Turijn; Italië's lang verborgen parel; De stad die weer lacht

Turijn wordt zich bewust van de schatten die de stad herbergt. Oude paleizen worden opgeknapt, nieuwe musea gaan open, historische collecties worden weer toegankelijk gemaakt. Een zwerftocht door Turijn, de komende twee dagen thuishaven van de Europese top.

Voor veel mensen reikt de culturele faam van Turijn niet veel verder dan dat het de stad is waar de soepstengel is uitgevonden. Voeg daar de fabrieken bij van en voor Fiat die decennia lang een besloten, naar binnen gerichte monocultuur hebben gevormd, en dan ontstaat een beeld van een stad die je op je Italiaanse toer beter kan overslaan.

Turijn is bezongen door Cesare Pavese, maar verguisd door Gustave Flaubert. De Fransman vond het, na Bordeaux, de saaiste stad van Europa. Een bruisende periode in het begin van deze eeuw, toen met name film en literatuur opbloeiden, heeft die reputatie niet kunnen veranderen. Het zal te maken hebben met het gesloten karakter van de Torinezen, die erg op zichzelf zijn en onderkoeld reageren. Met het klimaat: vochtig en kil in de winter, vochtig en benauwd warm in de zomer. En met de vorsten van het Huis van Savoye, die van Turijn de hoofdstad van hun rijk maakten en een paar jaar de hoofdstad van Italië, maar zich minder interesseerden voor kunst en cultuur dan voor fazanten en vrouwen.

Zelfs de voetbalclub Juventus wordt la vecchia signora genoemd, een bijnaam die wel respect oproept, maar weinig passie. Alles wat nieuw is, stoort ons, is een oud plaatselijk spreekwoord. De stad is decennialang gekarakteriseerd door een mengeling van stoffige oude aristocratie, ondernemers die zich laafden aan mamma Fiat en niet buiten hun stad kwamen, en arbeiders die uit het zonovergoten zuiden waren overgeplant naar de mist van Turijn en een schamel leven bij elkaar sprokkelden in de fabriek, met op vaste tijden een protesttocht onder de rode vlaggen. Drie jaar geleden nog zei de plaatselijke uitgever Giulio Bollati: “Dit is de stad die niet lacht.”

In hoog tempo is Turijn dit imago van zich aan het afschudden. De stad wordt zich bewust van de tientallen oude schatten die lange tijd uit zicht zijn gebleven. Oude paleizen worden opgeknapt, nieuwe musea gaan open, historische collecties worden weer toegankelijk gemaakt. Deze stad van ruim een miljoen inwoners, weggestopt links bovenin het land, half verborgen tussen de uitlopers van de Alpen, wordt herontdekt als een van de verborgen parels van Italië. Hier bevinden zich het grootste museum voor Egyptische kunst na dat van Kairo, het belangrijkste en mooiste museum voor contemporaine kunst van Italië, en een prachtige, nauwelijks bekende collectie van oud-Hollandse meesters. In Turijn wordt een culinaire traditie in ere gehouden van truffels, fonkelende rode wijn en onovertroffen chocola. Ruime pleinen geven de stad lucht. Je kan er zwerven van het ene naar het andere historische café, of wandelen langs de brede rivier de Po, die een paar kilometer verderop ontspringt in de bergen.

Een van de motors van dit nieuwe Turijn is Rudi Fuchs geweest, de huidige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij was van 1984 tot 1990 directeur van het museum voor contemporaine kunst in het kasteel van Rivoli, een voorstad van Turijn. Fuchs heeft dit museum van de grond getild. Er was af en toe wel stevige kritiek op zijn artistieke keuzes, waarin hij te weinig aandacht zou hebben voor ontwikkelingen in Italië. Maar hij heeft er in ieder geval een spraakmakend museum van gemaakt.

De monumentale gevel van het kasteel is al van kilometers afstand zichtbaar en troont hoog boven Rivoli uit. Het is een achttiende-eeuws gebouw dat wegens de invasie van de troepen van Napoleon nooit helemaal is voltooid. Jarenlang is het verwaarloosd en onder andere gebruikt als kazerne, maar eind jaren zeventig werd besloten het te restaureren. Het resultaat is een gebouw dat op zich al een kunstwerk is. De zalen zijn allemaal verschillend. Sommige zijn nog in de oorspronkelijke stijl, met wapenschilden, ornamentele en figuratieve fresco's, prachtig bewerkte plafonds en muren. Andere zalen zijn strak wit, daar zijn alleen nog maar de kale muren overgebleven. Het nadeel is dat tentoonstellingen moeilijker in te richten zijn wegens de grote verschillen tussen de zalen. Maar de unieke confrontatie tussen oud en nieuw levert grote verrassingen op.

Fuchs, die pendelde tussen Turijn en Den Haag, waar hij toen directeur van het Gemeentemuseum was, is in 1990 opgevolgd door Ida Gianelli. Nadat Fuchs het museum internationale bekendheid had gegeven, moest zij het verankeren in zijn directe omgeving. Dat valt niet mee. “Er is nauwelijks een traditie op dit gebied in Italië”, zegt zij in haar werkkamer, op de eerste verdieping van het kasteel. “Er zijn weinig moderne musea en de collecties vertonen enorme hiaten.” Zij werkt verder aan de opbouw van een eigen collectie, maar moet passen en meten met haar budget. “Hier bestaat niet de gewoonte om voor de lange termijn te investeren”, zegt Gianelli. “Ik moet opboksen tegen de gewoonte om miljarden lires uit te geven voor een tentoonstelling waarvan daarna niets meer over is. Italianen willen meteen effect, het gaat altijd om de onmiddellijke bevrediging.”

Het museum is een mix van publieke en privé-sector. Het gebouw is van de gemeente, de exploitatie wordt betaald door de regio, en tentoonstellingen worden gesponsord door lokale grootheden als de Fiat en de plaatselijke spaarbank. Die brengen met elkaar ongeveer 1,5 miljoen gulden per jaar op. Dat is een beperkt budget voor een museum met grote ambities. Maar Gianelli wil niet wegdromen bij het idee van een ideale tentoonstelling. “Ik ben een Genovees. Die letten nog meer op de centen dan de Torinezen. Ik haat de gewoonte om alles denkbeeldig te doen. Ik denk alleen maar aan wat echt mogelijk is.”

De naam Turijn, Torino in het Italiaans, wordt vaak geassocieerd met een stier, een toro. Die staat ook in het wapen van de voetbalclub Torino. De associatie ligt voor de hand, maar is fout, zeggen etymologen. De stad ontleent zijn naam aan het keltisch woord voor berg, taur - op heldere dagen zie je vanuit de stad de besneeuwde toppen van de Alpen liggen. De geschiedenis gaat terug naar de Romeinse tijd; Turijn is nog door Hannibal ingenomen. Maar een belangrijke stad is het pas geworden toen de koningen van Savoye hun rijk gaandeweg van een Franse in een Italiaanse mogendheid veranderden. Turijnse stadhistorici vertellen dat koning Emanuele Filiberto in 1563 zijn hof vanuit Frankrijk verplaatste naar Turijn.

Dit koningshuis van Savoye is ook betrokken bij de uitvinding van de soepstengel. In de tweede eeuw van de zeventiende eeuw was er een klein prinsje, Vittorio Amadeo II, die voortdurend last van zijn maag had en zelfs geen brood kon eten. Toen bedacht een plaatselijke arts de soepstengel - een groot succes bij het prinsje en de trots van Turijn. In sommige bakkerijen kan je nog de smakelijke ouderwetse versie vinden, in twee varianten: de korte en kromme rubatà of de soms wel anderhalve meter lange stirà. Overigens wijzen de Torinezen iedere verantwoordelijkheid af voor de fabrieksstengels die in veel Italiaanse restaurants op tafel komen.

De Franse invloed heeft het aanzicht van Turijn bepaalt. In tegenstelling tot vrijwel alle andere grote Italiaanse steden heeft de stad geen middeleeuws centrum. De plattegrond is gebaseerd op de ideeën van de Franse stadsplanners uit de achttiende eeuw. Het hart van de stad bestaat uit een geometrisch netwerk van brede straten. Deze komen uit op een aantal ruime pleinen, zoals piazza Castello, piazza San Carlo, piazza Vittorio Veneto. De imposante paleizen aan deze pleinen hebben in verband met de Europese top die morgen begint, een opknapbeurt gekregen, al zag het er begin van de week niet naar uit dat alles op tijd klaar was: Turijn blijft Italië.

De Italiaanse toevoeging aan de Franse geometrie zijn kilometers lange zuilengalerijen door heel het centrum. In Turijn regent het vaak, en het hof moest beschut over straat kunnen gaan. Nu kan je onder die galerijen zwerven langs de sjieke winkels van het centrum, af en toe stoppend in historische cafés als San Carlo, Tonino, Mulassano, Bicerin of Platti. Het oudste café, uit 1789, is Fiorio in de via Po: marmeren tafels, beklede stoelen, rode stof tegen de muren, een bewerkt plafond en veel spiegels. Hier kwamen de adel, de hofintriganten en de diplomaten bij elkaar, zodat het etablissement de bijnaam kreeg van 'het café van de machiavelli's en de staartjes' - in de achttiende eeuw droeg het politieke establishment een staartje.

Het symbool van Turijn is een vierzijdige koepel met daarop weer een lange spits, die hoog uittorent boven de oude paleizen en kerken. Dit is de Mole Antonelliana, letterlijk: het gevaarte van Antonelli. Alessandro Antonelli was een befaamde negentiende-eeuwse architect die van de joodse gemeenschap de opdracht had gekregen een grootse, ruim opgezette synagoge te bouwen. Aan de behoefte aan iets groots wilde Antonelli graag beantwoorden, maar de praktische eisen vond hij minder interessant. Antonelli wilde de strijd aangaan met de zwaartekracht en hoger bouwen dan enig Italiaanse architect ooit had gedurfd. Steeds kwam er wat bovenop. In 1862 was het gebouw klaar, maar de joodse gemeenschap was niet tevreden en droeg het gebouw dertien jaar later over aan de gemeente. Deze heeft er het museum van de Risorgimento in ondergebracht, de vanuit Turijn begonnen Italiaanse eenwording.

Een van de culturele erfenissen van het huis van Savoye zijn de collecties in het Egyptische museum en de Galleria Sabaudia, beide ondergebracht in een achttiende-eeuws paleis dat vroeger de Academie van Wetenschappen was. De enorme collectie Egyptische kunst is niet het resultaat van jarenlang kieskeurig verzamelen, maar van een aankoop en bloc. In 1824 kocht koning Carlo Felice de verzameling Egyptische kunst die op de markt was gebracht door de Franse consul in Kairo, Bernardino Drovetti. Ook de prachtige schilderijencollectie in de Galleria Sabauda is grotendeels aangekocht door de Savoyes, zij het van familie. Het beroemdste onderdeel daarvan is de verzameling van prins Eugène, Eugenio volgens de Italiaanse bordjes. Dit was een zeventiende-eeuwse legeraanvoerder met een grote belangstelling voor kunst, vooral voor de toenmalige Hollandse meesters. Daarom zijn in de galleria naast werken van Lippi, Botticelli en Giovanni Bellini ook stieren van Paulus Potter, stillevens van Jan Davidsz de Heem en werk van Jan van Eyck, Wouwerman, Van der Myn en vele andere oudhollandse meesters te zien - allemaal in dezelfde brede goudkleurige krullijst.

Een klassiek uitstapje is een bezoek aan de basiliek van Superga, die in de heuvels hoog boven Turijn ligt. Een krakend kabeltreintje brengt je naar boven, en daar heb je bij helder weer een prachtig zicht op Turijn, het dal van de Po en het Alpenmassief daarachter. Superga is innig verbonden met de geschiedenis van de stad. Het is de berg waartegen in 1949 het vliegtuig met het roemruchte kampioens-elftal van Torino te pletter vloog. En het is de plaats waar de meeste Savoyes begraven liggen. Wie bereid is om even te wachten tot de gemeentegids zin heeft om zijn werk te doen en bezoekers mee te nemen de graftombe in, krijgt tussen de zuchten door te horen dat in deze barokke ondergrondse kapel zestig afstammelingen van de Savoyes zijn begraven, onder wie zes koningen en negen koninginnen.

Het is een stukje oude glorie. Sommigen in Turijn dromen nu hardop van een nieuwe bloeiperiode. Europa heeft Maastricht op de kaart gezet. De Torinezen hopen dat dit ook met hun stad gebeurd. Een 'Verdrag van Turijn' zit er niet in. Morgen is nog maar het begin van de herziening van het verdrag van Maastricht. Maar de Europese top kan helpen de verborgen schoonheden te ontdekken van een te lang genegeerde stad.

Gerechten

De vier belangrijkste culinaire troeven van Turijn en de regio Piemonte zijn truffels, risotto, chocola en rode wijn. Truffels en risotto zijn op tientallen manieren te combineren, en de truffels komen ook vaak terug in pasta's en in vleesgerechten. De dessertwagens in de restaurants in Turijn zijn gevaarlijk aantrekkelijk.

Een typisch Piemontees gerecht is bagna cauda. Letterlijk betekent dit 'warm bad'. Het is een soort dipsaus van knoflook en ansjovis waarin rauwe groenten als bleekselderij, paprika en wortels worden gedoopt. Volgens een traditioneel recept gaat er een bol knoflook per persoon in, maar de meeste restaurants vinden dat asociaal en beperken zich.

Sommige restaurants serveren nog een ander typisch gerecht: rood vlees, bij voorkeur biefstuk, con Finanziera. Dat is een sterk-smakende saus met onder andere hanekammen, -lellen en -klieren. Dit gerecht is een erfenis uit het rurale verleden van Piemonte, toen alle onderdelen van de kip moesten worden gebruikt. In receptenboeken wordt in plaats van deze lichaamsdelen ook wel zwezerik gebruikt.

De beste chocola in de stad is te vinden bij Peyrano. De oorspronkelijke winkel ligt langs de Po, op de corso Moncalieri 47, maar er is ook een winkel in het centrum, corso Vittorio Emanuele 76. De stad claimt de ghianduia uitvonden te hebben, chocola met gemalen hazelnoot, vernoemd naar een populaire figuur uit het lokale marionettentheater. Is uitgevonden tijdens de bezetting door Napoleon. Cacao was toen schaars en in plaats daarvan werd chocola gemengd met gemalen hazelnoten.

De beroemdste rode wijn van Piemonte is de Barolo, die in kwaliteit de concurrentie voelt van de Barbaresco. Ook de Dolcetto en de Nebbiolo kunnen voor prettige verrassingen zorgen. Als aperitief is een vermouth vrijwel verplicht: de drank zou zijn uitgevonden door Hippokrates, maar Martini en Rossi maakten in de negentiende eeuw van Piemonte het belangrijkste produktiecentrum. Een andere beroemde regionale drank is de mousserende zoete dessertwijn Asti spumante.

Restaurants

In Turijn en omgeving is een hele reeks goede tot uitstekende restaurants te vinden. De drie bekendste zijn:

Villa Sassi-El Toulà. In de heuvels net buiten de stad, ondergebracht in een zeventiende-eeuwse villa. Het bijbehorende hotel heeft maar een handvol kamers. Befaamd wegens de kwaliteit van het eten en de bijzondere atmosfeer. Tel 0039-11-8980556

Vecchia Laterna, corso Re Umberto 2. Misschien het bekendste restaurant. Sommigen vinden dat het restaurant teveel teert op zijn faam, anderen (Michelin) geven twee sterren. Tel 0039-11-537047

Del Cambio, piazza Carignano 2. Meer dan twee eeuwen oud. Koning Vittorio Emanuele III zat altijd onder de klok tegen de achterwand van de zaal, en een lint in de Italiaanse driekleur geeft de vaste plaats aan van Cavour. Tel 0039-11-543760

Hotels

Als het beste hotel van de stad geldt het Turin Palace Hotel (via Sacchi 8, tel 5625511). Veel stijl heeft ook het Grand Hotel Sitea (via Carlo Alberto 55, tel 530512). Minder anoniem dan zijn naam doet vermoeden is het Jolly Principi di Piemonte (via Gobetti 15, tel 5629693). Deze hotels hebben alle drie interessante weekendarrangementen. Wat buiten het centrum maar handig voor beurzen e.d. is het nieuwe Meridien hotel (via Nizza 262, tel 0039-11-664 2000) in het Lingotto, de oude Fiat-fabriek die is omgebouwd tot congrescentrum. De Europese top wordt in het Lingotto gehouden.

Musea

Galleria Sabauda, via Accademia delle Scienze 6. Di t/m zo 9-14u. Tel 0039-11-547440

Museo Egizio, via Accademia delle Scienze 6. Di t/m za 9-19u, zo 9-14u. Tel 0039-11-5617776

Castello di Rivoli, piazza del Castello. Di t/m vr 10-17u, za-zo 10-19u. Tel 0039-11-9581547

Palazzo Bricherasio, via Lagrange 20. Di t/m zo 9-19u, ma 14-19u. Tel 0039-11-5171660

De lijkwade van Turijn is tijdelijk niet te bezichtigen wegens restauratie van de kapel.