De Europese droom van de ambitieuze generaal Chirac

De Franse president heeft zijn zinnen gezet op een nieuwe defensie-doctrine: Frankrijk wil samenwerken met Europeanen als dat nodig is, met Amerikanen waar dat mogelijk is. Een nieuwe Franse theorie, met verstrekkende gevolgen voor de Franse strijdkrachten, de Europese Unie en de NAVO, die zich in ex-Joegoslavië moet bewijzen.

PARIJS, 28 MAART. Na dertig jaar zelf-gekozen, gedeeltelijk isolement in defensie-zaken besloot Frankrijk eind vorig jaar de banden met de NAVO weer aan te halen. Schikt Frankrijk, de afvallige Atlanticus, zich na drie decennia daarmee weer onder de gelovigen, vol berouw over de eigen dwaling? Niet helemaal.

Frankrijk ziet zich eerder als een loyale dissident die de NAVO van binnenuit wil veranderen. “We willen voor dynamiek zorgen”, zei minister van Defensie Charles Millon in een recente toespraak over de Franse rol in de NAVO, “een denkproces starten, een aanpak initiëren.”

Frankrijk heeft dan ook geen toenadering gezocht tot de NAVO, omwille van de NAVO, zo leren gesprekken met ambtenaren en politici in Parijs, maar omwille van een politiek ideaal. Een Europees ideaal. Jacques Chirac streeft naar een grotere zelfstandigheid voor Europa in defensie-kwesties, naar de mogelijkheid voor Europese landen om samen en los van de Verenigde Staten militaire acties te ondernemen.

Daar komt bij dat Frankrijk in Bosnië heeft geleerd dat alle belangrijke beslissingen in actuele crises door de NAVO worden genomen en dat een internationale rol voor Frankrijk dus ook in die organisatie moet beginnen. Frans solisme - vroeger nog te verklaren uit het bezit van een zelfstandig kernwapen - snijdt volgens Parijs bovendien geen hout meer in een tijd dat conflicten kleinschalig zijn en de internationale samenwerking van kostbare, want goed uitgeruste, professionele interventiemachten vereisen. Om aan de militaire eisen van het moderne conflict tegemoet te komen wil Chirac dan ook het Franse dienstplichtleger vervangen door een beroepsleger dat snel 60.000 manschappen aan zo'n interventiemacht kan leveren.

De Franse defensie-revolutie kan gemakkelijk uitgelegd worden als de noodsprong van een president-met-ambities, die toegang wil hebben tot het militaire centrum van de macht. Politieke vrienden van Chirac verwerpen zo'n verklaring resoluut. Serge Vinçon, partijgenoot van Chirac en lid van de buitenlandcommissie van de Franse Senaat: “Bang voor het isolement? Helemaal niet! Frankrijk is al een betrouwbare Europese partner. Wat we nu zien is een nieuwe dynamiek voor de Franse politiek.”

Die nieuwe dynamiek begint logischerwijs bij de Europese Unie. In Libération sprak Chirac afgelopen maandag de hoop uit dat de Intergouvernementele Conferentie (IGC), waarvoor morgen in Turijn het startschot wordt gegeven, en die tot doel heeft de verdragen van de EU te herzien, een “nieuwe sokkel zal bouwen” voor een Europese defensie. Want, zo laat Chirac generaal de Gaulle zeggen: Europa kan geen politieke persoonlijkheid hebben, zonder defensie-persoonlijkheid.

Wie een Europese defensie wil, moeten eerst zorgen voor een Europees buitenlands beleid. Frankrijk wil daarom een nieuwe Europese functionaris, aangeduid als Mr PESC (Politique Etrangère et de Securité Commune), die, voorzien van een eigen analyse-staf, voor een periode van drie tot vijf jaar het buitenlandse beleid van de EU vorm moet geven. Duitsland, onder bondskanselier Kohl de belangrijkste bondgenoot voor pro-Europese ideeën, is overigens niet bijster enthousiast over zo'n nieuwe functionaris. Dat niet alleen, op het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken zelf is niet iedereen er gelukkig mee. Een hoge ambtenaar aan de Quai d'Orsay: “Ik wordt hier met dit idee gezien als een verrader. En dat is ook wel begrijpelijk: geen enkel ministerie ziet graag bevoegdheden vertrekken. Dat merk je hier, dat merk je in andere landen.”

Frankrijk en Duitsland hebben wel samen een truc bedacht om onder Europese vlag een militaire operatie van de grond te krijgen. Om de Unie op defensie-gebied slagvaardiger te maken moet de huidige eis van besluitvorming bij unanimiteit worden omzeild met het concept van de 'constructieve onthouding'. Landen die het niet eens zijn met een militaire operatie onder Europese vlag, kunnen zich dan onthouden van deelname, maar mogen de overige lidstaten niet van een 'Europese' actie weerhouden; ze mogen geen gebruik maken van hun nationale veto. Groot-Brittannië, fervent tengenstander van vergaande Europese samenwerking, heeft al laten weten niets in een dergelijke constructie te zien.

Mocht de EU er in de toekomst desalniettemin in slagen een politiek besluit te nemen tot militair ingrijpen, dan moet zo'n Europees besluit ook nog Europees worden uitgevoerd. In principe is daarvoor de Westeuropese Unie (WEU) ter beschikking, een in de jaren vijftig opgerichte organisatie die zich tot de militaire tak van de Unie zou moeten ontwikkelen, maar vooralsnog niet meer behelst dan een coördinatie-centrum voor zeer bescheiden Europese acties.

De WEU was in de afgelopen jaren onderwerp van een nogal esoterisch debat over de toekomstige Europese defensie: Frankrijk wilde een zelfstandige, krachtdadige WEU, naast de NAVO. Maar in Chiracs Europa-essay in Libération werd de WEU niet één keer genoemd.

Chirac heeft zijn hoop nu vooral gevestigd op een gereorganiseerde NAVO. Hoewel de Fransen nog geen gedetailleerde voorstellen hebben gedaan voor de verbouwing van het bondgenootschap, ontstaat uit gesprekken met betrokken ambtenaren in Parijs wel een beeld van de Franse eisen. De NAVO kent vanuit Franse optiek twee problemen, legt een NAVO-specialist op het Franse ministerie van defensie uit. De organisatie is zes jaar na de val van de Muur nog steeds te veel gericht op de verdediging tegen een agressor van buiten en kan niet snel genoeg inspelen op kleinschalige conflicten buiten het verdragsgebied. Bovendien wordt de NAVO gedomineerd door de VS - een bondgenoot waarvan Frankrijk zich afvraagt of Europa daar in de toekomst nog wel op kan rekenen. De NAVO moet dus flexibeler worden en de Europeanen moeten binnen de NAVO meer bewegingsvrijheid krijgen.

Millon, bang de NAVO-gesprekpartners al meteen in de gordijnen te jagen, omschrijft de Franse wensen doorgaans behoedzaam: “We zijn noch van plan een alomvattendde blauwdruk op te leggen, noch een theoretische architectuur voor de Europese veiligheidsstructuren te ontwikkelen.” Zijn adviseurs kunnen hun dédain voor de NAVO daarentegen maar moeilijk verbergen: “We geloven dat het tijd is om van de NAVO een efficiënte, doelgerichte organisatie te maken”, zegt de NAVO-specialist, “dus geen organisatie met 20.000 stafleden die rapporten van 1.000 pagina's produceren.” In Brussel hebben Franse diplomaten zich al hardop afgevraagd waarom er zoveel Engels gesproken wordt in de NAVO.

De Fransen zien de alliantie vooral als een pool van kennis, mensen en materieel, waarop wisselende gelegenheidscoalities een beroep kunnen doen. “De NAVO moet NAVO-acties kunnen begleiden, Europese acties en eventueel ook acties van één land”, schetst een Franse ambtenaar. Als Frankrijk troepen wil sturen naar bij voorbeeld Rwanda moet dat kunnen in NAVO-vliegtuigen. Een kleine groep EU-landen - in hun besluitvorming niet belemmerd dankzij de 'constructieve onthouding' - kan dan onder NAVO-vlag in ex-Joegoslavië opereren met materieel van de Verenigde Staten. Omdat het militaire oppergezag van de NAVO nu nog in handen is van een Amerikaan, moet er een Europese vice-opperbevelhebber komen die zo'n Europese actie leidt.

Zoals elke nieuwe doctrine is ook Chiracs defensie-plan in eerste instantie vooral theorie. Om zijn droom te verwezenlijken moet Chirac op drie fronten kunnen overtuigen: in Frankrijk zelf, in de VS en in Europa. Nationaal ligt vooral afschaffing van de dienstplicht gevoelig. Dat de militaire dienst sneuvelt is vrijwel zeker, Frankrijk mag nog debatteren over de vraag of er een sociale 'dienst' voor in de plaats moet komen en zo ja, of die verplicht danwel vrijwillig moet zijn. De 36.000 Franse burgemeesters kregen vorige week een brief van premier Juppé met de oproep lokale discussies over het onderwerp te organiseren.

Wie zich met Europese idealen meldt bij een door de VS gedomineerde organisatie kan rekenen op enkele vragen uit Washington. Chirac heeft dat goed onderkend: zelf zocht hij president Clinton op om zijn plannen voor Europa uiteen te zetten en zijn regering wordt niet moe te onderstrepen dat Frankrijk dolgraag met de VS wil samenwerken waar dat maar mogelijk is, maar geen aparte Europese organisatie binnen de NAVO wil opzetten. De Franse defensie wordt Europees èn Atlantisch, verklaarde premier Juppé.

Chirac besteedt zelfs zo veel aandacht aan de Amerikanen dat hij zijn Europese bondgenoten verwaarloost, oordeelt Pascal Boniface, directeur van het Institut de Relations Internationales et Stratégiques (IRIS) in Parijs. Van een land dat zich met veel bravoure bekent tot een nieuwe Europese oriëntatie mag je een harmonieuze omgang met het belangrijkste Europese land, Duitsland, verwachten. Maar uitgerekend als het gaat om de nieuwe defensiepolitiek weet Frankrijk Duitsland keer op keer te irriteren. Over de afschaffing van de dienstplicht was Duitsland niet voldoende geïnformeerd, klaagde de Duitse minister van Defensie, Volker Rühe.

Nog voordat de verontwaardiging over de dienstplicht was weggeëbd, verrastte Juppé Duitsland met de oproep een Europees leger van 300.000 man te vormen. 'Onacceptabel', sneerde Rühe prompt. Duitse commentatoren vragen zich sindsdien bezorgd af of Frankrijk zich meer verwant voelt met Groot-Brittannië dan met Duitsland.

Zijn de diplomatieke uitdagingen voor Chirac al niet gering, het grootste politieke gevaar voor zijn Europese defensiepolitiek schuilt in ex-Joegoslavië. De Amerikanen zijn vast besloten zich aan de afspraken van 'Dayton' te houden en hun troepen, 20.000 man, uit het gebied terug te trekken vóór december 1996. In principe zullen dan ook de Britten èn de Fransen hun bijdragen aan de IFOR-vredesmacht beëindigen. Wat dan?

“IFOR heeft de eenvoudigere taak op zich genomen”, zet een strateeg op een van de Franse ministeries uiteen, “namelijk de scheiding van moslims en Serviërs. Een opvolger voor IFOR wacht een nog veel moeilijkere opdracht: de scheiding van moslims en Kroaten. Dat zou wel eens een schier onmogelijke kunnen opgave zijn. In Londen en Parijs vraagt men zich dan ook af of het wel zo verstandig is om in ex-Joegoslavië achter te blijven. Daar zit het grote dilemma van een Europese defensie politiek: kun je je uit voormalig Joegoslavië terugtrekken en tegelijk streven naar een grotere Europese stem in de NAVO?” De lakmoesproef voor Chiracs nieuwe defensiedoctrine komt daarmee razendsnel dichterbij.