Overleg in Koeweit over dienstboden

KOEWEIT-STAD, 27 MAART. De ambassade van Sri Lanka in Koeweit kan de opvang niet meer aan van Sri-Lankese dienstboden die zeggen slecht behandeld te worden door hun Koeweitse werkgevers. Dat heeft de minister van Buitenlandse Zaken van Sri Lanka, Lakshman Kadirgamar, gisteren gezegd aan het einde van een tweedaags bezoek aan Koeweit dat tot doel had een oplossing voor het probleem te vinden.

Volgens de minister verblijven er “op ieder willekeurig gekozen moment” 230 dienstboden in de ambassade. Ze verklaren dat ze niet voldoende door hun werkgever betaald worden of blootstaan aan geweld en intimidatie. In Koeweit werken naar schatting 90.000 Sri-Lankezen. In het gehele Midden-Oosten, aldus de minister, zijn er 500.000 gastarbeiders uit Sri Lanka. Die sturen gezamenlijk naar schatting 300 miljoen dollar (ongeveer 450 miljoen gulden) naar hun familieleden in Sri Lanka.

De Sri-Lankese minister deed de autoriteiten in Koeweit een aantal suggesties om het probleem op te lossen. Zo zou een systeem moeten worden opgezet om vast te stellen of werkgevers hun dienstboden wel betalen en zouden de twee landen adressen moeten uitwisselen van bureaus die bemiddelen tussen werkgevers en huishoudelijk personeel.

Mensenrechtenorganisaties stellen al langere tijd de vaak zeer penibele positie van buitenlands huishoudelijk personeel in de Golfstaten aan de kaak. In september veroordeelde een Koeweitse rechtbank een Iraakse vrouw tot vijf jaar gevangenis, gevolgd door uitwijzing, omdat ze haar Filippijnse dienstbode had doodgeslagen. Volgens veel organisaties doen de autoriteiten in de Golfstaten niet genoeg om het personeel te beschermen. Koeweit zou inmiddels hebben besloten om een 'blijf van mijnlijf'-huis voor dienstboden te openen. (AP)