Prenatale diagnostiek

Wim Köhler schreef in de krant van 22 maart een voorbeschouwing over het derde deel van de EO-triptiek over prenatale diagnostiek. Hij maakte een vergelijking tussen preventie van handicaps ontstaan door verkeersongelukken en door erfelijke afwijkingen. Die vergelijking is niet erg interessant.

Interessanter is het om preventie van infectieziekten en 'preventie' van erfelijke afwijkingen te vergelijken. Daarbij komt het dubbelzinnig gebruik van het begrip preventie boven water, wat Köhler (en met hem vele anderen) totaal ontgaat. Kinderen met bof of mazelen een kopje kleiner maken, noem je geen preventie. Evenmin kun je de praktijk, zoals die met de gangbare uitdrukking 'preventie' van erfelijke ziekten door middel van prenatale diagnostiek en abortus aangeduid wordt, preventie noemen. Je hebt immers het ontstaan van een erfelijke afwijking niet verhinderd. Alleen de geboorte van een kind met die erfelijke afwijking. Dit is een feitelijke constatering waar echt geen religieuze overtuiging voor nodig is.

Echte preventie zou zijn: het ontstaan van erfelijke afwijkingen voorkomen, maar dat is wetenschappelijk nog lang niet mogelijk. Prenatale diagnostiek is wel een vooruitgang in de medische wetenschap, maar géén vooruitgang in de geneeskunde, die immers als doel heeft te genezen. Abortus voorkomt geen enkele ziekte en geneest niemand. Je hoeft dus absoluut geen lid van de EO te zijn om te constateren dat abortus géén preventie en géén therapie is. Jaren geleden had Wim Kayzer (VPRO!) in zijn tv-serie 'Beter dan God' immers al geroepen dat 'men' de mongooltjes aan het 'uitroeien' was.