'Mijn scharrelruimte is groter dan die van de fractie'; Partijvoorzitter H. Helgers kritiseert reflexen in CDA

DEN HAAG, 28 MAART. Vorig jaar zocht partijvoorzitter H. Helgers (40) twee nieuwe kandidaten voor het partijbestuur van het CDA. De voorzitters van de regionale Kamerkringen mochten namen indienen. “Ik kreeg me een batterij burgemeesters voorgeschoteld”, herinnert Helgers zich. Hij stuurde de voorzitters terug om opnieuw te gaan zoeken. “Ik heb gezegd: 'Heren - want het zijn allemaal heren -, dat was niet de afspraak'.” Pas na duw- en trekwerk kwamen er andere kandidaten. Twee ervan - vrouw, zuiderling en toevallig ook nog katholiek - zitten nu in het partijbestuur.

Sinds zijn aantreden is Helgers bezig de bestuurlijke reflexen bij het CDA te bestrijden. “Resocialiseren” noemt hij het zelf: de bestuurdersvereniging CDA voorbereiden op een terugkeer naar een nieuw bestaan als politieke partij. Dat Helgers een strafrechtelijke term voor zijn activiteiten bezigt is geen toeval. Voor zijn komst naar het Haagse partijbureau, vorig jaar, was Helgers gevangenisdirecteur in het Brabantse Grave.

Helgers: “Er was tot voor kort iets heel geks aan de hand met het socialisatieproces in het CDA. De enige manier om mee te doen was als bestuurder. Nieuwe leden werden niet opgevoed in het politieke debat maar in bestuurlijk handelen. Het kunstje keek men van anderen af: 'Hoe gedraagt zo'n bestuurder zich nou? Wat doet een fractievoorzitter? Aha, consensus kweken, geen ruzie maken, intern compromis, extern compromis, ja, ja. Jezelf niet te sterk profileren, als Pietje daar zit en Jantje daar, moet ik ertussen gaan zitten. Dan creëer ik draagvlak voor de volgende bestuurlijke stap. Een paar overleefden dit proces: de politieke goudhaantjes van wie je zei: hoe is het mogelijk, al tien jaar actief in het CDA en toch nog 'gezond'.”

Zoals Helgers in zijn jeugd 'beatmissen' organiseerde om het kerkbezoek in Geleen te stimuleren, zo probeert hij nu nieuwe vergadermethoden uit om het politieke debat te laten opbloeien. “Daarin ben ik mateloos opportunistisch”, zegt hij. “Als ik alternatieve instrumenten ontdek om de politieke discussie te bevorderen, zoals laatst op een geslaagde jongerenmanifestatie in Nijmegen, dan aap ik het meteen na. We moeten af van de TPV-vergaderingen: toespraak, pauze, vragen. Het mag via Internet. Het mag via huiskamerbijeenkomsten. Het mag met popconcerten zoals mijn Vlaamse collega Van Hecke doet. Als het maar werkt.”

Zelf onderging Helgers ook een heropvoeding, maar dan in de omgekeerde richting. Hij riskeerde vorig voorjaar vroegtijdig ontslag toen hij zich liet ontvallen dat de Tweede-Kamerfractie van straks flink vernieuwd moest worden, en dat er meer katholieken in moesten omdat die dreigden ondergesneeuwd te worden in de top van de partij. Sindsdien heeft Helgers bijgeleerd. Hij heeft de kotholiekenkwestie leren accepteren als een 'open zenuw'. Kritiek op de fractie gaat vergezeld van verzachtende bijzinnen. Maar het doel blijft: zijn partij vernieuwen tot een “assertieve en herkenbare” christen-democratische formatie. En katholieken benoemt Helgers gewoon, zoals blijkt uit de procedure rond het partijbestuur. Bovendien wil hij de regel schrappen dat een CDA-lid die op een kieslijst voor een lokale partij staat, automatisch wordt geschorst. Lokale CDA-afdelingen moeten daar zelf over beslissen, vindt hij. Waarschijnlijk zullen vooral katholieke afdelingen in Brabant en Limburg die een rijke traditie kennen van lokale lijsten, van die vrijheid gebruik maken.

Langzamerhand is de vraag wie er verder is gevorderd in de vernieuwing van het CDA: de partij of de fractie?

“De partij. Daar zit de motor van de vernieuwing en die levert de thema's aan die door de fractie moeten worden opgepakt. Dat kan ook, want mijn scharrelruimte is groter dan die van van de fractie. De partij kan meer denken op de lange termijn, de fractie wordt afgerekend op wat morgen speelt. Om een voorbeeld te noemen: het Strategisch Beraad (de CDA-denktank die rapporteerde over de koers van het CDA, red.) heeft voorgesteld te breken met gemeentelijke herindeling. Er komen boze burgemeesters bij me die zeggen: 'Nu ben ik eindelijk zover in mijn regio dat ik de gemeentelijke herindeling aanvaard heb gekregen, dan komen jullie ervan terug.' De fractie wordt met het kwadraat van dat soort opmerkingen geconfronteerd.

Neemt de fractie de thema's van de partij goed over? Bolkestein pikt ze nogal eens in zoals het gezinsbeleid en het gedoogbeleid.

“Ik heb dat met verbazing zien gebeuren. De VVD, die ik nooit op veel affiniteit met het onderwerp gezin heb kunnen betrappen en die heeft ingestemd met een drastische bezuiniging op de kinderbijslag, omarmde het onderwerp twee dagen nadat Heerma het gelanceerd had. Bolkestein volgt daarbij steeds hetzelfde patroon: hij neemt het thema over, geeft er eenmalig aandacht aan, werkt het niet uit, maar krijgt er wel veel media-aandacht mee.”

Heerma zei tegen Bolkestein 'join the family' toen de VVD-leider het gezinsthema omarmde. Wanneer durft een CDA'er hem eens echt aan te pakken?

“Het zou inderdaad assertiever kunnen. Het heeft te maken met het profiel van het CDA: gebrek aan assertiviteit, al zie ik ook groeiende weerbaarheid zoals in het debat over het drugsbeleid en het homohuwelijk. In de bagage die CDA'ers hebben meegekregen zit nu eenmaal conflictmijdend gedrag.”

Maar de fractieorganisatie is onlangs aangepast om assertiever te opereren.

“Dat heeft zijn tijd nodig. Maar het is waar: je mag verwachten dat Bolkestein in het parlement wordt aangesproken op dingen die hij buiten het parlement heeft gezegd. Tot nu toe is dat maar drie keer gebeurd, waarvan één keer door een CDA'er. Het CDA zou dat meer moeten doen. We denken nog steeds dat als de boodschap maar goed opgeschreven wordt de rest vanzelf komt. Het regeringspluche bracht dat met zich mee. Dat betekent dat je nu meer in communicatieve waarden moet investeren, iets waar we nog steeds schokschouderend aan voorbij gaan. In het drugsdebat zie je het overigens wel lukken met de nuloptie (streven naar verdwijnen van coffeeshops, red.) van Wim van der Camp.”

Maar dat levert vervolgens weer kritiek op binnen uw partij: de CDA-jongeren noemden de nuloptie 'bezijden de werkelijkheid.'

“Dat betekent dat de CDA-fractie een herkenbaar standpunt heeft gehad. Eindelijk, eindelijk is het zo herkenbaar dat de CDA-jongeren de moeite nemen het debat te voeren. Je moet je als oppositiepartij niet laten leiden door wat haalbaar is, maar door wat herkenbaar is.”

U heeft eerder gezegd veel nieuwe fractieleden te willen om afstand te nemen van het bestuurlijk verleden. Hoe gaat u de fractie vernieuwen?

“Ik wil er in elk geval voor zorgen dat er straks een generatie van nieuwe beelddragers van de christen-democratie klaar staat. Dat betekent dat Kamerleden die na een derde termijn willen bijtekenen een heel bijzondere motivatie moeten hebben om door te kunnen. Er staan genoeg mensen te trappelen om te beginnen. Ik wil daarbij extra investeren in jongeren onder de veertig, vrouwen, mensen van buiten de Randstad en mensen die geen ambtenaar zijn en niet als bestuurder vrijgesteld zijn door een belangenorganisatie.”

Zijn mensen uit belangenorganisaties - het geroemde 'middenveld' - ineens melaatsen geworden voor het CDA?

Nee, maar ik wil geen vrijgestelden, bestuurders. Daar heeft het CDA er meer dan voldoende van. Waarom zou het CDA geen CNV'er kunnen krijgen die ook voorzitter is van de ondernemingsraad van een groot bedrijf? Of iemand van een landbouworganisatie die zelf in zijn bedrijf met zijn kaplaarzen in de varkensstront staat? Als we louter bestuurders aantrekken, loop ik het risico opnieuw mensen binnen te halen die uit het verlengstuk van de Haagse bureaucratie komen.''