Vijftig jaar Mathematisch Centrum

“We moeten Nederland weer opbouwen en de wetenschap kan daarbij helpen. Vanuit die typische naoorlogse sfeer is het Centrum voor Wiskunde en Informatica in 1946 opgezet.” Aldus dr.ir. G. van Oortmerssen, sinds 1991 algemeen directeur van het CWI. Het heette overigens tot de verhuizing in de jaren tachtig naar het wetenschapscentrum Watergraafsmeer 'Mathematisch Centrum' - het woord informatica moest nog worden uitgevonden. “Een belangrijke doelstelling was dat wiskundigen zelf wiskunde zouden toepassen”, zegt Van Oortmerssen. “Dat afdalen vanuit de ivoren toren was in ons land niet eerder vertoond.”

De eerste jaren van het instituut is die betrokkenheid en openheid voor maatschappelijke vragen goed uit de verf gekomen, vindt Van Oortmerssen. “Op tal van terreinen werd statistiek toegepast en er kwamen wiskundige modellen om het Deltaplan door te rekenen. In de jaren vijftig ontwierp en bouwde het Mathematisch Centrum de ARRA, de eerste Nederlandse computer. Dat was een enorm succes, Fokker kocht er een om aan zijn Friendships te rekenen. Toen meer bedrijven interesse toonden is die afdeling, omdat hij niet langer binnen de missie onderzoeksinstituut paste, verzelfstandigd onder de naam Elektrologica en aan Philips verkocht.”

Het is een gang van zaken die vaker terugkeert: het CWI pakt een nieuw wiskundig-fundamenteel onderzoeksgebied op, komt tot toepassingen, draagt de kennis over aan universiteiten en/of bedrijven en zoekt een ander 'speerpunt'. Van Oortmerssen: “Zo is het met de discrete wiskunde gegaan, die bij ons zijn wortels heeft en nu sterk in Eindhoven is vertegenwoordigd, en meer recent met de biomathematica, ontwikkeld om biologische problemen zoals het verloop van epidemieën en de groei van populaties te onderzoeken.

Dat project is hier door Diekmann in Amsterdam ontwikkeld, het heeft tot samenwerking geleid met de Rijksuniversiteit Leiden en de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, en nu het op eigen benen kan staan is het overgedragen aan de Universiteit Utrecht.” Het CWI koestert zijn relaties met de universiteiten. Achttien van de honderdvijftig wetenschappers die het centrum in dienst heeft zijn een dag per week deeltijdhoogleraar. Van Oortmerssen: “Maar ook is er met de universiteiten iets van competitie en spanning, je vist in dezelfde vijver naar geld.”

Dat geld komt grotendeels van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, waarbij de 'basisfinanciering', nu 70 procent van het budget, steeds meer zal plaatsmaken voor 'projectfinanciering' in competitie met de universiteiten. Na de vette jaren zestig en zeventig, toen er minder noodzaak bestond om naar buiten te kijken en prompt de aandacht verschoof naar 'in zichzelf gekeerde wetenschap', is de laatste vijf jaar de maatschappelijke gedrevenheid op het CWI door toedoen van nota's als 'Kennis in beweging' weer helemaal terug. Van oortmerssen: “Chipcarts, data mining, software renovatie, dienstregelingen voor de spoorwegen, het zijn voorbeelden van hoe hoogwaardig fundamenteel wiskundig onderzoek kan samengaaan met toepassingen.”