Nieuw systeem van erfrecht; Positie ouder wordt versterkt bij nalatenschap

DEN HAAG, 28 MAART. In het nieuwe erfrecht moeten de goederen uit de nalatenschap van een overledene voortaan toekomen aan de weduwe of weduwnaar.

Kinderen krijgen een geldvordering op de achtergebleven ouder ter waarde van hun erfdeel. Die vordering kunnen zij pas opeisen bij het overlijden van de weduwe of weduwnaar.

Minister Sorgdrager (Justitie) schrijft dit in een nota over het erfrecht die zij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Zij wil met deze aanpassing van het erfrecht, dat geldt als er geen testament bestaat, de positie van de langstlevende ouder ten opzichte van de kinderen versterken.

In het huidige erfrecht, dat geldt sinds 1923, heeft de langstlevende ouder dezelfde positie als een kind. Ze erven ieder een gelijk deel van de nalatenschap. Daarmee is de overgebleven ouder nu afhankelijk van de opstelling van de kinderen, die hun erfdeel kunnen opeisen. Alleen met een testament kan de positie van de ouder worden versterkt.

Met de keuze van de minister voor deze zogeheten 'ouderlijke boedelverdeling' krijgt de langstlevende ouder de beschikking over de goederen uit de nalatenschap, opdat deze zoveel mogelijk op dezelfde voet kan leven als voor het overlijden van de partner. De achtergebleven ouder moet wel de schulden van de nalatenschap betalen en de successierechten van de kinderen voorschieten.

Kinderen krijgen de mogelijkheid om in bepaalde gevallen toch goederen in eigendom te krijgen. De waarde van die goederen mag niet groter zijn dan het bedrag waarop ze recht hebben. Van dit 'wilsrecht' kunnen de kinderen gebruik maken als de achtergebleven ouder opnieuw trouwt of wanneer de overgebleven ouder een stiefouder is. De achtergebleven ouder behoudt wel het vruchtgebruik van de bij wilsrecht opgeëiste goederen. De ouder mag de goederen dus wel blijven gebruiken, ook al wordt het kind de officiële eigenaar ervan. Een achtergebleven vrouw kan bijvoorbeeld blijven wonen in het huis dat zij voor het overlijden van haar echtgenoot had gekocht, haar nieuwe partner kan er geen aanspraak opmaken als zij komt te overlijden. Met dit wilsrecht kunnen kinderen uit het eerste huwelijk van hun moeder voorkomen dat de nalatenschap uiteindelijk bij de stieffamilie terechtkomt.

De Koninklijke Notariële Broederschap (KNB) is tevreden met de voorstellen van Sorgdrager. Met het voorstel wordt volgens KNB de notariële praktijk omgezet in wetgeving. Van de ruim driehonderdduizend testamenten die jaarlijks worden opgemaakt wordt het merendeel opgemaakt in de nu door Sorgdrager voorgestelde vorm van 'ouderlijke boedelscheiding'.