KPN in wereld van glitter en glamour; Geprivatiseerd concern actief in medialand

De voormalige vrije jongen Henk Kivits (42) is niet anders gaan denken over de razendsnel veranderende mediawereld sinds hij een jaar geleden algemeen directeur van KPN Multimedia werd. “Datgene wat ik zeg heeft alleen ineens veel meer impact. Het is niet meer Henk Kivits die iets vindt, maar het is de mening van KPN.”

En de mening van Koninklijke PTT Nederland doet er tegenwoordig toe in medialand. Het telecommunicatiebedrijf heeft sinds de privatisering zijn vleugels uitgeslagen en betreedt gebieden die vroeger ondenkbaar waren. Het jongste wapenfeit is het belang van 17 procent dat KPN heeft genomen in het inmiddels al roemruchte sportkanaal dat de voetbaluitzendrechten van de KNVB bezit.

KPN nam dat belang in navolging van Philips. Beide 'oude bekenden' zijn nieuwkomers in de wereld van glitter en glamour. En hoewel hun omzet in medialand nog slechts een fractie is van de traditionele activiteiten ontwikkelen Philips en KPN zich steeds meer tot volwassen mediaconcerns.

De accommodatie van de divisie KPN Multimedia, formeel een gezamenlijke dochter van PTT Telecom en PTT Post, is aangepast aan de nieuwe rol. Het Rotterdamse kantoor is enkele weken geleden verruild voor een villa in Nederlands mediacentrum Hilversum. Aannemers zijn buiten nog bezig, maar de werkkamer van Kivits is op orde.

Kivits, voormalig eigenaar van het Geleense ingenieursbureau Intercai, kan zich wel voorstellen dat de entree van KPN en Philips in het wereldje sommige partijen aan het schrikken heeft gemaakt. Zo werd het voormalige staatsbedrijf met zijn bijna 300 deelnemingen in een recent onderzoek van Moret, Ernst & Young omschreven als een 'machtig bolwerk' en een 'spin in het web' in de mediamarkt. Volgens Kivits is de angst onnodig. KPN is van plan uitsluitend minderheidsdeelnemingen in mediabedrijven te nemen. “Het zijn clubs die gewoon hun eigen broek moeten ophouden. En toevallig zit achter die clubs een aantal grote partijen.”

Machtsvorming is volgens Kivits niet het doel waarnaar wordt gestreefd. “Er komt geen strategische samenwerking tussen Philips en KPN op alle terreinen. Per onderdeel wordt gekeken of er combi's met andere partijen gemaakt kunnen worden.” Waar op het ene gebied wordt geconcurreerd, wordt elders innig samengewerkt.

Neem Planet Internet, dat voor consumenten een toegang tot Internet verzorgt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van telefoonlijnen - een oude specialiteit van KPN. Gebruikers kunnen tegen lokaal tarief bellen. “Maar op zichzelf genereert dat te weinig omzet. Planet Internet moet dus ook een content organiser worden en daarvoor hebben we uitgevers nodig die met inhoud weten om te gaan.” En zo participeren naast KPN ook Wegener Arcade, de Telegraaf en Quote in het bedrijf.

Kivits: “Herinner je een paar jaar geleden de soundmix-show van Henny Huisman toen het hele telefoonnet plat ging. Daar hebben we van geleerd. Wij vonden het een goed idee om een grote infrastructuur op te zetten om de consumenten mee te kunnen laten doen met een tv-show. Maar daarbij hadden we een partij nodig die emoties op tv brengt. Endemol kan dat als geen ander en samen begonnen we Call Factory. Joop van den Ende zorgt voor emotie op tv en wij zorgen dat er gebeld kan worden.”

En zo ging het ook bij TeleSelect, de Nederlandse onderneming voor pay-per-view-televisie (de kijker betaalt per bekeken film) die actief is in Utrecht, Den Haag en Amsterdam. “Het Amerikaanse Graff heeft ervaring met pay-per-view, Philips heeft met zijn Polygram de beschiking over films en wij hebben verstand van afrekenmechanismen en infrastructuur.

“Dat is ook het verhaal van het sportkanaal. TeleSelect biedt met films interessante content. Maar er is nog een soort content interessanter dan films en dat is voetbal. Dus waarom maak je geen sportkanaal? Daar heb je voetbalrechten voor nodig. Die heeft de KNVB. Je hebt iemand nodig die weet hoe hij een televisiekanaal kan maken: Endemol, en je hebt partijen nodig die het kanaal toegankelijk kunnen maken met decoders en zo. Dat zijn Philips en KPN.”

Met al die kruisverbanden moet het een koud kunstje zijn om TeleSelect in plaats van concurrent FilmNet te helpen aan de sublicenties voor betaaltelevisie die het sportkanaal nu in zijn bezit heeft. Philips en KPN zijn immers betrokken bij beide ondernemingen. Maar daar wil Kivits niet van weten. “Als aandeelhouder van het sportkanaal wil ik dat het sportkanaal bij de verkoop van sublicenties het maximale er uit probeert te halen. Aan de andere kant zal ik samen met mijn maatje Philips er voor proberen te zorgen dat TeleSelect zo'n goede aanbieding doet, dat het de sublicentie in handen krijgt.”

Kivits haalt er een door hemzelf ontwikkelde brochure bij en begint enthousiast aan fel gekleurde kartonnen schijven te draaien. Midden in de cirkel bevindt zich de consument, terwijl de buitenste schijf van diezelfde cirkel de inhoud is die de consument wil consumeren: van nieuws tot sport en van reizen tot vacatures. Tussen de consument en de inhoud bevinden zich vier schijven - de werkterreinen van KPN. Het dichtst tegen de consument aan zit de schijf van de randapparatuur, de kastjes thuis (televisie, telefoon, decoder of PC), eigenlijk vooral het thuisland van Philips. Met de volgende schijf komen we op bekend terrein voor KPN: de infrastructuur (1,2 miljoen tv-kabelabonnees via dochter Casema, postdiensten, telefoonnetwerken). Resteren nog twee schijven voordat de consument zich kan laven aan de inhoud waar het uiteindelijk om begonnen is. En dat zijn de diensten waarin zowel Philips als KPN nu hun nieuwe werkterrein zien liggen: De applicaties (content organising in het Engels) zoals de tv-kanalen voor betaaltelevisie, de sites op het Internet, Telekado, of de programering van het nieuwe sportkanaal. En dan is er nog de schijf die de applicaties moet verwerken en via de infrastructuur en de randapparatuur bij de consument brengen: Het sportkanaal zelf, TeleSelect voor betaaltelevisie of Planet Internet voor de toegang tot Internet.

In die laatste twee schijven van het informatieproces die nu in hoog tempo ontgonnen worden, komt KPN bij voortduring Philips tegen, maar ook grote uitgevers als VNU, Wegener Arcade en Telegraaf voor wie juist inhoud de bakermat vormt van hun respectievelijke imperia. Zij moeten zich vanuit de buitenste ringen naar binnen - richting consument - bewegen.

Voor de buitenwereld mag dat spelbord soms lijken op een bloedig slagveld waar op leven en dood gestreden wordt om macht en invloed in de media, volgens Kivits gaat het tegenwoordig om heel iets anders. Vroeger beheerste KPN vrijwel de gehele infrastructuur met telefonie en post. “Hoe de inhoud ook naar de consument gebracht werd, het ging altijd via een lik of een tik. Maar het machtsblok van KPN is redelijk gatenkaas geworden. En dat zal in de toekomst alleen maar erger worden.” KPN is haar monopoliepositie kwijt en ziet concurrerende infrastructuur (kabels, mobiele telefonie) zich in snel tempo ontwikkelen. Bovendien kunnen alle schijven van Kivits mediabrochure los van elkaar bewegen, hetgeen de ontwerper ervan ook veelvuldig demonstreert. Dezelfde informatie kan tegenwoordig via tal van wegen naar de consument gebracht worden. De daarvoor ontwikkelde diensten moeten zoveel mogelijk media-onafhankelijk zijn, zoals een weerbericht dat via televisie of telefoon verspreid wordt, waarbij gebruikgemaakt wordt van de kabel of de satelliet. Niemand kan zich volgens Kivits meer meester maken van de controle op het proces.

Hoewel in Europa tussen giganten als Murdoch, CLT, Bertelsmann en Canal Plus een echte mediaoorlog lijkt te woeden, en in de Verenigde Staten de ene overname na de andere wordt bekendgemaakt, is machtsstrijd volgens Kivits uit de tijd. “Macht speelt geen rol meer. Of ik de grootste ben, interesseert me geen moer, als ik maar profijtelijke business heb. Polygram heeft het afgelopen jaar niet goed gedaan. Waarom niet? Omdat ze geen goede content hadden. Een jaar eerder brachten ze de film Four Weddings and a Funeral uit en toen waren ze het mannetje. Waarom deed de Vara het een paar jaar geleden goed en nu minder? Omdat ze toen goede programma's maakten. Wat wij moeten vinden is interessante content, waar de consument graag in de vorm van een dienst voor wil betalen. Als wij dat slimmer doen dan een ander, zijn wij het mannetje. Daarbij moet ik wel zeggen dat het van belang is dat KPN beschikt over kapitaal om in die diensten te kunnen investeren.” En aangezien KPN niet meer streeft naar haar vertrouwde monopolieposities is het zaak een deel van de groei te zoeken in het buitenland. Goed werkende concepten moeten volgens Kivits internationaal aan de man gebracht worden.

Tijdens de zoektocht naar interessante activiteiten is KPN genoodzaakt met de regelmaat van de klok dingen te laten liggen. RTL5 had gekocht kunnen worden toen de Holland Media Groep de zender op last van Brussel moest afstoten. “Er is sprake van geweest. Maar RTL4 was de best bekeken zender. RTL5 zou altijd nummer twee blijven. Bovendien zijn wij geen tv-makers. Als je echt iets van een tv-kanaal wilt maken, moet je een partner hebben die daar verstand van heeft. Een club als Endemol. Als het sportkanaal opgezet was door enkel Philips, KPN en ING, dan had iedereen hard mogen lachen. Geen van de drie heeft nog verstand van televisiemaken.”

KPN heeft vorig jaar ook “serieus gekeken” naar Dagbladunie, zegt Kivits. Deze uitgever van onder andere NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad werd toen door Reed Elsevier te koop aangeboden, “We stelden ons de vraag: wat heeft de Dagbladunie er aan als KPN aandeelhouder wordt, behalve dan dat we wat centen op de bank hebben staan. We hebben heel lang zitten zoeken, maar konden weinig vinden. Misschien hadden we het gedaan als de Dagbladunie vijf jaar later verkocht zou zijn. Op zichzelf passen dagbladen natuurlijk prima in een multimediale onderneming. Het nieuws, de content, die door een redactie wordt gegenereerd, kan zijn weg vinden via tal van wegen: krant, Internet, TeleSelect, mobiele telefonie. In die zin is een dagbladuitgever een hele interessante partner voor KPN. Maar we waren er een half jaar geleden nog niet aan toe.”