Openbaar ministerie verzet zich tegen commissie-Van Traa

DEN HAAG, 28 MAART. Het openbaar ministerie wijst het voorstel van de enquêtecommissie-Van Traa af om alle opsporingsmethoden en bevoegdheden van politie en justitie nauwgezet en limitatief wettelijk te regelen.

Justitie voorspelt “aanzienlijke praktische moeilijkheden” als alle middelen en bevoegdheden van het strafrechtelijk apparaat uitputtend worden vastgelegd. Het openbaar ministerie schrijft dit in een advies aan de minister van Justitie naar aanleiding van het op 1 februari uitgebrachte rapport Inzake Opsporing van de commissie Van Traa.

Het OM schrijft dat bij voorbeeld technologische ontwikkelingen zo snel kunnen gaan dat “politie en OM daar adequaat op moeten kunnen reageren of zelfs anticiperen”. Om de opsporing haar noodzakelijke “wendbaarheid” te laten behouden pleit het OM ervoor een ruime wettelijke omschrijving of een wettelijke kaderregeling uit te werken bij Algemene Maatregel van Bestuur.

Om te voorkomen dat er zich in de toekomst verdere “onbeheersbare en onaanvaardbare situaties in de opsporing” voordoen, zal justitie “een veel scherper toezicht op de politie uitoefenen”. De top van het openbaar ministerie congresseerde vandaag en gisteren onder meer over de vraag hoe het gezag van justitie over de politie kan worden versterkt.

Op een aantal cruciale punten wijkt de mening van het OM af van de voorstellen die de enquêtecommissie vorige maand deed. Zo is justitie bijvoorbeeld in het geheel geen voorstander van een verbod op het doorlaten van drugs om zicht te krijgen op een criminele organisatie. “Een algeheel verbod op het doorlaten van partijen zou onder omstandigheden een effectieve aanpak van zware georganiseerde criminaliteit te veel belemmeren”.

Ook wenst justitie geen limieten te stellen aan de hoeveelheden drugs die de politie op de markt mag brengen. Een dergelijke limiet zou het voor criminele organisaties erg eenvoudig maken infiltranten te ontmaskeren.

Ten aanzien van het inschakelen van criminele infiltranten bij opsporingsonderzoeken huldigt justitie het standpunt dat eerder al werd ingenomen door de criminoloog Fijnaut, adviseur van de enquêtecommissie. Hij stelde dat in sommige, vooral buitenlandse criminele groeperingen agenten niet zouden kunnen infiltreren waardoor de inzet van burgerinfiltranten noodzakelijk is.

De tijdens de enquête in opspraak geraakte Criminele Inlichtingendiensten (CID's) van de politie wacht een reorganisatie als het aan justitie ligt. “De CID moet worden omgevormd tot een in de recherche geïntegreerde afdeling informatievoorziening. De CID moet terugkeren naar zijn oorspronkelijke functie: het verzamelen, bewerken, veredelen en analyseren van criminele informatie en het opslaan en beheren daarvan.”

De top van het OM heeft gisteren de laatste hand gelegd aan de conclusies naar aanleiding van het rijksrechercheonderzoek naar de CID van de politie in Haarlem. Het eindrapport wordt morgen gezonden naar minister Sorgdrager. Zij moet beslissen over openbaarmaking van het rapport. Naar verluidt zouden haar hoogste ambtenaar, Borghouts, en minister Dijkstal zich tegen openbaarmaking keren, gelet op de gevoelige, pijnlijke informatie over de rol van de politie in de drugshandel.