Ministers botsen tweemaal over Europa

DEN HAAG, 28 MAART. Vice-premier H. Dijkstal (VVD) is tijdens de voorbereidingen van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over Europa twee keer in conflict geraakt met minister-president Kok (PvdA) en D66-minister H. van Mierlo (Buitenlandse Zaken).

Naar nu blijkt hadden Dijkstal en zijn partijgenoot minister Zalm (Financien) enkele weken geleden ernstige kritiek op het zogeheten Benelux-memorandum dat Van Mierlo en premier Kok hadden opgesteld ter voorbereiding van de IGC, die morgen in Turijn begint. Bovendien botste Dijkstal vorige maand met Van Mierlo en Kok over de vraag wie de Nederlandse onderhandelaar zou moeten worden bij de voorbereiding van een herziening van het verdrag van Maastricht.

Sommige diplomaten beginnen te vrezen dat de politieke schermutselingen waarbij VVD-leider Bolkestein ook een prominente rol speelt, de voorbereidingen van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie zullen schaden, dat begin volgend jaar aanvangt. Op zijn beurt maakt Dijkstal zich zorgen over de zijns inziens gebrekkige manier waarop Van Mierlo zijn collega-ministers betrekt bij de besluitvorming over Europa.

Dijkstal en Zalm hadden twee weken geleden ernstige bezwaren tegen het Benelux-memorandum van Nederland, Belgie en Luxemburg, waarin een versterking van het Europese werkgelegenheidsbeleid werd bepleit. De VVD vreest dat Brussel nieuwe politieke bevoegdheden krijgt die ten koste gaan van de nationale regeringen. Bovendien heeft Dijkstal kritiek op het plan van het Nederlandse kabinet af te zien van Europese besluitvorming bij unanimiteit en voortaan met 'gekwalificeerde meerderheden' te gaan werken.

In een rede, vorige week in Antwerpen, waarschuwde Dijkstal “dat we moeten waken voor allerlei ingewikkelde vormen van besluitvorming die steeds weer wisselen wanneer het om andere onderwerpen gaat: gewone meerderheden, gekwalificeerde meerderheden, unanimiteit, unanimiteit minus een en dergelijke. Transparantie was toch zo'n groot goed?” Ook keerde Dijkstal zich in Antwerpen tegen de stelling van Kok en Van Mierlo dat verbreding en verdieping van de Europese Unie samen kunnen gaan.

Volgens Dijkstal traden Kok en Van Mierlo met het Benelux-memorandum naar buiten zonder dat het hele kabinet akkoord was gegaan. Vanuit Buitenlandse Zaken wordt echter gesteld dat het hele kabinet akkoord was gegaan met een concept-tekst van het Benelux-memorandum alvorens dit door de premier en vice-premier naar buiten werd gebracht.

Overigens stelt Dijkstal zich welwillend op tegenover plannen om het Europese Hof van Justitie een grotere rol te geven bij de bewaking van de juiste uitvoering van het verdrag van Schengen over de opheffing van grenscontroles in Europa.

Midden vorige maand blokkeerde Dijkstal het plan van Van Mierlo om B. Bot, permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie, aan te wijzen als degene die namens Nederland de onderhandelingen over een herziening van het verdrag van Maastricht zou gaan voeren. Van Mierlo wilde Bot omdat zijns inziens een “hoge diplomaat” een grotere manoevreerruimte had in het onderhandelingsproces dan een “relatief lage politicus”, zo zei hij tegen journalisten in Brussel. Bij de VVD interpreteerde men de aanwijzing van Bot als een poging van Van Mierlo om staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) buiten spel te zetten, omdat die zich te veel zou laten sturen door de reserves van VVD-aanvoerder Bolkestein ten aanzien van de politieke samenwerking in Europa.

In een persoonlijk gesprek met Kok en Van Mierlo eiste Dijkstal dat Van Mierlo alsnog Patijn zou aanwijzen. De liberale vice-premier wees erop dat het geen pas gaf een staatssecretaris op deze manier te passeren. Bovendien herinnerde Dijkstal zijn twee gesprekspartners eraan dat Patijn lid was geweest van de werkgroep-Westendorp, een groep onder leiding van de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken die de conferentie in Turijn moest voorbereiden. Het zou een vreemde indruk maken op de Europese partners hem vervolgens geen onderhandelaar te maken. Daarop haalde Van Mierlo bakzeil en werd Patijn aangewezen als Nederlands onderhandelaar.

Minister Van Mierlo toonde zich er gisteren in de Tweede Kamer voorstander van om de Europa-politiek mede inzet van de verkiezingen te maken. “Ik vind het dermate belangrijk als je echt een wending wilt geven aan een historisch beleid van een land, dat je dat op z'n minst tot een punt van bespreking zult moeten maken, bijvoorbeeld bij een volgend regeerakkoord. Europa is daar politiek belangrijk genoeg voor”, aldus Van Mierlo.