Overlegmodel met lage uitkeringen

DEN HAAG, 27 MAART. De zes hoogleraren economie wilden geen controversiële politieke uitspraken doen. Toch was hun gisterenmiddag gepresenteerde rapport Arbeidsmarkt, informatietechnologie en internationalisering in meer dan één opzicht opmerkelijk. De Commissie van Economische Deskundigen zet zich af tegen een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt en het Angelsaksische model van sterk fluctuerende lonen. De economische deskundigen van de Sociaal Economische Raad (SER) waarschuwen voor working poor, gettovorming en criminaliteit als gevolg van een te vrije werking van het marktmechanisme.

Nederland doet er volgens de SER-economen verstandig aan te investeren in haar kracht: de overlegeconomie. “Wij hebben hier in Nederland grosso modo de beste bestuursvorm van de Westerse wereld”, vindt de voorzitter van de commissie, de Tilburgse hoogleraar Ad Kolnaar. Zijn naam wordt in politieke kring vooral geassocieerd met het verlies van het CDA bij de vorige verkiezingen. Kolnaar suggereerde bij de presentatie van het CDA-verkiezingsprogramma in 1994 dat ook AOW'ers er wel eens in koopkracht op achteruit zouden kunnen gaan en werkte daarmee het ontstaan van ouderenbonden en veel stemmenverlies bij het CDA in de hand. Toch is het onterecht om hem dit stemmenverlies in de schoenen te schuiven. Economen zijn nu eenmaal geen politici. De hoofdverantwoordelijke, toenmalig CDA-lijsttrekker Elco Brinkman, was bij de presentatie van het verkiezingsprogramma opvallend afwezig.

Bovendien kreeg de econoom Kolnaar after all gelijk. De sociale minima, waaronder de mensen met alleen AOW, zijn er onder PVDA-premier Kok in koopkracht op achteruit gegaan. Onder voorzitterschap van Kolnaar doen de economische deskundigen nu veel verstrekkender uitspraken dan het CDA toen. Hun hoofdthema is de werkloosheid, die de economen op 1,2 miljoen mensen stellen. Dat is volgens de Enquête Beroepsbevolking namelijk het aantal personen dat een baan van minstens twaalf uur wil hebben. Een groot deel van deze mensen is laag opgeleid. Te laag opgeleid voor een baan tegen het wettelijk minimumloon of de laagste CAO-lonen. Van elke tien personen met alleen basisonderwijs hebben er maar drie een baan. Uitzendbureau's en oproepcontracten bieden voor hen geen uitkomst, stellen de economische deskundigen. Werkgevers investeren namelijk niet in losse werkkrachten. Terwijl scholing nu juist de beste manier is om laagopgeleide werklozen uit hun isolement te halen en hun arbeidskracht produktief aan te wenden. Dat is dan ook de reden dat de economen zich keren tegen te veel flexwerk.

Hoewel de economen van de SER een totaal andere benadering kiezen dan het ministerie van Economische Zaken, dat nog erg op de lijn van méér marktwerking en deregulering as such zit, is het ook weer niet zo dat ze volledig overstag gaan. De aanbevelingen bevatten namelijk ook veel oude elementen die heel wat minder populair zijn bij met name de vakbeweging en de PvdA.

Hoofdprobleem is dat de produktiviteit van de meeste werklozen niet opweegt tegen het inkomen dat werkgevers hen volgens de wet en de CAO minimaal moeten betalen. Dit dilemma kan op een aantal manieren worden opgelost. Door werklozen meer te scholen, het minimumloon af te schaffen en sociale partners over te halen om het hele loongebouw wat te laten zakken. Maar dan zullen ook de uitkeringen omlaag moeten, vinden de economen. Op dit moment loont het voor veel uitkeringsgerechtigden namelijk al niet om te gaan werken. De laagste uitkering voor alleenverdieners is netto precies gelijk aan het laagste loon dat werkgevers volgens de wet op het minimumloon moeten betalen.

“In het bijzonder is het van belang dat meer financiële prikkels voor uitkeringsgerechtigden worden ingebouwd door het verschil tussen netto-uitkering en nettoloon te verhogen”, schrijven de economen. Dat kan in de eerste plaats via een vermindering van de werknemerslasten (belastingen en sociale premies) die op arbeid drukken. Het kan ook via een generieke verlaging van de netto-uitkeringen. Ten slotte kunnen financiële prikkels worden versterkt door de netto-uitkeringen te bevriezen of in het kader van het sanctiebeleid te komen tot een selectieve verlaging van de netto-uitkeringen op individuele basis.

De economen doen met betrekking tot de uitkeringen ook een creatieve suggestie: de uitkeringen moeten sterk worden verlaagd. Zo sterk dat mensen wel gedwongen worden om erbij te gaan werken, teneinde zo hun minimale uitkering aan te vullen met inkomen uit arbeid. Om hen daartoe in de gelegenheid te stellen zal er een aparte arbeidsmarkt voor eenvoudig werk moeten worden gecreëerd, te vergelijken met de huidige Melkertbanen. Het gaat daarbij om zaken als kinderopvang, veiligheid op straat, verpleegkundige hulp, het schoonhouden van bossen. Het lijkt een beetje op de werkgelegenheidsplannen uit de jaren dertig.

Het voordeel van dit plan tegenover dat van Melkert is, dat voor de gesubsidieerde banen van Melkert weinig animo bestaat. Waarom? Omdat de uitkeringen relatief te hoog zijn om werklozen het huis uit te krijgen. De economen vinden dat mensen bovenop een basisuitkering zelf maar moeten zorgen voor aanvullend inkomen. Zoals veel studenten dat momenteel ook doen.