Wereld ligt open voor squashkampioene

Squash staat op de vijfde plaats van de meest beoefende sporten in Nederland. Toch is het stil in deze tak van sport. Een aansprekende prestatie op internationaal niveau kan daar verandering in brengen. Voorlopig zou de Nederlandse kampioene Vanessa Atkinson al blij zijn als ze één rondje verder komt bij het British Open.

DEN HAAG, 27 MAART. Voormalig squashkampioene Babette Hoogendoorn haalde de top-10 op de wereldranglijst net niet, maar ze was wel opmerkelijk vaak in het nieuws. De Brabantse is een controversieel persoon en kreeg het regelmatig aan de stok met medespeelsters, tegenstandsters en officials. Ze ontkent dat ze het soms omwille van de publiciteit deed. “Het zit gewoon in mijn karakter. Ik ben geen alledaags mens.”

Vanessa Atkinson, de nieuwe titelhoudster, is een ander type dan haar voorgangster. “Ik ben veel rustiger. Wat met Babette is gebeurd, zal mij nooit overkomen. Ik laat veel over me heengaan.”

Toch hebben Atkinson en Hoogendoorn elkaar gevonden. Laatstgenoemde, 30 jaar inmiddels, helpt haar tien jaar jongere collega een betere speelster te worden. Ze trainen twee dagen per week samen en ze zijn er achter gekomen dat ze veel op elkaar lijken. Alleen is Atkinson pas op de baan zoals Hoogendoorn erbuiten was. “Vanessa speelt op gevoel. Die bal moet daar komen, boem. Ik was als speelster weer veel meer een denker”, zegt Hoogendoorn.

Hoogendoorn keerde na een afwezigheid van drie jaar terug op de baan. Ze wilde weer een fit lichaam krijgen, dát was het enige doel. In januari bereikte de kleine veterane wel meteen de halve finale bij het Nederlands kampioenschap. Ze speelde toen niet tegen Atkinson, maar liep haar vlak voor de finale tegen het lijf. “Ze stond daar maar een beetje te staan”, herinnert Hoogendoorn zich. “Moet je geen warming-up doen, vroeg ik. Nee dus. Wat warming-up? Morgen weer gezond op, hoor. Die onbevangenheid had ik vroeger ook. Ik herkende het.” Later zag ze Atkinson in vijf games haar eerste titel grijpen. “En dat terwijl men van haar zei dat ze nooit een vijfde game kon winnen.”

Het sprak Hoogendoorn aan. Eerder had ze nog een andere mening over Atkinson. “Ik had een keer tegen haar gespeeld en dat was me niet goed bevallen. Ik gaf haar toen wat adviezen, maar ze luisterde niet. Oprotten dan, dacht ik toen. Ik had zelf juist zo iemand die me wilde helpen helemaal leeggezogen.” Maar Atkinson is wantrouwend van aard. “Ik moet iemand echt heel erg vertrouwen. En van Babette had ik al die verhalen gehoord...” Nu behoort Hoogendoorn met bondscoach Jonas Barrington en de Haagse sportschoolhouder Jack Slagman tot de personen van wie Atkinson wel goede raad wil aannemen.

Hoogendoorn weet inmiddels dat ze de 20-jarige squashster niet moet “overdonderen” met adviezen. Ze moet het op de baan laten zien. Daar doen de twee allerlei spelvormen met de bal. De taktisch meer gewiekste Hoogendoorn wint het dan. In echte wedstrijden is de nieuwe kampioene wel beter dan de oude. “Ze is een stuk sneller dan ik”, aldus Hoogendoorn.

Vanessa Atkinson is een Nederlandse kampioene met een Engels paspoort. Het is haar niet aan te horen. Ze spreekt accentloos. Op 10-jarige leeftijd kwam ze met haar ouders van Newcastle naar Nederland. Buitenhuis voelt ze zich Nederlandse, binnen is ze nog steeds Engelse. “Dat komt door mijn ouders. We kijken alleen naar de BBC en praten en eten Engels.”

Atkinson, 36ste op de wereldranglijst, heeft in de ogen van expert Hoogendoorn “veel talent”. Of dat straks garant staat voor een hoge internationale klassering valt niet te zeggen. “De vraag is wat ze wil bereiken. Wat heeft ze er voor over? Ik denk dat ze, als ze het goed aanpakt, serieus en consequent, heel ver kan komen. Dan denk ik eerst aan de top-15”, oordeelt Hoogendoorn. De eerlijke Atkinson: “Het is makkelijk om te zeggen dat ik graag naar de top wil. Je kan het willen en heel graag willen. Voorlopig heb ik het naar mijn zin. Er zit vooruitgang in. Een nationale titel stelt misschien niet veel voor, maar het geeft me wel vertrouwen.”

Ze heeft de pech dat ze uitgerekend tot bloei komt in een magere tijd. Het nieuwe is van het squash af, de televisie blijft weg en mede daardoor tonen sponsors geen interesse meer. “Ik heb zelfs nu nog een racketcontract. Maar Vanessa heeft niets, terwijl de hele wereld voor haar open ligt”, zegt Hoogendoorn. Ze verwijt de clubs dat ze niet proberen om mensen die wel eens squashen - naar schatting anderhalf miljoen - aan zich te binden en ze verwijt de bond dat ze de sport niet voldoende uitdraagt. De ex-kampioene zou best iets in de promotionele sfeer willen doen, maar ze wordt er niet voor gevraagd. Ze was als speelster nu eenmaal niet erg geliefd. “Maar dat mag nu toch niets meer uitmaken.”

Atkinson schraapt intussen het geld bij elkaar om aan buitenlandse toernooien mee te kunnen doen. Afgezien van de bijdrage van NOC*NSF speelt ze zowel in Nederland als in België competitie en staat ze soms achter de bar bij de Haagsche squashclub. Hoogendoorn heeft er bewondering voor. “Ik weet niet of ik het op deze manier had gekund. Zonder de steun van de sponsors zou ik waarschijnlijk lekker zijn gaan studeren.”

Evenals Atkinson doet Hoogendoorn eind deze week mee aan de British Open, het Wimbledon van de squashers. Maar dat moet men niet al serieus nemen, zegt ze. “Ik ben te veel veranderd en dat is niet handig voor topsport. Ik kan er niet meer vol voor gaan. Ik wil Vanessa helpen, dat zegt genoeg. Dat zou ik vroeger nooit hebben gedaan.”