Jacobs brengt Matthäus met veel afwisseling

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. René Jacobs m.m.v. Jongenskoor St. Bavo, Gerd Türk, Gregory Reinhart, Maria Cristina Kiehr, Bernarda Fink, Mark Tucker en Geert Smits. Gehoord: 27/3 Doelen Rotterdam. Herhalingen: 29/3 Antwerpen; 30/3 Aardenburg; 1/4 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht; 3/4 Muziekcentrum Enschede; 31/3, 4, 5, 6/4 Naarden (alle uitvoeringen in Naarden uitverkocht).

De Nederlandse Bachvereniging, die volgend jaar het 75-jarig jubileum viert met uitvoeringen van de Markus Passion, de Johannes Passion en de Matthäus Passion onder leiding van Jos van Veldhoven, is gesteld op variëteit in de uitvoeringen. Sinds de overgang naar 'authentiek' in de vroege jaren '80 wordt de Matthäus elk jaar door een andere dirigent geleid. Na de gestrenge Gustav Leonhardt vorig jaar is dat nu de wat zwieriger René Jacobs, die ook al in 1990 de Matthäus van de Bachvereniging dirigeerde.

Destijds bleef de Matthäus van Jacobs bij de eerste uitvoering wat steken in gevoelloze esthetiek, nu is dat geheel anders. Binnen de uitvoering streeft Jacobs naar vergaande afwisseling in tempi, expressie en klankbeeld. Dat leidde bij de eerste uitvoering in Rotterdam in deel I - schitterend langzaam, helder en ruimtelijk effectvol begonnen - tot twee al te gehaast en daardoor zielloos afgewerkte aria's: Busz und Reu en Blute nur. In het veel evenwichtiger opgezette deel II revancheerden de alt Bernarda Fink en de sopraan Maria Cristina Kiehr zich onder andere met fraaie en roerende vertolkingen van Erbarme dich en Aus Liebe.

Her en der zijn er indrukwekkende momenten en bijzondere details, zoals de onwezenlijk dreigende sfeer vóór 'Und von den sechsten Stunde an ward eine Finsternis.' Ondanks het vaak hoge tempo (deze Matthäus duurde slechts 2 uur 37 min), kan er tijdens de volgende uitvoeringen nog iets meer vaart en drama ontstaan als Jacobs de afzonderlijke nummers elkaar iets sneller laat opvolgen. Vooral na Aus Liebe moet men het publiek geen kans geven om te gaan hoesten, maar de etherische sfeer hardhandig doorbreken met 'Sie schrieen aber noch mehr'.

Opzienbarend is Jacobs' innovatieve aanpak van het koraal O Haupt voll Blut und Wunden: nadat de eerste sectie door het uitstekende koor van de Bachvereniging is gezongen wordt de tweede vertolkt door een kwartet (sopraan, alt, tenor en bas) uit de solisten. Heel mooi gezongen bleek het een zinvolle uitlichting en intensivering van dit prachtige koraal, al zou ik uitbreiding en verdere verspreiding van dit idee niet willen propageren.

Dat geldt ook voor de visuele verlevendiging in de vorm van het staande door violisten begeleiden van de aria's Erbarme dich en Gebt mir meinen Jesum wieder. Een auditieve verrijking van het klankbeeld ontstaat door een continuo van orgel, cello en bas incidenteel uit te breiden met luit en klavecimbel. De opstapeling van dat alles levert in Geduld, Geduld! zoveel gepingel op, dat de gamba volledig werd overstemd. Nu krijgt de gamba alleen een hoofdrol in Komm süszes Kreuz.

Terwijl Frans Brüggen de Matthäus de komende dagen in ons land gaat uitvoeren met tien solisten, van wie sommigen bijna niets hebben te zingen, heeft Jacobs er slechts zes nodig. Gerd Türk is een heel zangerige evangelist met een prachtige hoogte en Gregory Reinhart is een uitstekende Christus met een sterk wisselende expressie. De zieke Marcel Reijans werd vervangen door de goed zingende Mark Tucker. En de jonge bas Geert Smits maakt, ondanks een enkel slordigheidje, veel indruk: hij zingt met gezag en een fraai timbre.