VVD en GPV voor unanimiteit in Europese Unie

DEN HAAG, 28 MAART. De regeringspartij VVD en het GPV willen dat Nederland in de Europese Unie geen meerderheidsbesluiten toestaat maar vasthoudt aan unanimiteit. Ook moet er op het terrein van werkgelegenheid niet meer werk voor Brussel komen.

Dit bleek gisteren in een debat over de Nederlandse inzet op de Intergouvernementele Conferentie (IGC), waar de verdieping en uitbreiding van de Europese Unie aan de orde is en bepalingen uit het verdrag van Maastricht (1991) worden herzien. Morgen begint deze hervormingsconferentie in Turijn. De conferentie wordt volgend jaar juni in Amsterdam afgesloten.

Weisglas (VVD) en Van Middelkoop (GPV) verweten de regering dat het memorandum van de Benelux-partners over de IGC op 7 maart in Wassenaar ondertekend was nog voordat de Kamer gelegenheid had gekregen om zich over deze gezamenlijke inzet te buigen. Het document is volgens Weisglas “ondemocratisch” tot stand gekomen.

Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) antwoordde dat de regering het memorandum ziet als een gezamenlijk vertrekpunt en niet als een definitief onderhandelingsstuk. “Het is een boodschap van de drie founding fathers (van de EU. red.), die besloten hebben om samen te werken en samen een grotere slagkracht te vormen. Het betekent niet dat dingen uit de Nederlandse inzet zijn weggevallen.”

In het algemeen was er in de Kamer veel waardering voor de behoedzame manier waarop de regering in vier notities de IGC heeft voorbereid. De regering bleek in het debat, ondanks de zware kritiek van de VVD, zelf ook dik tevreden. “Als je kordaat optreden wilt, moet je ook zorgen dat er instrumenten zijn om kordaat te zijn”, aldus Van Mierlo. Het is daarom volgens hem soms noodzakelijk om van de unanimiteitsregel af te wijken.

“De spijkerharde consensusregel ervaart iedereen, op het Verenigd Koninkrijk na, als een belemmering om tot politieke actie te komen. In de dagelijkse praktijk is het volstrekt onwerkbaar”, aldus Van Mierlo. Hij gaf toe dat er bij het loslaten van consensus een probleem onstaat bij de democratische controle op besluiten.

De regering ziet niet veel in het gebruikmaken van het recht van een veto. “Heb in hemelsnaam niet de illusie dat een klein land zijn bescherming vindt in het hebben van een vetorecht. Je kunt het vetorecht namelijk maar een beperkt aantal keren toepassen. Als je het vaker doet, verlies je je geloofwaardigheid. Dan word je als het ware op alle andere punten gepakt”, hield Van Mierlo de Kamer voor in het zes uur durende debat.

Volgens de regering blijkt differentiatie (meer snelheden binnen de EU) nodig, maar moet die in overeenstemming zijn met de doelstelling van het verdrag. “Zij is niet ideaal, maar zij is een beetje onvermijdelijk als het ledental groeit”, aldus Van Mierlo.