VS vervangen vals 'superbiljet'

NEW YORK, 27 MAART. Officieel bestaan ze niet, de nauwelijks van echt te onderscheiden biljetten van honderd dollar. Toch zijn de zogeheten 'superbiljetten' de reden van een nieuw ontwerp voor briefjes van honderd dollar, die gisteren in omloop zijn gekomen.

De valse superbiljetten komen sinds 1990 uit het Midden-Oosten en na zes jaar is er nog altijd geen vooruitgang geboekt bij het opsporen van de daders. Zijn het Libanezen, de van oudsher befaamde valsemunters van het Midden-Oosten, zijn het Syriërs, of steekt Iran hierachter? Het Amerikaanse ministerie doet er officieel het zwijgen toe en noemt het in omloop zijnde vals geld “een verwaarloosbaar probleem en zeker geen bedreiging voor de reputatie van de dollar.”

Hoe belangrijk de reputatie van de dollar is bewijst het feit dat ongeveer drie van alle vierhonderd miljard papierdollars zich buiten de VS bevindt. Zoals bekend is de dollar in Rusland belangrijker dan de roebel. Volgens de Russische centrale bank is er 20 miljard dollar in Rusland, waarvan tachtig procent in honderd-dollarbiljetten. Ook in Polen, Argentinië, Cuba en delen van Afrika is de Amerikaanse dollar in gebruik.

De Amerikaanse centrale bank beschouwt dollarbiljetten in het buitenland als renteloze leningen. Per jaar brengen ze ongeveer 15 miljoen dollar op. Vandaar dat de VS dertig miljoen uittrekt voor een buitenlandse informatiecampagne over het nieuwe honderd-dollarbiljet. Vertrouwen in de dollar is belangrijk en geruchten over valse biljetten wekken vooral onrust buiten de VS.

De Amerikaanse minister van financien Robert Rubin zei gistermorgen dat “niet eens vaststaat dat er valse biljetten uit het Midden-Oosten komen” en “zo goed zijn de valse biljetten niet.” Volgens de geheime dienst (Secret Service), onderdeel van het ministerie van financiën dat belast is met de opsporing, bestaat er wel degelijk een superbiljet. De dienst heeft het Congres daar ook al van weten te overtuigen. Sinds september 1995 heeft het een bureau op Cyprus geopend om van daaruit onderzoek in het Midden-Oosten te kunnen doen.

“Natuurlijk bestaat er een superbiljet”, zegt Robert Leuver, topman van de Amerikaanse Numismatische Associatie. Leuver was tot voor kort directeur van het Amerikaanse Bureau van Graveer- en Drukkunst, dat toezicht houdt op de grafische aspecten van bankbiljetten en nieuwe ontwerpen. “Ongeveer vier weken geleden ben ik verschenen in een hoorzitting in het Congres en toen was daar ook iemand van de geheime dienst die een superbiljet liet zien.”

Volgens Leuver bestaat de vrees dat het superbiljet het gehele monetaire systeem kan ontwrichten. Hij denkt dat het biljet bewust in omloop is gebracht om economische schade aan te richten. “Dit is een terroristische daad - monetaire oorlogsvoering, maar het ministerie van financien wil het niet toegeven.”

De superbiljetten doken voor het eerst op in 1990 maar het duurde nog twee jaar voordat de aandacht erop werd gevestigd. Twee Libanese hasjhandelaren vertelden de FBI in ruil voor strafvermindering over valsemunters in Libanon die de superbiljetten maakten. Aanvankelijk werkten ze met gebleekte dollarbiljetten die ze opnieuw bedrukten. Latere exemplaren zijn perfecte kopieën, met exact dezelfde papiersamenstelling van 75 procent katoen, 25 procent linnen en blauwe en rode vezels. Ook het drukproces is hetzelfde, zodat het biljet inderdaad als een honderd-dollarbiljet voelt.

Toen een technisch analist in Washington zijn eerste superbiljet voor onderzoek in handen kreeg, verklaarde hij het echt. Erger nog, magnetische valutascanners in de kantoren van de Amerikaanse centrale bank lieten zich ook foppen. Het betekent dat de valsemunters op de hoogte zijn van het juiste percentage ijzeroxide in de inkt op de biljetten. Hoe nauw dat luistert bewijst het feit dat talloze echte biljetten hierop worden afgekeurd.

Leuver heeft het nieuwe honderd-dollarbiljet gezien en noemt het “een zeer goed ontwerp”. Hij erkent dat het nog beter kan, zoals volgens hem wordt getoond in bijvoorbeeld de Nederlandse bankbiljetten van honderd. Het nieuwe Amerikaanse biljet maakt het vrijwel onmogelijk voor amateurs om exemplaren na te maken. Professionals lopen door het nieuwe ontwerp een achterstand op van twee tot vijf jaar. Er zijn zeven nieuwe zichtbare kenmerken op het biljet die het valsemunters lastig maken, maar ook zeven onzichtbare, onbekende kenmerken, “die voorkomen dat de Fed zelf superbiljetten laat passeren.”

De schattingen over het aantal superbiljetten dat is uitgegeven varieert maar de somberste luiden dat er voor miljarden dollars in omloop is. De Amerikaanse diensten die belast zijn met onderzoek en opsporing hebben inmiddels 10 miljoen dollar aan biljetten onderschept. De waarde van de dollar en het beheer van het geld zijn officieel het terrein van de centrale bank, de Federal Reserve. Met de opsporing van valse biljetten is echter de Secret Service belast. Deze dienst onderkent het probleem van de superbiljetten en lekt informatie naar de pers. “Dat is politiek” zegt Leuver. “Robert Rubin heeft een andere agenda dan de geheime dienst die belast is met de opsporing. Rubin maakt zich zorgen over de status van de dollar en monetaire politiek.”

Het nieuwe biljet dat vanaf vandaag in roulatie gaat heeft enkele anti-fraudekenmerken erbij gekregen. Het heeft een watermerk, de inkt is op sommige plaatsen meerkleurig en verandert van groen in zwart als de 'vlek' onder een bepaalde hoek wordt bekeken. Het vergrote portret van Benjamin Franklin heeft er details bijgekregen die het moeilijker maakt om het te dupliceren. Microletters op verschillende plaatsen maken het biljet een hoogwaardig drukontwerp. “Het nieuwe biljet is nog steeds groen en zwart op papier van dezelfde samenstelling,” zegt Friedberg, Amerikaans agent van 's Rijks Munt en directeur van het Coin & Currency Institute in New Jersey. “Er is beslist geen sprake van een radicaal nieuw ontwerp. Het is echter de eerste keer dat het biljet een watermerk heeft. In andere landen is dat heel normaal maar hier is dat nooit eerder gedaan.”