Een gezellig gesprek

“'t Is niet meer gezellig meneer, als taxichauffeur. Vroeger had het beroep nog standing. Iedereen moest in het pak en als ze zagen dat je schoenen niet waren gepoetst was het, in de kast vind je een borstel en schoensmeer. Maar hoe ze er nu vaak bijlopen. Geen gezicht.

Het is harder geworden, overal. In het verkeer en in de wijken ook. Er is veel veranderd door die buitenlanders hè. Je loopt niet meer in je eigen land lijkt het vaak. En altijd problemen met ze. Laatst ook weer, werden we opgeroepen. Staat een collegaatje bij de wagen: 'Ja, ik heb iemand met betalingsproblemen', zegt ze. Zit er zo'n Marokkaan in de wagen die zegt, me geld ligt thuis. Laat je zo'n gast gaan, dan zie je hem nooit meer terug natuurlijk.

Ik zeg tegen die knul, 'Je moet vantevoren weten dat je genoeg geld op zak hebt, anders moet je geen taxi nemen'. Hij zegt: 'Hou je erbuiten ouwe lul'. Ik ben zevenenvijftig, maar ik voel me nog vijfentwintig en ik heb veel gebokst vroeger. Dus ik geef hem een tik en zeg: 'Zo moet je me niet noemen', en verdomd, hij doet het nog een keer. Dus ik geef hem een knietje tegen z'n zak en hij gaat neer. Ondertussen zijn er meer collega's bij gekomen. Ik weg natuurlijk, want voor je het weet heb jij het in je eentje gedaan.

Wil die goser in ene wegrennen. Boem, rijdt een collega hem zo tegen de grond. Een andere collega, twee keer zo groot als ik, en eens zo breed, stapt uit en geeft hem nog een paar schoppen tegen z'n kop en z'n zak. Toen kwam de politie en dan zie je dat daar 's avonds vaak toch nog wel redelijke kerels onder zitten. Ze hadden gezien wie zo'n beetje bij die matpartij was geweest en ze zeggen tegen die jongens: 'Ga nu gauw naar huis, want anders krijg je maar narigheid'. Voor hetzelfde geld zit je een paar uur op het bureau en daar heb je niks aan. Ja, ze weten bij de politie natuurlijk ook wel wat dat voor lui zijn die Marokkanen.

Nou meneer, we zijn er. Prettige dag nog en bedankt voor het gezellige gesprek.''