Dwergganzen uitgerust met zenders openbaren gevaarlijke trekroutes

Steeds vaker worden trekvogels met zenders uitgerust. De signalen worden door een satelliet opgevangen en doorgestuurd naar een grondstation. Zeeschildpadden of zoogdieren kregen voorheen al zenders opgeplakt of opgehangen. Over het aangedane ongemak valt te twisten, maar voor vogels is in ieder geval het toegevoegde vlieggewicht een probleem. Als vuistregel hanteren vogelonderzoekers dat een PTT (Platform Transmitter Terminal) zender plus batterij niet meer dan vier procent van het lichaamsgewicht mag vertegenwoordigen. Door technische ontwikkelingen worden de zenders kleiner en lichter, en de vogels die voor onderzoek in aanmerking komen dus ook. Na onder meer zwanen en kraanvogels zenden nu ook dwergganzen informatie door over hun verblijfplaatsen tijdens de trek (World Birdwatch 18/1). Het komt hun bescherming ten goede, want zoveel was er over hun trekgewoonten niet bekend.

De in het uiterste noorden van Europa broedende dwerggans (Anser erythropus) heeft veel weg van een kleine, donkere versie van de kolgans (Anser albifrons). De laatste overwintert in grote getale ook in Nederland. Maar de dwerggans staat op de internationale lijst van bedreigde vogelsoorten. Hoeveel dieren over zijn, is onbekend; duidelijk is wel dat de soort de laatste tientallen jaren alarmerend achteruit is gegaan. Overbejaging speelt daarbij een hoofdrol.

Onderzoekers van de Noorse vogelbescherming hebben vorig jaar vier ganzen op hun broedplaatsen met zenders uitgerust. Aan het begin van de trek begaven de dieren zich oostwaarts naar het Kanin schiereiland in het noorden van Rusland - dat blijkt een belangrijke stopplaats voor het doorbrengen van de rui te zijn. Een van de met zenders uitgeruste vogels werd hier geschoten en een tweede verdween waarschijnlijk om dezelfde reden. De overgebleven twee vogels begaven zich in het oosten van Duitsland, waar de vogels op conventionele wijze voorheen niet meer waren waargenomen. Ook hier ging een vogel verloren. Maar de laatste van de vier gaf daarna nog waardevolle informatie door: vanuit Hortobágy in Hongarije, vervolgens uit Griekenland, en na een korte stop in Bulgarije nam hij voor de langere duur zijn intrek in de Evros Delta in Griekenland.

Een viertal in Finland 'gezenderde' dieren gaf ook het belang van het Kanin schiereiland door. Met aanvullende informatie: vandaar vertrokken de dieren zuid-oostwaarts naar Kazachstan: mogelijk vervult dit land een belangrijke rol als overwinteringsplaats. In ieder geval drie ganzen, maar vermoedelijk alle vier, werden daar geschoten.

De onderzoekers zouden graag ook de voorjaarstrek, terug naar de broedgebieden, in kaart brengen, maar daarbij is er dus een duidelijk probleem. De per satelliet doorgezonden gegevens over de najaarstrek maken in ieder geval al voor een deel duidelijk welke gebieden voor trekvogels als de dwerggans van internationaal belang zijn. Dit geeft vogelbeschermers harde argumenten in handen om bescherming daarvan na te streven.