BIB: banken onderschatten valutarisico's

AMSTERDAM, 28 MAART. Banken onderschatten de 'enorme' risico's die zij lopen bij de afwikkeling van hun onderlinge valutatransacties. De huidige praktijk kan er toe leiden dat een failliete bank anderen in zijn ondergang meesleept.

Dit heeft William McDonough, president van de Federal Reserve Bank van New York en voorzitter van het Comité van betalings- en vereveningssystemen van de centrale banken uit de tien grootste industrielanden, gezegd. McDonough deed zijn uitspraak naar aanleiding van een onderzoek door de centrale banken, die zijn verenigd in de Bank voor Internationale Betalingen (BIB).

Onderzoek van de BIB onder tachtig leidende banken uit de G-10 heeft uitgewezen dat de afwikkeling van onderlinge valutatransacties soms dagen op zich laat wachten. Al die tijd bestaan er zeer grote onderlinge vorderingen en schulden, zonder dat daar het betalingsrisico van is afgedekt. De dagomzet op de internationale valutamarkt omvat gemiddeld 1230 miljard dollar, zo stelde BIB over april vorig jaar vast. Gezien de omvang van de valutahandel betekent dit dat op elk willekeurig tijdstip het potentiële verlies als gevolg van de mogelijkheid dat één van de bancaire partijen niet aan haar verplichtingen kan voldoen, het totale eigen vermogen van bank kan overtreffen. Een kettingreactie als het gevolg van insolventie van één bank kan dan het gevolg zijn. Het voorkomen van dergelijke risico's voor het financiële systeem heeft de hoogste prioriteit bij het toezicht dat centrale banken op de financiële wereld uitoefenen.

Het onderzoek wijst uit dat het management van de meeste banken in de veronderstelling verkeert dat valutatransacties met andere banken, die per contract plaatsvinden, meestal de zelfde dag gedekt worden door de bijbehorende betaling of dat er hooguit een nacht overheen gaat. In werkelijkheid, zo bleek de BIB, gaan er op zijn minst “verscheidene dagen” over heen, en kan het daarna zelfs nog enkele dagen duren voordat de bank zeker is dat de betaling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De banken krijgen van de BIB nu twee jaar om het probleem op te lossen, en zijn daar volgens de centrale bankiers zelf goed toe in staat. De BIB stelt voor dat individuele banken de procedures en het interne toezicht op de vereffening van valutatransacties verbeteren, en dat zij multilaterale methodes ontwikkelen om wederzijdse vorderingen en betalingen zoveel mogelijk op voorhand tegen elkaar weg te strepen ('netten'), zodat een veel kleinere netto-betalingsstroom overblijft. En alternatief is dat de banken wederzijdse vereffening gelijktijdig laten plaatsvinden. Een oplossing daarvoor is het creëren van een internationale vereffeningsbank (clearing bank), die bilaterale betalingen tussen banken regelt en garandeert. Aan zo'n bank wordt op dit moment gewerkt door de twintig grootste internationale banken.