Eerbetoon aan Lilly Reich in het MoMa; In de schaduw van de meester

Weinigen kennen de naam Lilly Reich, ontwerpster van industriële produkten en levensgezel en compagnon van de modernistische architect Mies van der Rohe. Bijna vijftig jaar na haar dood exposeert het Museum of Modern Art in New York haar overwegend minimalistische werk.

'Lily Reich: Designer and Architect', t/m 7 mei in het MoMA, 11 W. 53rd St., New York. Catalogus $16,50.

Lilly Reich (1885-1947) was behalve levensgezel van de modernistische architect Mies van der Rohe, ook zelf een begenadigd ontwerpster. Zij werd vooral bekend door haar inrichtingen van interieurs en tentoonstellingen, maar ontwierp daarnaast stoffen en stalenbuis meubels en was korte tijd docent aan het Bauhaus. Reich behoorde evenzeer tot de avantgarde van de jaren twintig en dertig als Mies, en was daarin als vrouw een zeldzaamheid.

Het Museum of Modern Art in New York (MoMA) was de aangewezen instantie om haar uit de vergetelheid te halen. Aan dit museum liet Mies van der Rohe (1886-1969) zijn archief na van twintigduizend tekeningen en documenten. Daarvan zijn achthonderd van Reich, met wie hij vanaf 1927 intensief samenwerkte totdat hij in 1938 naar de Verenigde Staten emigreerde. Haar archief was ongetwijfeld uitgebreider geweest als ze niet het grootste deel ervan was kwijtgeraakt bij het vluchten voor het bombardement van Berlijn begin 1945.

Voor het museum was het dan ook niet eenvoudig om haar oeuvre te reconstrueren. Behalve afbeeldingen en tekeningen zijn er weinig van haar modernistische meubels bewaard gebleven: de paar die er staan, heeft het museum zelf aan de hand van die tekeningen laten reproduceren. Voor de weergave van haar tentoonstellingsontwerpen - toch al vluchtig van aard - was samenstelster Matilda McQuaid aangewezen op korrelige foto's uit contemporaine tijdschrijften en kranten. Samen met de vloer, die met linoleum in rood, zwart en crème is belegd naar een ontwerp van Reich uit de jaren twintig, roepen ze wel de sfeer van haar werk op.

Lilly Reich was al vroeg geïnteresseerd in het samengaan van kunst en industrie. Zij werd daarom in 1912 lid van de Deutsche Werkbund, die daartoe was opgericht, en werd als eerste vrouw in 1920 bestuurslid. Voor de Werkbund richtte zij verschillende tentoonstellingen in, waaronder een in Amerika in 1922, en ook voor andere takken van de Duitse industrie. Over de verhouding tussen Mies en Reich kan, of wil, het museum niets zeggen, maar vast staat dat zij voor het eerst aan een belangrijke opdracht samenwerkten in 1927, de manifestatie Die Wohnung in Stuttgart. Hier werden niet alleen in beurshallen produkten als sanitair en linoleum geëxposeerd, maar werd ook onder de artistieke leiding van Mies een modelwijk gebouwd, de Weissenhofsiedlung, waar verschillende avantgardistische architecten hun opvattingen over het Nieuwe Bouwen vorm gaven. Reich richtte zowel de exposities in de beurshallen in als het huis dat Mies van der Rohe in de Weissenhofsiedlung bouwde.

In de moeilijke jaren rond de Eerste Wereldoorlog had Reich het hoofd boven water gehouden door onder andere als mode-ontwerpster te werken. Haar gevoel voor de souplesse en expressiviteit van stoffen werkte later door in haar exposities voor de Duitse textielindustrie en haar werk als hoofd van de afdeling weven aan het Bauhaus. Het tweede project dat zij met Mies deed was ontegenzeggelijk een van haar mooiste ontwerpen, het 'Fluweel en Zijde Café' voor de Berlijnse tentoonstelling Die Mode der Dame in 1927. In een reusachtige hal creëerde ze kleine, intieme ruimtes door middel van golvende metershoge wanden van zwarte, oranje en rode fluweel en zwarte en gele zijde. Dit concept van de 'zwevende muur' zou Mies kort daarop gebruiken - in navolging van Reich, als we de catalogus mogen geloven - in zijn beroemde paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Barcelona, waar ook Reich weer bij betrokken was.

Het zachte, uitgesproken sensuele 'fluwelen café' was overigens een uitzondering in Reichs oeuvre: de meeste van haar tentoonstellingontwerpen neigen eerder naar minimalistische kunst. Vaak liet zij niet alleen het eindprodukt zien, maar gaf ook een beeld van het industriële proces dat eraan vooraf was gegaan. Met minimale middelen kon zij opstellingen van weinig artistieke voorwerpen als aardewerk en glas, biervaten en boomstammen, aantrekkelijk en zelfs dramatisch maken.

Hoogtepunt van haar carrière was een tentoonstelling in Berlijn in 1931, Die Wohnung unserer Zeit, waar ze - eveneens in samenwerking met Mies - voor het eerst en het laatst een uitstap naar de architectuur maakte. Op ware grootte werden haar ontwerpen uitgevoerd voor een huis van één verdieping en twee modelappartementen voor een echtpaar en een alleenstaande, alle met door haar ontworpen meubilair ingericht.

Al snel hierna begonnen de moeilijke jaren. In 1932 werd ze docent aan het Bauhaus in Dessau - opnieuw dankzij Mies, die er directeur was - maar het verblijf daar zou niet lang duren: zoals bekend hebben de nazi's de school in 1933 met geweld gesloten. Zonder partijlid te worden wilde Reich onder hun bewind doorwerken. Dat lukte in 1934 nog wel met de tentoonstelling industriële produkten Deutsches Volk - deutsche Arbeit, maar in 1937 werd een ontwerp van Mies en Reich voor een rijksexpositie van textiel en stoffen afgekeurd, vermoedelijk door toedoen van Göring. Kort daarna was het afgelopen met de overheidsopdrachten. In maart 1935 had Reich aan de Nederlandse architect J.J.P. Oud geschreven, die ook woningen in de Weissenhofsiedlung had gebouwd: “Ik heb enkele kleinere opdrachten gekregen, maar nu is er weer niets. Het is geen mooie situatie, maar we zijn zo machteloos er iets aan te veranderen... In welk een moeilijke tijd zijn wij geboren.”

In 1938 vertrok Mies en bleef Reich achter; we weten niet waarom. Zij bezocht hem het jaar daarop in Chicago, maar keerde terug naar Duitsland, waar ze tot haar dood in 1947 zijn zakelijke belangen vertegenwoordigde.

Lilly Reich, volgens Matilda McQuaid van het MoMA “een belangrijk pionier van de moderne vormgeving”, heeft altijd een eigen atelier behouden en onder eigen naam gewerkt. Ze slaagde erin om als vrouw een hoog professioneel niveau te bereiken, wat toen beslist uitzonderlijk was, en kreeg daarvoor van haar collega's erkenning. Natuurlijk heeft ze veel kansen aan haar invloedrijke vriend te danken gehad, maar de tentoonstelling laat zien dat dit niets aan haar eigen verdiensten afdoet.