Op excursie naar een woonboot

In groep zeven van meester Wijma leggen een paar leerlingen de laatste hand aan de ophaalbrug van het ridderkasteel. De kleuters in het speellokaal kijken naar de poppenkast waar Hans en Grietje zich te goed doen aan het knibbel-knabbel-knuisje-huisje van de boze heks. De afgelopen week hebben de allerkleinsten zelf een huis op kleuterhoogte gemaakt. Verlekkerd staan ze naar het dak te kijken dat is bezaaid met felgekleurde snoepjes.

Juf Aukje Folkerts heeft een paar dagen eerder met 68 kinderen uit groep drie en vier een excursie naar een woonboot gemaakt. In de klas van Peter Fidom vervaardigden 'achtstegroepers' van echte takken een manshoge Afrikaanse hut.

Bijna veertien dagen lang liggen op basisschool De Mirt in Kampen alle gewone lessen stil. De 230 leerlingen zijn nog maar met één onderwerp bezig: wonen. “Wij doen hier ieder jaar een project”, vertelt directeur Aldert Blijdorp. “Vorig jaar was het 'Water' en het jaar daarvoor 'Samen spelen, samen delen'.”

Alle leerlingen, van kleuters tot achtstegroepers, doen er aan mee. Ook dit jaar is er voor de groepen speciaal lesmateriaal samengesteld waarin de vakken taal, rekenen, biologie en wereldoriëntatie behandeld worden aan de hand van het gekozen thema. Zelfs de bijbelles, op deze vrijgemaakt gereformeerde school een belangrijk onderdeel van het lesprogramma, staat in het teken van wonen. Zo kregen alle zevendegroepers een uitgebreid stencil met als titel 'Wonen in de Bijbel', waarin naast tenten, rotswoningen en tempels ook de twee meter dikke muur van Jericho behandeld wordt. De oudste leerlingen zochten zelf naar psalmen waar van bouwen en wonen gerept wordt. En zelfs de voorganger van de kerk is bij het thema ingeschakeld. Op zondag preekt hij over psalm 127: 'Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden'.

Bij de start van het project werd een voor de gelegenheid vervaardigde vlag gehesen en zong de hele schoolgemeenschap op het schoolplein de speciaal gecomponeerde 'woon-yell'. Als aan het eind van het project de ouders massaal toestromen om te bekijken waar hun kroost veertien dagen lang mee bezig is geweest, is de school veranderd in een soort creatief jeugdhonk.

Waarom haalt een schoolteam zich zo veel op de hals, terwijl de druk om het gewone lesprogramma naar behoren af te werken al zo groot is? Directeur Blijdorp: “Je moet het zien als een doorbreking van de sleur. Eén keer per jaar gedurende veertien dagen doen we iets heel anders en dat doen we gezamenlijk. Dat geldt niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de leerkrachten.”

Bovendien, zo benadrukt de directeur, leren de kinderen door zo'n centraal thema weer eens heel andere dingen dan in de boekjes staan. Voor het vak rekenen zijn klaslokalen en speelpleinen opgemeten, plattegronden getekend, hypotheekrentes uitgerekend en energiebesparende lampen op hun zuinigheid beproefd. Bovendien weten de kinderen nu niet alleen wat een kadaster is maar ook hoe het werkt. Daarnaast was er veel aandacht voor de bouw. De hele cyclus van een bouwwerk - van ontwerp tot inrichting - werd behandeld. Er kwam een archtitect op school en de leerlingen mochten op papier een eigen wijk ontwerpen. Ook de verschillende beroepen in de bouw - stukadoor, verwarmingsmonteur, timmerman, kraanmachinist - passeerden de revue.

Per leeftijdsgroep was er een aangepast programma. Zo kregen de kleuters de beschikking over verschillende bouwmaterialen en zijn ze met z'n allen op excursie naar een nieuwbouwwijk geweest om te zien hoe huizen in het echt worden gebouwd. De middagen worden grotendeels gereserveerd voor de handvaardige kant van het project. Overal in de school wordt gebouwd en geknutseld. Zoals door Arjen en Renate, beiden elf jaar, die een heel bijzonder huis op hoge, dunne palen hebben gebouwd. Met een klein laddertje kunnen de bewoners omhoog. “Wij hebben op Irian Jaya gewoond”, zo voert Arjen het woord, “en daar werden van de sagoboom dit soort huizen gebouwd. De mensen zijn dan veilig voor giftige slangen en wilde dieren.” Zelf woonden ze indertijd in een klein dorpje in een laag huis van planken. Joke (11) laat een schoenendoos zien, waarin ze haar ideale kamer heeft gebouwd. “Met vrolijke gordijntjes”, wijst ze aan, “en een eigen televisie”. Want die blijkt Joke's grootste wens te zijn.

Voor leerkracht Peter Fidom, na drie jaar kleuters in Drenthe staat hij dit jaar ineens voor groep acht in Kampen, is het de eerste keer dat hij zo'n uitgebreid project meemaakt. “Ik vind het wel moeilijk om van het gewone programma af te wijken”, erkent hij ruimhartig, “alles verloopt nu veel rommeliger, er is geen duidelijke structuur.”

Niet alles lukt ook meteen. Het mini-huis dat de leerlingen zouden bouwen van zelfgemaakte stenen en zelf aangemaakt cement heeft nog het meeste weg van een mini-ruïne. Maar het blijkt een grote attractie zijn, temeer daar de kinderen op een lijstje ernaast mogen invullen hoeveel stenen er gebruikt zijn voor dit bouwwerk. De schattingen lopen uiteeen van 250 tot 2.750. De winnaar krijgt een reep chocola. Het is wat chaotisch, maar aan de andere kant wordt Fidom gerustgesteld als hij ziet hoe goedgemutst de kinderen aan het werk zijn.

Ook voor juf Aukje Folkerts is het een hele toer om met 38 zesjarigen wat structuur in het programma aan te brengen. “Zonder hulp van ouders gaat dat eigenlijk niet”, verzucht ze terwijl ze haar blik over de bijna veertig huizen op de tafeltjes laat gaan die de leerlingen zelf van karton en papier hebben gebouwd en ingericht. Haar collega gaat nog even met de stofzuiger door het lokaal, voordat de ouders komen. “Je merkt dat kinderen door zo'n project om zich heen gaan kijken en zich realiseren wat voor soort huizen en gebouwen er allemaal zijn”, legt Folkerts het belang van het project uit. Het staat dicht bij hun belevingswereld. Bovendien, zo benadrukt de juf, “het is erg leuk als de hele schoolgemeenschap met één onderwerp bezig is. Dat werkt bindend en geeft een leuke sfeer.”

Meester Wijma is het er mee eens: “Zo'n project als dit biedt kinderen op andere vlakken dan rekenen en taal iets extra's.” Wijma speelde met zijn zevendegroepers burenruzies uit, en oefende sociale vaardigheden door de kinderen in een rollenspel te laten klagen bij een woningbouwvereniging. “Maar ook voor mezelf is het leuk”, besluit hij, “je staat zo'n periode wat dichter bij je leerlingen.”