SPD uit kritiek op eigen voorzitter na verlies in deelstaten

BONN, 27 MAART. Na de zware nederlagen die de SPD afgelopen zondag leed in de verkiezingen in de deelstaten Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Sleeswijk-Holstein is in Duitslands grootste oppositiepartij een debat begonnen over de koers en de positie van partijvoorzitter Oskar Lafontaine. Bovendien hebben de regeringspartijen (CDU/CSU en FDP) gisteren aangekondigd dat zij op wetgevend gebied een confrontatiepolitiek tegen de SPD zullen gaan voeren. Op die manier willen zij kiezers duidelijker maken dat de sociaal-democraten hun meerderheid in de Bondsraad “misbruiken om noodzakelijke wetgeving te blokkeren”, zoals de secretaris-generaal van de CDU, Peter Hintze, het gisteren zei.

Na de SPD-verliezen in de verkiezingen voor de landdagen in Stuttgart (- 4,3 procent), Mainz (- 5) en Kiel (- 6,4) had Lafontaine direct gereageerd met de opmerking dat zijn partij het in vergelijking met de veel slechtere stand in de enqûetes van vorig najaar eigenlijk goed had gedaan en zelfs van een “mooi succes” mocht spreken. Sinds hij vorig najaar op een congres in Mannheim verrassend als partijvoorzitter werd gekozen, ten koste van Rudolf Scharping, de fractieleider in de Bondsdag, heeft de SPD de wind weer in de rug, had Lafontaine zondagavond verzekerd.

Die uitspraken, en de vraag of Lafontaine in de regionale campagnes de SPD niet heeft geschaad met zijn pleidooien tegen de Europese muntunie en voor beperking van de toelating van Aussiedler (volksduitsers uit Oost-Europa), hebben intussen in en buiten het SPD-bestuur tot kritische reacties geleid. Nadat Sleeswijk-Holsteins premier Heide Simonis Lafontaine direct zondagavond medeverantwoordelijk had genoemd voor het feit dat zij in Kiel haar absolute meerderheid in de landdag was kwijtgeraakt, volgde maandag en gisteren vergelijkbare kritiek van andere SPD-prominenten.

Hertha Däubler-Gmelin, vice-voorzitter van de partij en juridisch specialist in de Bondsdag, verweet Lafontaine de SPD-nederlaag met zijn anti-Euro- en anti-Aussiedler-campagne in de hand te hebben gewerkt. Zij noemde zijn reactie op die nederlaag als “het mooipraten van een verkiezingsdebâcle” en vroeg om onderzoek naar de oorzaken. Partijbestuurslid Rudolf Dressler, sociaal-economisch deskundige in de Bondsdag, noemde de uitslagen van zondag “niet mooi maar deprimerend”. Volgens de vroegere partij- en fractieleider Hans-Jochen Vogel moet de SPD zich “eerlijk rekenschap” geven van haar nederlaag. Vogel ziet de aanhoudende meningsverschillen tussen Lafontaine, die ook premier van Saarland is, en zijn generatiegenoten Gerhard Schröder (premier Nedersaksen en eerste economisch woordvoerder van de partij) en Scharping als een oorzaak van de slechte SPD-scores.

De Beierse SPD-voorzitter Renate Schmidt, die op het partijcongres vorig najaar een beslissende rol speelde ten gunste van Lafontaines verkiezing, kritiseerde gisteren het “onduidelijke politieke concept” van de partij, bijvoorbeeld over de verhouding tot de Groenen, en de tegenstellingen in de partijtop. Ook de jonge socialisten (Juso's) menen dat Lafontaine met zijn “populistische” toespraken over Aussiedler en de oorzaken van de Duitse economische crisis zijn partij heeft geschaad.