Vijf gram softdrugs lijkt papieren norm

DEN HAAG, 27 MAART. De landelijke verlaging van de verkoopnorm voor softdrugs in coffeeshops heeft een conflict veroorzaakt tussen het lokale bestuur en de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie).

De Nijmeegse burgemeester d'Hondt, en met hem veel andere burgemeesters, zegt niet te kunnen voldoen aan de nieuwe richtlijn van Justitie. Deze houdt in dat coffeeshops niet meer dan vijf gram softdrugs per klant mogen verkopen. “Daar gaat de heer d'Hondt niet over”, zeiden Dijkstal en Sorgdrager gisteren. “Daar ga ik wel degelijk over”, luidde het antwoord van d'Hondt, voorzitter van het beraad van de vijfentwintig korpsbeheerders.

Geen van beide partijen heeft gelijk of ongelijk onder de huidige wetgeving. De bewindslieden hebben gelijk omdat de 'strafrechtelijke handhavingskwestie' binnen de zogeheten lokale driehoek van korpschef, korpsbeheerder (burgemeester) en officier van justitie niet tot de bevoegdheden van de burgemeester behoort. De opsporing en vervolging van strafbare feiten is voorbehouden aan de officier van justitie.

De burgemeester heeft ook gelijk. Hij heeft geen vastgelegde rol in het gezag over de politie, maar wel over de openbare orde en het beheer: de verdeling van de financiën en de structurele inzet van politiepersoneel. Aan minister Dijkstal schreef burgemeester d'Hondt gisteren: “Ik zou de laatste moeten zijn om U er op te wijzen dat structurele inzet van politie een beheerskwestie is, primair een zaak van korpsbeheerder en regionaal college. Handhaving hoort daar thuis als een kwestie van verdeling van tekorten over vele vragende gezagsdragers.”

Volgens de verhoudingen binnen de driehoek moeten burgemeester, korpschef en officier van justitie gezamenlijk het beleid vaststellen. “Het openbaar ministerie gaat er niet alleen over”, zei de Arnhemse officier van justitie mr. S. Buist vanochtend. Binnen de driehoek in de politieregio rond Nijmegen is nog geen overleg geweest over de handhaving van de nieuwe verkoopnorm voor softdrugs. “Het standpunt van de heer d'Hondt is dus niet het standpunt van de driehoek”, aldus Buist.

Ook veel hoofdcommissarissen voelen er weinig voor hun toch al schaarse personeel in te zetten voor een in hun ogen nauwelijks te controleren maatregel. Het OM heeft nog geen instructies ontvangen van minister Sorgdrager over de nieuwe richtlijn, omdat de Tweede Kamer officieel nog moet instemmen met het aangekondigde drugsbeleid. Maar als de officieren van justitie er hetzelfde over denken als hun gesprekspartners in de lokale driehoek, komen de beleidsuitvoerders in de gemeenten lijnrecht tegenover de beleidsmakers in Den Haag te staan.

De gemeenten verwijten het kabinet onder meer dat de verlaging van de verkoopnorm voor softdrugs vooral symbolische waarde heeft - in antwoord op de aanhoudende kritiek uit het buitenland. Voor de praktische uitvoerbaarheid hebben de politici te weinig oog, zo vinden de gemeenten. De gemeenten kijken vooral naar de uitwassen van het softdrugsbeleid; zij willen de plekken aanpakken waar de overlast het grootst is. Maar zelfs daarvoor kan de politie te weinig mensen op straat brengen.

Minister Sorgdrager gaf gisteren toe dat het lokale driehoeksoverleg zelf uiteindelijk het beleid ten aanzien van softdrugs vaststelt. “Wanneer de korpsbeheerder zegt dat het niet gebeurt, is er een probleem. Wij kunnen een lokale burgemeester niet dwingen een bepaald beleid te voeren.” Die beperking verleidde de minister in de Kamer tot de uitspraak dat zij verwacht dat “de meeste coffeeshops” zich straks “vrijwillig aan de nieuwe criteria zullen houden”.

Het Kamerlid Korthals (VVD), die wegens het signaal naar het buitenland een voorstander is van de verlaagde verkoopnorm voor softdrugs, erkende vorige week ongewild dat de maatregel voorlopig alleen op papier zal bestaan. Hij vergeleek de strafrechtelijke handhaving van de nieuwe norm met de opsporing van bijvoorbeeld fietsendiefstal. Voor beide delicten geldt dat de politie meestal belangrijker zaken om handen heeft. Ook de ministers Sorgdrager en Dijkstal weten dat de personeelssterkte bij de politiekorpsen nog steeds onvoldoende is. De nieuwe, intensieve controletaak die de politie er straks bovenop krijgt, zal dat alom erkende probleem niet verminderen.