Alles verheven tot de Allesmacht; Barokke roman van Mircea Cartarescu

Mircea Cartarescu: Travestie. Vert. Jan Willem Bos, nawoord Sorin Alexandrescu. Uitg. Meulenhoff, 176 blz. Prijs ƒ 37,90

'Vriend, hoe moet ik de strijd aanbinden met mijn chimaera?' - het zijn de eerste woorden van de roman Travestie van de Roemeense auteur Mircea Cartarescu (1956). Tussen deze vraag, gesteld door de hoofdpersoon Victor aan zijn beeltenis in de spiegel, en het laatste woord, 'Verdwijn', gericht tot diezelfde beeltenis, speelt zich een verbeten strijd af. De 34-jarige Victor, auteur van enkele succesrijke romans, bevindt zich in een verlaten landhuis waar hij besloten heeft zich al schrijvende te ontdoen van de spookbeelden die hem sinds zijn jeugd achtervolgen.

Het wordt een strijd op vele fronten, waarbij een sleutelpositie wordt ingenomen door de jongen Lulu, een schoolgenoot die zich ooit, zeventien jaar eerder, op het afscheidsfeest van een zomerkamp als vrouw verkleedde. Waarom deze onschuldige grap voor Victor tot een trauma heeft geleid, waarom Lulu voor hem een 'steenpuist op de huid van mijn eenzaamheid' is geworden, is een van de belangrijkste vragen in Travestie. Victors herbeleving van het zomerkamp toont hem als een introverte, gedichten mompelende Einzelgänger die zich door zijn luidruchtige en vulgaire klasgenootjes tegelijkertijd aangetrokken en afgestoten voelt. Seks obsedeert hem niet minder dan de anderen, maar is tevens een levensgrote bedreiging voor zijn aspiratie om ooit Het Boek te schrijven dat alle andere boeken overbodig en hemzelf onsterfelijk zal maken. Zij die opofferen aan de seks wat eigenlijk toekomt aan de geest missen de werkelijke bevrijding, want 'door door te dringen in de vrouw van wie je houdt, verbeur je in feite het Grote Doordringen'.

Lulu's kwajongensstreek, zo wordt gaandeweg duidelijk, schokt Victor tot in het diepst van zijn wezen omdat het een vunzige variant is van zijn eigen ongebreidelde verlangen om geen mens, geen man of vrouw, maar alles te zijn, God te zijn, en nog veel meer dan dat: 'Alles verheven tot de Alles-macht en God verheven tot de God-macht'. Met zijn watten tieten, zijn ordinaire minirok en zijn dikke dijen gehuld in parelmoeren nylons is Lulu een parodie van Victors goddelijke droom.

Het travestie-thema keert op nog andere en complexere manieren terug in de roman. Victor heeft meer alternatieve gedaantes. In herinneringen, dromen en visioenen doemen ze op: de marmeren nimf uit het park van het zomerkamp, spinnen, zijn zusje dat niet bestaan blijkt te hebben maar dat hijzelf was, voor hij als peuter een operatie onderging die, zo wordt vagelijk gesuggereerd, seksuele afwijkingen moest corrigeren. De adolescent Victor is evenzeer een spookbeeld van de volwassen Victor als omgekeerd. Want is de volwassene, auteur van een onbenullige, niet afgeronde trilogie, met zijn optredens in literaire televisieprogramma's en zijn ruzietjes met zijn vrouw niet ook een parodie van zijn eigen adolescentendroom?

De strijd met de chimaera vergt veel, niet alleen van de hoofdpersoon maar ook van de lezer. Hij moet Victor volgen bij diens sprongen van heden naar verleden en van werkelijkheid naar droom, in zijn verwarde monologen, op zijn dwaaltochten als volwassene door het verlaten landhuis en als puber door het gebouw van het zomerkamp, waar de talloze gangen, trappen en vertrekken staan voor de krochten van Victors psyche. Hij moet spartelen in een net van symbolen en barokke taal dat de auteur om hem heen spant. Maar die rijkdom aan beelden, die weelderige taal en de knappe, complexe structuur vormen tegelijkertijd ook zijn beloning.

Zoals Sorin Alexandrescu in het uitvoerige nawoord bij de roman aangeeft, slaat de Roemeense literatuur met het proza van Cartarescu een nieuwe richting in. De ironie en het cynisme van de generatie van de tachtigers, die grotendeels ingegeven werden door de desillusie na de tijdelijke maatschappelijke en culturele liberalisering van de jaren zestig, en die ook Cartarescu's poëzie nog karakteriseren, zijn nu verdwenen. Grote thema's kunnen weer zonder postmoderne afstandelijkheid aan de orde komen. Als Travestie voor Roemenië inderdaad de voorbode is van zo'n nieuwe fase, is dat een reden te meer om uit te zien naar meer vertalingen van Mircea Cartarescu.