Tommel in Kamer rechtlijnig of soepel, maar telkens op het verkeerde moment

DEN HAAG, 28 MAART. Het is tobben met Tommel. De staatssecretaris van Volkshuisvesting wordt met een steeds vijandiger sfeer geconfronteerd in de Tweede Kamer. De bewindsman van D66 staat bovendien volgende week in de Eerste Kamer een nederlaag te wachten. Het wetsvoorstel ter versterking van de rechten van huurders bij huurverhogingen zal daar door een meerderheid van VVD en CDA worden verworpen. Een voorstel nota bene waarmee de Tweede Kamer unaniem had ingestemd.

Dezelfde Kamer voert op het ogenblik een parlementair onderzoek uit naar de affaire-WBL, de Limburgse woningcorporatie die in grote financiële problemen verkeert. Medio april zal Tommel door de commissie-Hofstra hierover in het openbaar worden gehoord. In dezelfde periode wacht de staatssecretaris de tweede confrontatie met de Tweede Kamer over zijn voorstellen ter verhoging van de individuele huursubsidie. Een Kamermeerderheid wil daarmee veel verder gaan, maar moet nog wel aangeven waar zij het geld in dit lastige begrotingsjaar vandaan denkt te halen.

Het vermogen van Tommel om de Tweede Kamer tegen zich in het harnas te jagen is opmerkelijk, gezien zijn langdurige ervaring als parlementariër. Tommel werd in 1981 lid van de Tweede Kamer, nadat hij daarvoor de fractie van D66 in de Provinciale Staten van Drenthe had geleid.

Tommel, zeggen Kamerleden, is in zijn omgang met het parlement de ene keer rechtlijnig en de andere keer juist soepel, maar in beide gevallen steeds op het verkeerde moment. Dat was laatst te merken aan de irritatie bij VVD'er Hofstra in het eerste debat over individuele huursubsidie. Daarin was de VVD'er eigenlijk Tommels grootste bondgenoot. Totdat de staatssecretaris eerst vrijwel moeiteloos een concessie deed aan andere fracties om servicekosten toch onder de subsidieregeling te laten vallen. Nu breekt mijn klomp, dacht Hofstra. Om vervolgens van de staatsecretaris te vernemen dat een VVD-voorstel de eigen vermogens van huurders bij de huursubsidie tot een hoger bedrag vrij te laten, absoluut niet kon. “Nu breekt ook mijn linkerklomp”, riep Hofstra. Weg bondgenoot.

Toch is de verslechterde sfeer tussen Tommel en parlement tot nu toe meer atmosferisch bepaald dan dat er werkelijk zulke grote verschillen van opvatting zijn. Dit heeft ook veel te maken met de Kamerleden die sinds het aantreden van het huidige kabinet namens hun fracties over volkshuisvesting mogen oordelen. Hofstra bijvoorbeeld mag graag en met verve de klassieke VVD-standpunten hierover vertolken, zonder afkerig te zijn van een compromis. Dat sluit hij op pragmatische gronden regelmatig met de PvdA'er Duivesteijn, met wie hij het overigens graag oneens is.

D66, Tommels partij, heeft de onervaren parlementariër Jeekel ingezet, die zich als voormalig ambtenaar van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verbaast over de weinig productieve werkwijze van de Kamer. Dan heeft de staatssecretaris nog twee kleinere nagels aan zijn doodskist: de lastige SP'er Poppe (voor lagere huren en hogere huursubsidies) en van GroenLinks Oedayraj Singh Varma die, rad van tong, de emotie in het debat (“het gaat toch om mensen!”) niet schuwt.

Tot voor kort kon Tommel op steun rekenen bij oppositiepartij CDA. Dat kon moeilijk anders, omdat wat de staatssecretaris doet nauwelijks afwijkt van de lijn die zijn voorganger uitstippelde: de huidige CDA-fractievoorzitter Heerma. Maar voor doorgewinterde parlementariërs als Biesheuvel en Esselink is de verleiding bij zoveel verdeeldheid bij 'paars' groot naar gelegenheidscoalities te zoeken die het kabinetsbeleid kunnen verstoren.

Daarom constateerde Esselink deze week dat “anderhalf jaar paars volkshuisvesten met Tommel aan het roer tot veel verwarring en onzekerheid heeft geleid”. Tommel, riep de CDA'er, moet beleid gaan voeren. “Geen nieuw beleid, maar beleid.”

Het was opmerkelijk te horen hoe Esselink als vertegenwoordiger van het CDA waarschuwde dat de huren te hoog en de huursubsidies te laag dreigen te worden. Juist zijn huidige fractieleider heeft als staatssecretaris de huren fors verhoogd. Dit gebeurde onder druk van een bezuinigingsoperatie ('Tussenbalans') die het kabinet Lubbers-Kok doorvoerde. Om dezelfde reden is Heerma ook bezuinigingen op de huursubsidie allerminst uit de weg gegaan. Tommel mag met recht aanvoeren dat die subsidie nu voor het eerst sinds jaren weer omhoog gaat.

Met dezelfde erfenis als het CDA zit Tommels grootste opponent opgescheept: de PvdA'er Duivesteijn. Hij heeft zich ontpopt tot de Bolkestein van de volkshuisvesting: oppositieleider binnen de coalitie. De VVD-leider vindt deze vergelijking wellicht ongepast, maar een feit is dat ook Duivesteijn de grenzen begint te bereiken van wat een coalitiepartner nog kan verdragen.

De fractievoorzitter van D66, Wolffensperger, probeerde vorige maand nog chic te blijven toen Duivesteijn weer eens een conflict met Tommel uitvocht. Hij drong bij zijn collega-fractievoorzitter Wallage van de PvdA aan op andere omgangsvormen in de coalitie. Maar verder had hij “niet eens zin om kwaad te worden op Duivesteijn”. De leider van D66, Van Mierlo, verwoordde het ongenoegen bij zijn partij gisteren al wat harder, na het coalitie-overleg tussen de top van het kabinet en de drie fractieleiders. Er dreigen problemen, zei hij, “als de toon door de maximumsnelheid heengaat”. Vice-fractieleider Van Boxtel zei dat de aanvallen van Duivesteijn op Tommel “gewoon moeten ophouden”.

Wallage nam Duivesteijn in bescherming. “Hij staat voor een goede zaak”, zei Wallage en Duivesteijn doet dat namens de hele PvdA-fractie, aldus de voorzitter. Het voor een coalitiepartner onconventionele gedrag dat Duivesteijn tentoonspreidt, komt de PvdA niet slecht uit. Het valt samen met de in deze partij gekoesterde wens het sociale gezicht op te poetsen. Na jaren waarin mede onder verantwoordelijkheid van de PvdA de netto-huren vooral voor de laagstbetaalden flink stegen en de uitkeringen werden bevroren of verlaagd, is er behoefte aan een kop van Jut. Die heet Tommel.