President Herzog tegen algemene amnestie voor misdaden DDR-tijd

BONN, 27 MAART. Een algemene amnestie voor mensen die zich in de vroegere DDR strafbaar hebben gemaakt zou volgens de Duitse bondspresident, Roman Herzog, onjuist zijn. “Werkelijk flagrante en zwaarwegende” schendingen van de mensenrechten kunnen niet zonder vervolging blijven, zei hij gisteren in Berlijn voor de Bondsdagcommissie die de rol onderzoekt van de Socialistische Eenheidspartij (SED) in de DDR.

Herzog, die het Duitse Constitutionele Hof leidde voor hij zomer 1994 als bondspresident werd gekozen, verklaarde zich daarmee tegen een hier en daar, vooral in West-Duitsland, bepleite algemene amnestie. “Nog is het onrecht te vers om de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid geheel opzij te schuiven, dat zou schadelijk zijn voor de opvatting over de mensenrechten die ten grondslag ligt aan de rechtsstaat”, zei hij.

De bondspresident waarschuwde echter vooral zijn Westduitse landgenoten “die de SED-dictatuur niet hebben meegemaakt” er tegen al te makkelijk de staf te breken over het gedrag van vroegere DDR-burgers. Vervolging, en dan alleen op basis van destijds geldend DDR-recht, moet beperkt blijven tot hen die zich actief schuldigmaakten aan repressie of schending van mensenrechten.

Herzog erkende dat de “wapens van het recht” tegen vroegere vergrijpen vaak niet scherp genoeg zijn en dat de daaruit voortvloeiende teleurstelling over “juridische onmacht” veel slachtoffers treft. Maar desondanks mogen “daders van gisteren” niet onvervolgd blijven, zei hij.

Ex-DDR-dissident Rainer Eppelmann (CDU), die de enqûetecommissie voorzit, en de Berlijnse burgemeester, Eberhard Diepgen (CDU), spraken zich gisteren uit voor herinvoering van de 17de juni als gedenkdag. Op die dag brak in de DDR in 1953 een door Sovjet-troepen neergeslagen volksopstand uit waarin onder meer lagere consumptieprijzen en vrije verkiezingen waren geëist.