Robeco wapent zich tegen 'hijgerigheid' financiële markten

ROTTERDAM, 28 MAART. Hoe verkoop je een beleggingsresultaat van 6,9 procent over 1995 terwijl de neutrale maatstaf voor internationale aandelenbeleggingen met 11,8 procent bijna het dubbele opleverde?

Voor die vraag zag Robeco-topman P. Korteweg zich gisteren gesteld bij de presentatie van de jaarcijfers van de Rotterdamse beleggingsgroep. Het vlaggeschip van de groep, het internationaal in aandelen beleggende Robeco-fonds, behaalde vorig jaar nog geen zeven procent rendement, op basis van herbelegging van het uitgekeerde dividend. Rolinco, het aandelenfonds met een hogere risicoprofiel, behaalde een beter rendement van 8,4 procent, maar bleef daarbij ook ver achter bij de maatstaf waaraan de fondsen zich spiegelen - de Morgan Stanley Capital International (MSCI) herbeleggingswereldindex, omgerekend naar guldens.

De voornaamste reden achter het tegenvallende resultaat is dat Robeco zich verkeken heeft op de spectaculaire stijging van aandelen in de Verenigde Staten. In dollars gerekend ging de Amerikaanse herbeleggingsindex in de VS in 1995 met ruim 38 procent omhoog. Niet alleen Robeco had dat niet voorzien, zei Korteweg, ook de meeste andere grote Europese vermogensbeheerders werden te laat wakker toen New York record na record bleef breken en de draak stak met de realiteitszin van de Europeanen.

Robeco had een slecht eerste kwartaal achter de rug, en wist dat de rest van het jaar nauwelijks meer goed te maken. En dat is voor een deel te wijten aan de tweede tactische fout die de Rotterdamse beleggers gisteren openbaarden. Het klassieke stock-picking bleek vorig jaar niet te werken. Niet de ondergewaardeerde 'value'-aandelen, waarin werd belegd met het oog op een 'inhaalslag' van hun waarde-ontwikkeling, boerden goed, maar juist 'growth'-aandelen die al hooggewaardeerd waren stegen sterk.

'Value', de Robeco-tactiek van 1995, legde het af tegen 'growth'.

Om te laten zien dat het leed goeddeels geleden is, toonde Korteweg het rendement van Robeco en Rolinco in de periode van 22 maart 1995 tot 22 maart van dit jaar. Uit die periode is het slechte eerste kwartaal van 1995 voor het grootste deel weggevallen en laten de rendementen van beide fondsen met 26,6 procent en 30 procent een veel beter beeld zien. Korteweg legde daar de meetlat van de MSCI-index niet naast. Die maatstaf toont een rendement van 30,3 procent over dezelfde periode, zodat Robeco nog steeds licht achterblijft.

Niet alles was overigens kommer en kwel in 1995. De obligatiefondsen Rorento en het Lux-o-rentefonds presteerden beter dan de bijbehorende JP Morgan internationale obligatie-index, en de verliezen bij de aandelenfondsen voor de Pacific en opkomende markten zongen de peso-storm van vorig jaar beter uit dan hun index.

Maar alles bij elkaar kwam Kortewegs betoog er op neer dat zijn aandelenbeleggers vorig jaar de prijs hebben betaald voor een te defensieve opstelling, en Robeco zich te veel heeft laten leiden door 'fundamentele' economische factoren zoals economische groei en winstontwikkeling.

Juist die fundamentele factoren boeten volgens Korteweg aan belang in. Omdat de klanten van beleggingsfondsen een kortere horizon krijgen, “elke dag een hoog rendement” willen en te ongeduldig zijn om te wachten op lange-termijnresulaten, staat of valt het lot van beleggingsfondsen meer dan voorheen met de dagelijkse nukken van de financiële markten. De markten zelf kennen minder beperkingen en grenzen, worden meer dan voorheen beheerst door de strategie van grote speculatieve spelers en vertonen door de snelle en wijdverspeide beschikbaarheid van koersrelevante informatie tekenen van wat Korteweg noemde “korte-termijn hijgerigheid”. De 'witte ruis' die zo ontstaat, ontneemt 'fundamentele' beleggers van tijd tot tijd het zicht op wat er werkelijk gebeurt. Vandaar dat methoden als technische analyse, die probeert de eigen dynamiek van de markten te doorgronden, een grotere rol gaan spelen bij Robeco.

Om het verschil tussen 'rustige' Robeco-fonds en het als meer riskant bedoelde Rolinco te vergroten, wordt nu voor beide fondsen een uiteenlopende beleggingsstrategie gevoerd. Rolinco zal zich concentereren op een select domein van fondsen, waarbij de landenweging het gevolg is van de aandelenkeuze. Bij Robeco moet het juist 'top-down' - precies andersom.

Sinds december zet een uit vier leden bestaand Investment Policy Committee de grote lijnen uit, die worden uitgewerkt bij Robeco en andere kleinere top-downfondsen uit de stal. Korteweg toonde zich niet bevreesd dat zo'n centrale benadering de afstand tot de markt niet nog groter maakt dan hij vorig jaar blijkbaar al was.