Elektronisch oog spoort onkruid op en spaart bestrijdingsmiddel

Bij het spuiten tegen onkruid op stoepen en straten, langs spoorbanen enzovoorts valt heel wat bestrijdingsmiddel te besparen door alleen dààr te spuiten waar het echt nodig is. Dat kan met behulp van een nieuwe spuittechniek, die gebruik maakt van optische sensoren. Deze 'elektronische ogen' sporen het onkruid op door gebruik te maken van een lichtbron en een sensor, die bladgroen herkent. Deze informatie wordt doorgegeven aan een computer, die vervolgens beslist welke spuitdoppen op een spuitboom geopend moeten worden. Vervolgens wordt het onkruid gericht gespoten.

De nieuwe spuittechniek kan het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op stoepen, pleinen en andere verhardingen binnen gemeenten met ruim een derde verminderen, vergeleken met handmatig spuiten. Vergeleken met volveldsspuiten gebruikt het nieuwe systeem zelfs 57 procent minder bestrijdingsmiddel. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek en de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen.

De spuitboom met sensoren en spuitdoppen kan worden bevestigd op een kleine motorfiets. Hiermee kan met ook op moeilijk bereikbare plekken, zoals smalle schouwpaden, komen. Omdat het apparaat voorzien is van een eigen lichtbron, kan ook 's nachts worden gespoten. Dat is een groot voordeel bij het werken langs spoorbanen, waar 's nachts minder treinen rijden.

Met de spuitboom kan men een grotere breedte en dus een veel groter oppervlak per dag bereiken dan met de handboom. De nieuwe methode kost zo'n 2,5 tot 5 cent per vierkante meter, tegen 8 à 10 cent per vierkante meter voor selectief handspuiten.

De nieuwe techniek maakt het bovendien voor gemeenten en andere toepassers gemakkelijker om over te gaan van preventief spuiten ('volgens de kalender') naar een aanpak waarbij men bijvoorbeeld pas in actie komt als driekwart van de onkruidplantjes een hoogte van 10 centimeter heeft bereikt.