Kamer wenst ruimere regeling voor remigratie

DEN HAAG, 28 MAART. De Tweede Kamer vindt dat oudere, werkloze buitenlanders met of zonder de Nederlandse nationaliteit de mogelijkheid moeten krijgen met een uitkering naar hun vaderland terug te keren.

Volgens de huidige remigratieregelingen kunnen buitenlanders op dit moment met behoud van hun uitkering terugkeren naar het land van herkomst, maar dat geldt alleen voor degenen die niet tot Nederlander zijn genaturaliseerd. Daardoor zijn de grote meerderheid van de Surinamers, alle Antillianen en Arubanen en een groeiend aantal ingezetenen afkomstig uit Turkije en Marokko uitgesloten van deze regelingen.

De Kamer wil Surinamers, Antillianen en Arubanen, Marokkanen, Turken en andere gastarbeiders van de 'eerste generatie' de gelegenheid geven terug te keren naar hun geboorteland. De meeste fracties willen een leeftijdsgrens van 55 jaar stellen, D66 denkt aan 45 jaar.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) wilde gisteren tijdens een overleg met de Kamer nog geen toezeggingen doen over de groepen allochtonen die voor de terugkeerregeling in aanmerking zouden komen. Dijkstal wil de remigratieregeling uiteindelijk vastleggen in een aparte wet, maar hij wil eerst onderzoeken wat de kosten zijn van een uitbreiding van de terugkeerregeling.

Als Dijkstal ingaat op de wens van de Kamer, komen ruim 30.000 mensen in aanmerking voor de terugkeerregeling. Dit aantal loopt volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek op tot 90.000 in 2010.

Uit onderzoek is gebleken dat meer dan de helft van alle oudere Turkse en Marokkaanse gastarbeiders wil remigreren als de overheid voldoende geld beschikbaar stelt. Van beide groepen zit driekwart zonder werk. Veel van hen blijven in Nederland omdat zij hier een uitkering ontvangen.

De huidige regeling kost het rijk jaarlijks vijftig miljoen gulden. Een nieuwe wet kost veel meer als voormalige rijksgenoten met een Nederlands paspoort en andere genaturaliseerde buitenlanders ook onder de werking ervan vallen.

De Tweede Kamer wil ook dat de remigranten 'bedenktijd' krijgen na hun vertrek uit Nederland. Na verloop van tijd kunnen zij definitief beslissen of zij blijven in het land van herkomst of, als het niet bevalt, alsnog willen terugkeren naar Nederland. De fracties denken verschillend over de lengte van die proefperiode. CDA, D66 en VVD vinden één jaar bedenktijd voldoende, de PvdA denkt aan drie jaar.

Minister Dijkstal wilde daar gisteren nog niet op ingaan. De minister laat de Kamer voor het zomerreces weten voor wie de wet zal gelden. Hij wil de nieuwe regeling voor het einde van het jaar naar de Kamer sturen.