'Parlementair onderzoek naar CTSV dichtbij'

DEN HAAG, 28 MAART. De kans is groot dat er een parlementair onderzoek komt naar de bestuurscrisis bij het CTSV (College van Toezicht Sociale Verzekeringen) en de rol van staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) daarbij.

De regeringsfracties van PvdA en D66 in de Tweede Kamer zijn geneigd de wens van onder meer CDA, GroenLinks en SP om zo'n onderzoek te houden, te steunen. “Het onderzoek is dichterbij gekomen dan ooit”, aldus het Kamerlid Van Nieuwenhoven (PvdA).

De Tweede Kamer debatteerde vandaag met Linschoten over het voorgenomen ontslag van de drie bestuursleden van het CTSV, de oud-politici D. van Leeuwen (VVD), G.J. van Otterloo (PvdA) en M. van Rooijen (CDA). De Kamer huldigde het standpunt dat dit ontslag onvermijdelijk is. De bestuursleden hadden zelf deze conclusie al getrokken.

De staatssecretaris onderstreepte vanmiddag dat met het toezicht van het CTSV zelf “niks mis” was. Het probleem waren de ruzies (“kijven”, zei Linschoten) bij de organisatie. Dat maakte het ingrijpen voor hem “veel ingewikkelder”, omdat het CTSV een zelfstandig bestuursorgaan is. Het bestuur van het CTSV ligt al geruime tijd overhoop met zowel de directie als het personeel van dit toezichtsorgaan, dat de uitvoering van sociale verzekeringen zoals de WAO, de WW en de AOW moet controleren.

In de Kamer bestond veel kritiek op de afvloeiingsregeling waarop de bestuursleden op grond van hun arbeidscontract aanspraak kunnen maken. Van de regeringsfracties kreeg de staatssecretaris vooral van D66 kritische vragen. Het contract voorziet erin dat de drie bestuursleden bij tussentijds ontslag hun salaris krijgen doorbetaald tot het aflopen van hun oorspronkelijke ambtstermijn. Dit vergt in totaal een bedrag van 1,8 miljoen gulden. Bovendien hebben de bestuursleden daarna, net als ambtenaren, recht op wachtgeld. Schimmel (D66) noemde deze “ruime” afwijkingen van wat gebruikelijk is, “merkwaardig”. PvdA en VVD lieten weten dat de staatssecretaris het contract moet nakomen en dus de bestuursleden moet doorbetalen.

Diverse Kamerleden onderstreepten de verantwoordelijkheid die Linschoten heeft voor de benoeming eind 1994 van de drie CTSV-bestuursleden. De staatssecretaris gaf vanmiddag toe dat dit achteraf gezien “geen gelukkige mix en match” is geweest. “Anders had ik ze niet binnen anderhalf jaar voor ontslag hoeven voor te dragen.” Vooral de herbenoeming van Van Rooijen in december 1995 wekte bevreemding in de Kamer. Op dat moment was de staatssecretaris al op de hoogte van de perikelen bij het CTSV. Linschoten zei vanmiddag dat hij er bij de herbenoeming van Van Rooijen vanuit ging dat deze juist “capabel was om naar een oplossing te zoeken” voor de problemen bij het CTSV. Omdat Van Rooijen daardoor een contract heeft dat nog bijna vier jaar doorloopt, krijgt hij het grootste deel van de afvloeiingsregeling, bijna een miljoen gulden.