John Berger: monument voor het boerenleven

Iets van genade: een ontmoeting met John Berger, Ned.1, 22.27-23.17u.

Ruim twintig jaar geleden trok de Engelse schrijver John Berger zich terug in Quincy, een dorpje in de Franse Haut-Savoie. Daar schreef hij de magistrale romantrilogie De vrucht van hun arbeid over het verdwijnende boerenleven. De Nederlandse journalist en filmmaker John Albert Jansen, die al eerder een literair portret van de Engelse dichter James Fenton maakte, ging er met een cameraploeg heen en kwam terug met het poëtische, vaak melancholische portret Iets van genade, dat de Humanistische Omroep Stichting vanavond uitzendt. De inmiddels zeventigjarige schrijver, dichter, schilder, essayist en kunst- en maatschappijcriticus blijkt ook een volleerde acteur. Hij heeft een prachtig hoofd, een alleraandoenlijkst spraakgebrekje (radio wordt 'wadio'), en na jarenlang als kunstcriticus het veelbesproken BBC-programma 'Ways of Seeing' te hebben gemaakt heeft hij een uitstekende verhouding met de camera - soms op het kokette af.

Jansens beeld van Berger temidden van het bucolische, bedreigde dorpsleven zeilt - zonder te struikelen - langs de rand van de kitsch. In het plaatselijke café speelt een accordeonist met baret, we maken kennis met de buren uit De vrucht van hun arbeid. Berger wandelt over de heuvels rond het dorp en wijst naar het landschap: elke plekje is met hen en met hun verhalen verbonden. De verhalenverteller moet zich zoveel mogelijk uit zijn het verhaal uit moet schrijven, vindt Berger. “Hoe meer de schrijver zich uit het verhaal terugtrekt, hoe dichter de lezer bij het verhaal kan komen. (.) Ik zie mezelf als een kruier die verhalen binnenhaalt om ze voor de winter op te slaan.”

Alle kunstenaars zijn in wezen conservatief, zegt hij: zij leggen ervaringen en verhalen vast en behouden ze daardoor voor de toekomst. Tegelijk zijn zij revolutionairen, die met hun kunst het nieuwe en ongekende tonen. Is Berger nog marxist? “In het marxisme is geen ruimte voor ethiek. Maar de leer van de stijgende winst is kwaad, en daarom ook gedoemd. Daarin ben ik nog radicaler dan ooit.”