Akkoord bereikt over rechtspositie uitzendkrachten

DEN HAAG, 28 MAART. Uitzendbedrijven en vakbonden hebben gisteravond overeenstemming bereikt over een sociaal akkoord voor uitzendkrachten, waarin de rechtspositie van uitzendkrachten voor ten minste vijf jaar wordt geregeld. Vertegenwoordigers van het uitzendwezen spreken van een “pacificatie”, na tien jaar strijd over de positie van uitzendkrachten. De voorzitter van de FNV Dienstenbond, M. Spanjers, noemt het akkoord “een belangrijke stap voorwaarts in het regelen van de positie van flexibele arbeidskrachten”.

Het akkoord, dat 2 april wordt ondertekend, vormt de uitwerking van een eerder akkoord op hoofdlijnen tussen werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid, waarvan deze krant op 1 maart melding maakte. De uitzendbedrijven zijn via hun branche-organisaties aangesloten bij de Vereniging VNO-NCW, de voornaamste werkgeversonderhandelaar bij het Stichtingsakkoord. De sociale partners hebben minister Melkert (Sociale Zaken) toegezegd om voor 4 april met een advies over flexibilisering en zekerheid te komen.

In het gisteren afgesloten akkoord tusssen vier vakbonden, de branche-organisaties ABU en NBBU en het uitzendkantoor Start wordt geregeld dat uitzendkrachten na zekere tijd recht op pensioen, scholing en een vast dienstverband krijgen. Na in totaal 26 weken werken krijgen uitzendkrachten recht op een individuele pensioen-spaarregeling. Daarvoor wordt 3 procent van het bruto loon opzij gelegd. Het uitzendbureau betaalt daarvan tweederde, de betreffende werknemer eenderde. De resultaten van dit pensioensysteem worden over vijf jaar geëvalueerd.

Verder is een norm voor het geven van opleidingen en scholing vastgelegd. Afzonderlijke uitzendondernemingen moeten aannemelijk maken dat ze aan deze norm - 0,4 procent van de loonsom, oplopend tot 0,8 procent over 5 jaar - voldoen. Op dit moment besteedt het uitzendwezen 20 miljoen gulden per jaar aan ontwikkeling en opleiding. Afgesproken is dat deze opleidingsinspanning de komende vijf jaar wordt verdubbeld.