Toekomstbeeld van Nederlanders weinig rooskleurig

DELFT, 27 MAART. Het algemene toekomstbeeld onder het Nederlandse publiek is weinig rooskleurig. In het jaar 2010 zal de maatschappelijke tweedeling tussen boven- en onderlaag verscherpt zijn. Een kleine groep hoog opgeleide mensen zal harder moeten werken, en voor de meesten zal er minder of helemaal geen werk meer zijn. Deze vrije tijd zal leiden tot vereenzaming en criminaliteit. Door de informatietechnologie zal veel thuis gewerkt worden, hetgeen ook vereenzaming zal veroorzaken. Alleen over het milieu heerst algemeen optimisme, dankzij het vertrouwen in technische innovaties.

Dit blijkt uit een 'verkenning onder burgers' in opdracht van minister Ritzen (Onderwijs) dat vanmiddag is gepresenteerd aan het begin van het 'kennisdebat' over de rol van kennis in het jaar 2010. Het 'kwalitatieve' onderzoek, uitgevoerd door het Amsterdamse bureau Plasschaert Quality in Research BV, bestond uit gesprekken met vier groepen van ieder tien personen, die samen een zo breed mogelijke doorsnee van de bevolking vertegenwoordigen. Na een brainstormsessie over het jaar 2010 moesten de respondenten een week lang alle ideeën over de maatschappij in 2010 inspreken in een kleine cassetterecorder. Het onderzoek werd afgesloten met groepsdiscussies. Volgens het onderzoeksbureau was de betrokkenheid van de respondenten uitzonderlijk groot: alleen twee zieken haakten halverwege af.

Het kennisdebat over 'de rol van kennis in de samenleving' werd door Ritzen afgelopen november aangekondigd en zal volgend jaar maart afgerond worden. Een onafhankelijk bureau zal zoveel mogelijk discussies organiseren en stimuleren, onder meer met een 'Kenniskrant' en een internet-site ((http:// www. kennisdebat. minocw. nl).

Het ministerie van Onderwijs hoopt dat het debat in ieder geval een sense of urgency zal bewerkstelligen. Als leidraad zijn zeven thema's geformuleerd, die varieren van de vraag 'over welke basisvaardigheden moeten mensen beschikken in de volgende eeuw' tot de vraag naar het behoud van 'de interne cohesie' van de samenleving en de grenzen in de ontwikkeling van kennis.

Niet alleen het 'bevolkingspanel' heeft zorgen over de toekomst, ook in de essaybundel die de basis voor het Kennisdebat moet vormen, Kennis voor morgen, overheersen zorgen over vooral de culturele ontwikkeling. “Het beeld doemt op van een weliswaar democratische en vrije samenleving, waarin evenwel door de elektronische media massa's informatie over de burgers worden uitgestort die zij niet of met de grootste moeite kunnen verwerken en tot bruikbare kennis omsmeden”, schrijft de Rotterdamse socioloog Zijderveld in zijn bijdrage.

Het bevolkingspanel hoopt verder op een verschuiving van het huidige arbeidsethos. Niet alleen betaald werk, maar ook onbetaald werk moet gaan gelden als een zinvolle tijdsbesteding. Opvallend is dat de jongste respondenten, in de leeftijd van 13 tot 17 jaar, allen verwachten een eigen zaak te zullen beginnen. Tegelijkertijd verwachten zij dat in 2010 “alleen nog maar heel grote bedrijven zullen bestaan. Kleine bedrijven gaan failliet of worden opgeslokt door de grote”.

Men vreest dat verveling in combinatie met een zeer laag inkomen en slechte huisvesting zal leiden tot grote ontevredenheid en tot een sterke toename van de criminaliteit. Om de door vrijwel alle respondenten verwachte, grote tweedeling te voorkomen, zal de 'sociale opvoeding' op scholen, maar vooral door ouders aanzienlijk moeten worden versterkt. Door het onderwijs moeten brede basisvaardigheden worden overgedragen, vindt men. Want een belangrijke bepalende factor in het verschil tussen arm en rijk zal worden 'het al of niet met de ontwikkelingen kunnen meegaan'.