Het mysterie van rechtshandige padden schuilt in hun maag

Bij de speurtocht naar hersenhelft-specialisatie dalen onderzoekers steeds verder af in het dierenrijk. De voorkeur voor eenzijdig gebruik van ledematen voor bepaalde taken - de pendant van menselijke handvoorkeur - geeft die taakverdeling binnen de hersenen goed aan. Bij niet-menselijke primaten is duidelijk sprake van handvoorkeur, en ook bij andere zoogdiersoorten (muizen die met de voorpoten voedsel manipuleren) zijn er voorbeelden.

Maar hoe zit het met de vroege viervoeters, de amfibieën? Eerder dit jaar maakten Italiaanse onderzoekers het resultaat van met veel geduld uitgevoerde experimenten met padden bekend (Nature, 1 febr). Hun conclusie: asymmetrisch gebruik van de voorste ledematen ('potigheid') heeft een lange evolutionaire geschiedenis, die minstens teruggaat tot de vroege viervoetigen. Japanse en Canadese onderzoekers stellen die bevindingen nu in een ander daglicht (Nature,7 maart).

De eerste groep toonde aan dat padden rechtshandig zijn. Gewone padden (Bufo bufo) leverden het overtuigendste bewijs. Onder hen blijken de kampen sterk verdeeld in rechts- en linkspoten, met de eerste veruit in de meerderheid. Dat bleek bij twee testen die te maken hebben met lichaamsverzorging. Bij het eerste experiment werd een ballonnetje over de kop van de proefdieren getrokken, bij het tweede een strookje papier op de snuit geplakt. Bij het verwijderen van het ongerief bleek het gebruik van de rechtervoorpoot duidelijk het meest populair. De auteurs meldden ook dat padden van nature de kop vaak schoonvegen met één poot. Zulk verzorgingsgedrag onder amfibieën zou de voorloper zijn van asymmetrie bij hogere gewervelde dieren en van groot belang zijn bij het begrijpen van de evolutie van lateralisatie binnen de hersenen.

Vermoedelijk zitten diezelfde onderzoekers nu met één hand in het haar: ze hebben een enorme kans gemist om letterlijk richting te geven aan verder onderzoek. Want waaròm zijn padden mogelijk juist vooral rechtshandig? In een snelle reactie geeft het Japans-Canadese onderzoeksteam een verleidelijke verklaring: het geheim schuilt in de maag. Kikkers en padden (Anura) hebben een sterke braakreflex. Opgegeten materiaal dat gifstoffen blijkt te bevatten (van insekten bijvoorbeeld) geven ze weer snel op. Dat doen ze buitengewoon efficiënt en volledig: ze keren de complete maag naar buiten. Vervolgens vegen ze die met een hand schoon, en slikken hem weer in.

Hun maag is asymmetrisch: aan de rechterzijde is deze korter dan aan de linkerkant. Dat heeft tot gevolg dat de naar buiten geklapte maag zijn ophangpunt aan de rechterzijde heeft en ook in die richting uitwijkt. Vaak hangt zij zelfs volledig opzij, uit de rechter mondhoek - buiten het bereik van de linkerpoot. Uit door de onderzoekers gemaakte video-opnamen blijkt dat het onveranderlijk de rechterpoot is die de maag-reiniging uitvoert, ook bij Bufo bufo. Als padden een voorkeur hebben voor één poot bij verzorgingsactiviteiten in de kopstreek, is het dus niet verwonderlijk dat het daarbij om de rechterpoot gaat.