Recht of ontrecht

De aflevering 'Bij de rechter' (19 maart) over grootouders die hun kleinkinderen niet mogen zien, doet bij mij de vraag opkomen of de advocate en de rechter geen aardige grootouders hebben gekend.

Ik was van mening dat aan een omgangsregeling voor kinderen van gescheiden ouders de rechten en belangen van het kind ten grondslag liggen, in dit geval die van de kleinkinderen. Immers, het is voor het kind van belang (liefhebbende) ouders te hebben en tevens (liefhebbende) grootouders.

Het verbaast mij dat hier schijnbaar de belangen van de kleinkinderen totaal niet zijn behartigd. Kan een kwaadwillende, of teleurgestelde, of ongelukkige, of haatdragende ouder dit zó maar bewerkstelligen? De moeder heeft haar kinderen al van hun vader beroofd, waarom dan ook nog de kinderen hun grootouders te ontnemen?

In de rechtspraak is naar mijn mening van de belangen van de kleinkinderen een verkeerde voorstelling gegeven. De redenering berust op valse gronden. De moeder heeft haar wil opgelegd. De kinderen hebben geen stem gehad (de gevoelens van de grootouders nog buiten beschouwing gelaten). Hier is naar mijn mening geen recht gesproken, maar onrecht bevestigd.