Verstarde frases bij nieuwe Indiase dans

Gezelschap: Shobana Jeyasingh Dance Company. Programma: Making of Maps, choreografie: Shobana Jeyasingh, muziek: Alistair MacDonald en R.A. Ramamani, toneelbeeld: Andrea Blotkamp. Raid, choreografie: Shobana Jeyasingh. Gezien: 22 maart, Theater De Vest, Alkmaar. Nog te zien: 27/3 Almere, 28/3 Leiden, 29/3 Groningen, 3/4 Tilburg, 4/4 Breda.

De uit India afkomstige, in Londen wonende en werkende Shobana Jeyasingh, is geen onbekende in Nederland. Ze was hier al verschillende malen te gast, onder andere in het Cadanse Festival in Den Haag (1990) en het Spring Dance Festival in Utrecht (1992). Sinds zij in 1988, na een 7-jarige solo-carrière als Bharatha-Natyamdanseres, haar eigen groep oprichtte, is ze in de internationale danswereld een bekendheid geworden, die meerdere prijzen voor haar werk in de wacht gesleept heeft.

Waar de traditionele Bharatha-Natyamdans, een tempeldans, slechts door éen persoon tegelijk wordt uitgevoerd en iedere beweging een sinds eeuwen vaststaande betekenis heeft, maakte Jeyasingh die precieuse en toch zeer krachtige dansstijl los van de traditie. Ze gebruikt de bewegingen louter als materiaal, voegt er elementen uit de Westerse danstechnieken aan toe en maakt er danscomposities voor meedere personen voor.

Haar choreografieën zijn opgebouwd uit zich regelmatig herhalende bewegingsfrases die in verschillende richtingen worden uitgevoerd, op variabele plaatsen in de ruimte staan en door steeds wisselende dansersformaties worden uitgevoerd. De muzikale begeleiding wordt gevormd door vaak speciaal voor de groep gecomponeerde stukken van zowel Westerse als Indiase hedendaagse musici. Dat alles levert beslist interessante elementen op, maar Jeyasinghs choreografische zeggingskracht blijkt beperkt en haar werken missen een prikkelende opbouw.

Het hier gebrachte programma bestaat uit twee onderdelen. In Making of Maps, geïnspireerd op de middeleeuwse Mappa Mundi draait het om de speurtocht naar een samengaan van Oosterse en Westerse cultuur. Raid is gebaseerd op het Zuid-Indiase straatspel Kabbadi, waarbij een lid van de ene groep tracht door te dringen in het territorium van de andere. In beide werken heeft de sterk ritmische structuur en de ongewone klankkleur van de muziek dikwijls een grotere expressiviteit dan de choreografie. Wellicht ook omdat de zes danseressen beter vetrouwd zijn met de Bharatha-Natyamdansstijl dan met die van de Westerse dans. Bovendien missen ze ondanks zeer grote inzet persoonlijke uitstraling. Ik heb de indruk dat Jeyasingh vast is gelopen in haar artistieke ontwikkeling en nieuwe uitdagingen behoeft.