'Lirebiljet wordt gedragen door cultuur van het land'

ROME, 28 MAART. Veel Italianen hebben het gevoel dat ze een stukje schoonheid moeten inleveren om mee te kunnen doen in Europa. Als de euro wordt ingevoerd, betekent dat ook het einde van de Italiaanse bankbiljetten. Dan worden Caravaggio, Bernini, Volta, Bellini, Marconi en Montessori uit de circulatie gehaald. En veel mensen ruilen deze klassiek vormgegeven biljetten niet graag in voor modernere ontwerpen, zoals in Nederland.

“Het is alsof we dan ons visitekaartje kwijtraken,” zegt Roberto Mori, de directeur geldomloop in de Italiaanse centrale bank. Hij is degene die bepaalt hoe de Italiaanse bankbiljetten eruit zien, hij overlegt met zijn Europese collega's over de euro. “Onze bankbiljetten vertellen dat er personages zijn die een grote bijdrage hebben geleverd aan de cultuur en de kunst van ons land. Ze vertellen ons dat er ontwerpers zijn die in staat zijn dit personage op een stuk papier over te brengen, hem op een passende manier aandacht te geven. Ze vertellen ons dat er een Italiaanse stijl is die ook in deze bankbiljetten naar voren komt.”

Een bankbiljet is een stukje cultuur, zegt Mori. “Zoals alle andere artistieke, grafische en ambachtelijke uitingen worden ze gedragen door de cultuur van een land.” In zijn ruime werkkamer aan het imposante negentiende-eeuwse gebouw van de centrale bank, vertelt hij de Italiaanse bankbiljetten “zowel vanuit functioneel als esthetisch oogpunt vrij goed” te vinden. “Ik houd erg van de portretten en van de personen die zijn uitgekozen. De honderdduizend van Caravaggio, de vijftigduizend met Bernini, vooral die twee. Dat zijn hele mooie portretten, met groot meesterschap geëtst. Ze komen uit de bankbiljetten naar voren. Dat zijn echt kleine meesterwerken van de grafische kunst.”

Toch verwacht hij persoonlijk weinig moeite te hebben met een afscheid van de briefjes van honderdduizend, vijftigduizend, tienduizend, vijfduizend, tweeduizend en duizend lire - dat laatste bankbiljet is nu ruim een gulden waard. “Ik ben niet te sentimenteel over deze zaken. Bovendien zal ik blij zijn Europese bankbiljetten te zien. Dat zou betekenen dat we in een nieuwe wereld leven, in een nieuwe economische en sociale context, en daarom is de vreugde dat we tot deze nieuwe gemeenschap behoren groter dan het verlies van de Italiaanse bankbiljetten.” Om praktische redenen is hij ook tegen de optie om voor ieder land op de euro een hoekje te laten voor een persoonlijke noot.

Uiteindelijk blijft een bankbiljet voor de Italiaanse centrale bank in eerste instantie een betaalmiddel. “Een bankbiljet is een klein meesterwerk, een esthetisch onderzoek, maar we moeten niet vergeten dat een bankbiljet vooral een betaalmiddel is waarvoor een hoge functionaliteit is vereist. Het is geen museumvoorwerp. Op dit punt moet ik af en toe discussiëren met kunstcritici die kritiek hebben op de esthetische waarde van de bankbiljetten. Wij werken niet voor musea. Wij werken voor de man van de straat, iemand die wil betalen in een winkel en een stuk papier geeft. Hij wil het goed kunnen herkennen, hij wil dat het betrouwbaar is, dat het niet vervalst is. Kortom, hij wil functionaliteit, hij wil geen meesterwerken. Als daarna het biljet ook nog mooi is, des te beter.”

Uit hoofde van zijn beroep kent hij de andere Europese bankbiljetten uitstekend, en bij 'mooi' denkt hij, na de lire, allereerst aan het pond en de mark. “Ik vind de sterling mooi. Ze hebben een geschiedenis, je merkt dat ze deel uitmaken van een traditie die eeuwen teruggaat. Je ziet de Bank of England erachter. Ik vind ook de Duitse mooi. De Duitse cultuur is in die bankbiljetten, zowel in de personages als in de compositie. De donkere kleuren. Ze zijn authentiek.”

Mori vertelt dat de Nederlandse biljetten uit de jaren zestig en zeventig een jeugdliefde van hem waren. Niet wegens hun ontwerp, maar omdat het de eerste waren die mechanisch geteld en gesorteerd konden worden. De zonnebloem van vijftig gulden vindt hij ook nog wel mooi, maar het nieuwe briefje van honderd vindt hij “een beetje te modern”. Daarin is naar zijn smaak teveel aandacht gegeven aan de techniek, met name aan middelen om fotokopiëren te voorkomen. “Ik realiseer me dat we moeten leren leven dat soort biljetten,” zegt Mori. “Dat zijn de biljetten van de toekomst, niet die van Caravaggio en Bernini waaraan ik zo gehecht ben.”