Drie keer Grunberg in één stuk; Wachtend om de cafétafel op een betere toekomst

Voorstelling: 't Is geen vioolconcert, drie stukken van Arnon Grunberg, door Toneelgroep Amsterdam. Idee en regie: Kees Hulst en Roos Ouwehand; vormgeving: Paul Gallis. Gezien: 27/3 Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. T/m 20/4 aldaar; res. 020-5237800.

In een vitrine staat een hoofd, een hoofd met pluizig krulhaar en een brilletje. Het hoofd in de vitrine lijkt op dat van schrijver Arnon Grunberg - en tijdens de geheel aan Grunbergs werk gewijde toneelavond in het Transformatorhuis krijgen we nog meer van die hoofden met warrig krulhaar en brilletjes te zien.

Minstens drie Grunberg-klonen duiken op in de voorstelling 't Is geen vioolconcert. Een van hen, de titelfiguur uit Grunbergs toneelstuk De dagen van Leopold Mangelmann, zit met zijn ouders aan tafel. Moeder steekt de kaarsen aan, want het gezin viert het joodse nieuwjaarsfeest.

Tenminste, dat is de bedoeling. Heerlijke vleesschotels schreeuwen erom verorberd te worden, maar de zoon krijgt geen hap door zijn keel. Dat leidt tot paniek bij de moeder. Wie niet eet gaat dood, heeft zij immers in het concentratiekamp geleerd. Door haar kampsyndroom heerst er aan tafel een verstikkende sfeer waar de zoon fysiek op reageert: hij krijgt eventjes letterlijk geen adem meer.

Fred Goessens speelt hem prachtig. Deze Mangelmann Junior stelt zich aan als een klierige puber en verkeert toch echt in geestelijke nood. En steeds houdt het acteren van Goessens, Titus Muizelaar en Lineke Rijxman mooi het midden tussen een hilarische klucht en een puntige familietragedie.

Terwijl de feestdis samen met meneer en mevrouw Mangelmann naar achteren wordt geschoven, begint op het voortoneel een nieuw stuk. Ook nu zit men weer aan een tafel, een ronde cafétafel dit keer.

In Kom liefje, mijn beste vrienden walgen van me is het moederszoontje uit de voorgaande scènes veranderd in een kroegloper, die wanhopig de aandacht tracht te trekken van de jonge serveerster. Zijn psychiater heeft hem aangeraden een vrouw te zoeken; het probleem is alleen dat hij doodsbang is voor intimiteit. Tegelijkertijd verlangt hij daar natuurlijk hevig naar.

Hij krijgt gezelschap van een andere jongeman, alweer zo'n Grunberg-type, en tussen hen ontspint zich een prettig gestoord gesprek. Kees Hulst en Hein van der Heijden maken van de beide wodkadrinkers grillig-labiele karakters. Ze vertederen, irriteren en intrigeren en jagen je soms de stuipen op het lijf met aanvallen van ongerichte agressie.

Was het maar bij deze twee stukken gebleven, bij dit geestige zelfportret van een door zijn eigen psyche geobsedeerde auteur. Maar nee, Kees Hulst en Roos Ouwehand, de regisseurs, plakten nòg een stuk aan de reeks vast, het warrige, zwakke Van Palermo naar San Francisco.

Dat had nog iets kunnen worden wanneer de Pinteriaanse geheimzinnigheid van het drama op de bühne tot z'n recht zou zijn gekomen. Ze hebben zich met louche zaakjes ingelaten, de drie dames in Van Palermo etc.

Drie in het duister tastende zielen: zoiets moet je een beetje raadselachtig spelen, lijkt mij. Helaas sloven de ster-actrices Sigrid Koetse, Marieke Heebink en Kitty Courbois zich uit met over-energiek comédienne-werk waar ik niet om heb kunnen lachen.

Dames die het over ruggen en meiers hebben, die dus zo bargoens praten als het maar kan, zeggen niet óó-to maar auto. De geaffecteerde dictie van deze actrices vloekt met hun schitterend-ordinaire uiterlijk. Want hun kleding is kostelijk, vooral die van Marieke Heebink, die met haar strak om de buik gespannen gifgroen-met zwarte outfit doet denken aan een zwangere papegaai.

't Is geen vioolconcert door Toneelgroep Amsterdam maakt een overvolle indruk - niet alleen de grote hoeveelheid in de voorstelling verwerkte stukken maar ook door het drukke decor, samengesteld uit omvangrijke collecties chocomelblikjes, bierflesjes en restaurant-kop-en-schotels.

Het motto van de avond luidt: 'Stap in de wereld die Grunberg heet', en dat is volgens de makers een wereld waarin getekende mensen in cafés en andere gelegenheden op een betere toekomst zitten te wachten. Met op de achtergrond steeds zo'n Arnon-Grunberg-kloon, die alles observeert en op z'n tekstverwerker in literatuur omzet.