Ontwikkelingshulp

DE ARMSTE LANDEN in de wereld hebben afgelopen week enkele onverwachte financiële toezeggingen gekregen. De rijke lidstaten van de Wereldbank hebben overeenstemming bereikt over de financiering van een nieuwe periode van drie jaar voor IDA, de afdeling van de Wereldbank die zachte leningen verstrekt aan de armste landen. In de tweede plaats zijn de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een begin van aanpak overeengekomen voor het probleem van de schulden van de armste landen aan deze instellingen. Twee slepende kwesties die al sinds 1994 op de agenda van het IMF en de Wereldbank staan, zijn hiermee een stap vooruit geholpen.

De goedkeuring van tweeëntwintig miljard dollar voor IDA-11, zoals de periode 1996-99 in Wereldbankjargon bekendstaat, is des te opmerkelijker omdat de Verenigde Staten lange tijd een akkoord blokkeerden. Het Congres in Washington wilde zelfs geen geld vrijmaken voor de bijdrage aan het lopende IDA-programma, zodat de VS een enorme betalingsachterstand aan de Wereldbank hebben opgelopen - net als aan andere multilaterale organisaties overigens. De Amerikaanse regering heeft toegezegd bij het Congres te zullen aandringen op het inlopen van de betalingsachterstand, terwijl de Amerikaanse bijdrage in het nieuwe IDA-pakket (ten koste van zeggenschap) wordt teruggeschroefd. NOG GROTER IS de doorbraak in het dossier 'multilaterale schulden'. Het IMF en in mindere mate de Wereldbank hebben zich altijd verzet tegen schuldverlichting voor ontwikkelingslanden, met als argument dat andere lidstaten die leningen van het fonds en de bank ontvangen, voor de kosten hiervan moeten opdraaien. Bovendien zou met de kwijtschelding van schulden het slechte macro-economische gedrag van landen worden beloond, terwijl landen die zich wèl de moeite getroosten om noodzakelijke hervormingen door te voeren, niet voor schuldkwijtschelding in aanmerking komen. Aan de andere kant hebben ontwikkelingsorganisaties er herhaaldelijk op gewezen dat de schuldenlast van een groep armste landen inmiddels zo hoog is opgelopen, dat ze nooit de vruchten van hervormingen kunnen plukken.

Het gaat om eenenveertig straatarme landen, voornamelijk in Afrika, met een 'onhoudbaar hoge buitenlandse schuld' ten opzichte van hun exportopbrengsten. Tweederde van hun schulden (in totaal ruim tweehonderd miljard dollar) bestaat uit bilaterale ontwikkelingshulp, twintig procent uit multilaterale schulden en daarvan nemen het IMF en de Wereldbank ongeveer de helft (tien miljard dollar) voor hun rekening.

De voorwaarden die het IMF en de Wereldbank aan schuldverlichting willen stellen, zijn zodanig streng dat acht en later wellicht nog twaalf landen hiervoor in aanmerking komen. Die terughoudendheid is verstandig omdat het de begunstigde landen dwingt zich op hun economische uitgangspunten te bezinnen en het voorkomt dat corrupt, geldverspillend wanbeleid wordt gesanctioneerd. Anderzijds biedt schuldverlichting een uitweg voor economisch totaal verzwakte landen om met een schone lei te beginnen. PARTICULIERE kapitaalstromen spelen intussen een steeds belangrijkere rol in de financiering van ontwikkelingslanden. Het afgelopen jaar, zo blijkt uit gegevens van de Wereldbank, bedroeg de totale netto kapitaalstroom naar ontwikkelingslanden 231 miljard dollar, waarvan nog slechts een kwart bestaat uit bilaterale en multilaterale ontwikkelingshulp. Ondanks de naweeën van de Mexico-crisis van begin vorig jaar is de totale kapitaalstroom vorig jaar met ruim tien procent gegroeid en aangezien de officiële hulp afnam, was de groei uitsluitend te danken aan particuliere investeringen, leningen en beleggingen in de zogenoemde 'opkomende landen'. Directe buitenlandse investeringen vormen nu verreweg de grootste bron van ontwikkelingsfinanciering.

Een beperkt maar groeiend aantal ontwikkelingslanden profiteert van deze particuliere kapitaalstroom. Toch heeft de verschuiving van publieke naar private financiering een verregaande betekenis. Verstandig macro-economisch beleid wordt beloond, officiële ontwikkelingshulp is op de terugtocht. Waar het particuliere kapitaal de opkomst van nieuwe economieën in een integrerende wereld financiert, beperkt ontwikkelingshulp zich meer en meer tot noodhulp, schuldkwijtschelding en bijstand in de vorm van zachte leningen aan de hopeloze gevallen in de Derde wereld. Het is een voorbeeld van de mondialisering in de internationale economische betrekkingen.