Britten stellen vernietiging veestapel uit

LONDEN, 27 MAART. Een selectieve vernietiging van de Britse rundveestapel stuit op grote praktische problemen. Dat is de reden dat de Britse regering nog steeds niet tot zo'n ingreep heeft besloten.

De Britse overheid wil ook voorkomen dat overhaaste maatregelen door de Europese Commissie als onvoldoende worden afgedaan.

Daarmee zou een vernietiging zijn doel voorbij schieten. Zo'n liquidatie dient juist om het consumentenvertrouwen in het Britse rundvlees te herstellen en moet ervoor zorgen dat het mondiaal exportverbod van Brits rundvlees, afgekondigd door de Europese Commissie, weer opgeheven wordt.

De Britse regering overweegt om alle melkkoeien die nu een paar jaar oud zijn af te maken zo gauw als ze in de menopauze komen en ophouden met melk produceren. Daarbij gaat het om maximaal vier miljoen koeien in de komende vijf jaar, 12.000 tot 15.000 per week. Maar de bestaande negen verbrandingsovens in Groot-Brittannië kunnen maar duizend karkassen per week verwerken. Uitbreiding van de capaciteit zou zeker acht maanden vergen.

De regering heeft ook niet de mogelijkheid om de dieren op de boerderijen te laten verbranden. Bij 400.000 runderen is dat in 1967 wel gedaan om een epidemie van mond- en klauwzeer te bezweren. Maar de Britse overheid wil voorkomen dat dragers van de gekke-koeienziekte via verbrandingsresten en het grondwater alsnog in de voedselketen terecht kunnen komen. Volgens een woordvoerder van de National Farmers Union, de grootste Britse boerenbond, zou de onrust onder consumenten daardoor alleen nog maar worden vergroot.

Een ander praktisch probleem is dat het vee niet zoals gebruikelijk met een pistoolschot kan worden gedood. Daarbij zouden bloed en hersenresten kunnen worden gemorst, de bron van de infectie. Om elk risico te vermijden is het noodzakelijk dat de koeien eerst worden vergiftigd, voordat ze worden verbrand.

Sinds het mondiale exportverbod dat de Europese Commissie gisteren heeft bekrachtigd, is Groot-Brittannië het enige land ter wereld waar nog Brits rundvlees mag worden genuttigd. De Britse premier Major houdt vol dat er niks mis is met het Britse rundvlees.

Hij weet de ineenstorting van het consumentenvertrouwen gisteren aan “collectieve hysterie, gedeeltelijk opgewekt door de media, gedeeltelijk aangewakkerd door de oppositie, gedeeltelijk gevoed door Europa.” De Britse regering beschouwt het mondiale exportverbod van de Europese Commissie als onwettig, maar erkent dat het conflict niet via de rechter is op te lossen, omdat zo'n procedure maanden, zo niet jaren vergt.

De boerenbond schat de kosten van een selectieve vernietiging van de rundveestapel op 2,8 miljard pond, circa 7 miljard gulden. Zeventig procent zou moeten worden gedragen door de Europese Unie, de rest door de Britse overheid, vindt de NFU.

Het voorstel van de boerenorganisatie is aanzienlijk goedkoper dan een slachting van de hele nationale veestapel die ook is overwogen. De kosten van zo'n algehele liquidatie werden geschat op twintig miljard pond.

Intussen worden voor boeren en bedrijven de eerste gevolgen van de rundveecrisis voelbaar. De verkoop op koeienveilingen is sinds vorige week met 98 procent gedaald. De vakbonden hebben gewaarschuwd voor dreigende massa-ontslagen. Het grootste deel van de 6500 werknemers in de slachthuizen die zich op rundvee concentreren, staat voor het eind van deze week op straat of wordt verplicht met vakantie gestuurd, voorspelt de vakorganisatie TGWU.