Zekveld weg bij orkest uit onvrede op tal van punten

AMSTERDAM, 27 MAART. Jan Zekveld, sinds bijna drie jaar de artistiek directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest, neemt ontslag met ingang van 1 april. Zekveld verklaarde gisteren in Amsterdam dat hij om een aantal redenen niet goed kon functioneren en werd gefrustreerd in zijn streven naar hoogwaardige vernieuwing van het repertoire. Het orkest heeft volgens Zekveld nu en in de toekomst een gebrek aan financiën waardoor de koers 'te commercieel' wordt zodat die “de artistieke en ideële doelstellingen dreigt te overvleugelen.”

Zekveld had ook verschillen van mening met chef-dirigent Riccardo Chailly, “zodat de vraag kon rijzen of een vruchtbare samenwerking nog wel mogelijk was.” Eén keer zei hij 'corrigerend' te zijn opgetreden, toen de persoonlijke belangen van Chailly botsten met die van het orkest. Een conflict tussen Chailly en Jan van Vlijmen, wiens Zemlinsky-bewerkingen zijn afgevoerd van het concertprogramma in april, leidde tot “een afstandelijkheid die ik betreur.” Zekveld zei achter Van Vlijmen te staan. Ook met zakelijk directeur Willem Wijnbergen had Zekveld veel conflicten.

Zekveld besprak zijn problemen aanvankelijk met een aantal bestuursleden die afkomstig zijn uit de kunstwereld en die volgens hem voor 'honderd procent' achter hem stonden. Maar uiteindelijk kreeg hij maandagavond geen steun van het bestuur, dat naar eigen zeggen na het indienen van de ontslagaanvraag de afgelopen zes weken 'uitvoerig en zorgvuldig overleg' heeft gevoerd. Volgens bestuursvoorzitter Scherpenhuijsen Rom is het besluit om Zekveld ontslag te verlenen uiteindelijk unaniem genomen.

Zekveld wijt een deel van de problemen aan de directiestructuur, waarbij de zakelijk directeur en de artistiek directeur nevengeschikte functies hebben, zodat er geen primaat ligt bij de artistieke leiding. Bij de Vara, waar Zekveld jarenlang als hoofd klassieke muziek de Matinee op de vrije zaterdag op succesvolle wijze programmeerde, had hij eindverantwoordelijkheid op basis van een eigen budget. In Amsterdam was hij voortdurend gedwongen tot compromissen. Vaak was sprake van tegenstrijdige wensen en eisen van de zakelijke leiding, de chef-dirigent, platenfirma's, tournee-organisatoren, sponsors en de musici.

Het enkele weken geleden gepresenteerde programma voor het komende seizoen is volgens Zekveld een voorbeeld van die compromissen. De door Zekveld voorgestane Festivalserie is daaruit om financiële redenen geschrapt: concertseries met John Eliot Gardiner met muziek rond Shakespeare, met 20ste-eeuwse muziek gedirigeerd door Esa-Pekka Salonen en met Amerikaanse muziek, gedirigeerd door Leonard Slatkin. Volgens Zekveld waren dit seizoen de Festivalconcerten met Boulez en Rostropowitsj een groot artistiek en publiek succes. Maar volgens hem is zakelijk directeur Wijnbergen wars van elk risico en is diens uitgangspunt dat de zaal altijd vol moet.

Het orkestbestuur zegt het in hoge mate te betreuren dat Zekveld zich niet langer kan verenigen met de uitwerking van een aantal beleidsbepalingen. Het bestuur wil nog voor de zomer een tijdelijke opvolger vinden en op langere termijn een definitieve opvolger.

Volgens bestuursvoorzitter Scherpenhuijsen Rom zal het door Zekveld ingezette artistieke beleid worden gehandhaafd. “Er ligt voor de komende periode al veel vast en dat zal worden uitgevoerd. Een deel daarvan hangt echter af van de beslissing die het rijk zal nemen over onze subsidieaanvraag, die is vastgelegd in het beleidsplan voor de komende vier jaar. De uitkomst daarvan moeten we afwachten, maar ik ben daarover niet erg optimistisch.”

Zekveld verklaarde gisteren achter dat beleidsplan te staan maar geen enkele illusie te hebben over inwilliging van de financiële verlangens van het orkest: een subsidieverhoging van 30 procent. Maar zelfs als het rijk en Amsterdam nu al hadden toegezegd dat het Concertgebouworkest de komende jaren de gevraagde extra miljoenen voor verbetering van salarisssen, betaling van de vut-regeling en allerlei artistieke wensen ook krijgt, dan nog zou Zekveld ontslag hebben genomen vanwege zijn overige problemen binnen het orkest.

Met nadruk zei Zekveld dat hetgeen waarvoor hij staat, niet de opvattingen van een dromer zijn: “De subsidies zijn echter ontoereikend voor het door mij gewenste beleid.” Een deel van die financiële problemen had hij bij zijn aanstelling niet kunnen voorzien, zoals het nu al enkele jaren ontbreken van een vierde sponsor, na het afhaken van het destijds noodlijdende Daf.

Zekveld, die verklaarde het een eer te hebben gevonden voor het Concertgebouworkest te hebben mogen werken, zei niet te streven naar een nieuwe functie binnen het muziekleven en wilde verder geen uitspraken doen over zijn toekomst.