivo's verhaal, vooral over de aantallen die hij noemde. Sljivo is volgens de Serviërs 25 jaar oud. Maar volgens zijn ouders - die daartoe documenten overlegden - is hij pas twintig. Dat zou betekenen dat hij 16 was toen hij zijn misdaden pleegde. Volgens zijn ouders is hij epilepticus. De twijfel over de door Sljivo genoemde aantallen worden ingegeven door het feit dat na de uitschakeling van Topalovic in het gebied dat hij had gecontroleerd geen zevenduizend, maar veertig lijken zijn gevonden. (AP)