NOS-team smokkelde stukjes mensenbeen uit Srebrenica

ROTTERDAM, 28 MAART. Twee stukjes mensenbeen uit de omgeving van Srebrenica zijn begin februari in de bagage van een team van het NOS-Journaal naar Nederland vervoerd. Onder regie van de hoofdredactie, die met de botten in haar maag zat, heeft een ander Journaalteam ze twee weken later in Belgrado bij een patholoog-anatoom bezorgd.

“We waren verrast”, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Jan Rodenburg. “De vraag was: waarom hebben jullie dit meegenomen? Dat is geen goede beslissing geweest.” Volgens hem ging het om “twee aangevreten botjes van ongeveer tien centimeter”.

Het reportageteam van verslaggeefster Maria Henneman wilde de botten door het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk laten onderzoeken, aldus een van haar medewerkers. “Ze zijn afkomstig uit een veldje waar volgens de Amerikanen vermoedelijk tweeduizend moslimlijken begraven liggen”, zegt hij.

In het Journaal waren beelden te zien van een bevroren veldje waaruit knoken en stukken textiel staken: mogelijk sporen van de duizenden vermiste moslims uit de door Dutchbat bewaakte enclave Srebrenica, die in juli 1995 door de Bosnische Serviërs was overrompeld. “Zijn dat nou menselijke of dierlijke resten”, had het NOS-team zich volgens Rodenburg afgevraagd.

Om dat uit te zoeken besloten Henneman en haar medewerkers om twee monsters ter onderzoek aan te bieden aan een Servische patholoog-anatoom in Belgrado, maar die bleek onvindbaar. Verpakt in een plastic zak zouden de botresten in het vriesvak van de minibar van het hotel zijn bewaard. De medewerker zegt dat hij ze vervolgens “in een doosje” naar Nederland heeft vervoerd.

Plaatsvervangend hoofdredacteur Rodenburg: “In theorie neem je dan een zeker risico. Als de douane je koffer opent dan moet je wel kunnen verklaren waarom je dat bij je hebt en wat je ermee beoogt.” De leiding van het Journaal was niet gelukkig met de meegebrachte stoffelijke resten, die binnenskamers al gauw “de soepbotten” werden genoemd. Het laten onderzoeken van de botten in het land zelf vindt Rodenburg een journalistiek verdedigbare werkwijze, maar het meesmokkelen niet. “Het was lastig. We vroegen ons af: wat doen we nou?” zegt Rodenburg. “Het leek ons niet zinnig om het in Nederland te laten onderzoeken.”

Half februari werd verslaggeefster Pauline Broekema op reportage gestuurd naar Servië om en passant de Bosnische botten bij de patholoog-anatoom in Belgrado te deponeren. De medewerker in wiens bagage het materiaal verstopt zat droeg een brief bij zich van de hoofdredactie van het Journaal waarin stond dat hij een onderzoek uitvoert voor “NOS TV-news”. Rodenburg: “Er staat in voor wie de goederen die hij bij zich heeft bestemd zijn. Nee, die goederen zijn niet nader omschreven.”

Inmiddels heeft het NOS-Journaal het resultaat van het onderzoek binnen. De botten blijken volgens Rodenburg van mensen te zijn. Ze zouden nooit onder de grond hebben gelegen. De Servische deskundige denkt dat ze zijn aangevreten door roofdieren, die ze mogelijk van een andere plek naar de vindplaatst hebben gesleept. “Het ging om bewijzen, om aan te tonen waar de massagraven zijn. We zijn daarmee geen stap verder gekomen”, zegt Rodenburg.